Kaartspel/Presidenthoofden

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Presidenthoofden is een kaartspel dat ontstaan is als combinatie van presidenten en shithead. Het spel wordt gespeeld met meer kaarten dan in een normaal spel zitten, met een zogeheten presidenthoofdstok.

Stok[bewerken]

Een presidenthoofdstok bestaat uit 64 kaarten: een standaardstok van 52 kaarten, plus een extra ruiten negen en drie klaver negens, en acht jokers. De kleuren van de kaarten zijn irrelevant voor het spelverloop, behalve die van de klaver acht en de klaver negens.

Volgorde[bewerken]

De volgorde van een presidenthoofdstok is, van laag naar hoog: 8, 4, 5, 6, 7, 3, 9, 10, J (boer), Q (vrouw), K (koning), A (aas), 2. De joker zit hier dus niet tussen, die neemt normaal gesproken de waarde van een andere kaart aan. Merk verder op dat de 3 en de 8 zijn omgewisseld ten opzichte van de normale volgorde van de kaarten, en dat de 2 de hoogste kaart is.

Begin van het spel[bewerken]

Presidenthoofden kan worden gespeeld met drie tot en met zes spelers. Schud de stapel en geef iedereen evenveel kaarten, totdat alle kaarten op zijn. Als er een paar kaarten overblijven, verdeel die dan willekeurig over de spelers. Op tafel moet plek zijn voor een speelstapel en een aflegstapel.

Doel van het spel[bewerken]

Het doel van presidenthoofden is zo snel mogelijk al je kaarten kwijt te raken (uitkomen) of vier klaver negens tegelijk te spelen. Het spel is afgelopen als er nog maar één speler met kaarten over is. Als iemand vier klaver negens tegelijk heeft gespeeld, is die persoon altijd de winnaar, ongeacht op welk moment dat is gebeurd. Voor de rest wordt de volgorde bepaald door hoe snel iedereen uit is gekomen.

Eerste beurt[bewerken]

De speler die de klaver acht heeft, is als eerste aan de beurt. In de eerste beurt moet die speler de klaver acht ook spelen (eventueel in combinatie met andere achten of jokers).

Spelverloop[bewerken]

Het spel verloopt in rondes. Aan het begin van elke ronde komt de speler die aan de beurt is uit met een combinatie van een aantal gelijke kaarten. Het spel verloopt in de richting van de klok, en elke speler kan kiezen tussen:

  • Een hogere combinatie spelen van hetzelfde aantal gelijke kaarten. De waarde van deze kaarten moet hoger zijn dan de waarden van de kaarten die bovenop de stapel liggen, gelijk mag niet. Er zijn uitzonderingen waarin lager mag worden gespeeld (zie #Speciale kaarten), maar de combinatie moet altijd dezelfde hoeveelheid kaarten hebben!
  • Passen. Een speler die heeft gepast, doet de rest van de ronde niet meer mee.

Er wordt net zo lang rondgegaan totdat iedereen behalve \'e\'en persoon gepast is. Vervolgens gaat de stapel weg en begint een nieuwe ronde. De laatste speler die heeft gespeeld, mag deze ronde beginnen. Als deze speler geen kaarten meer heeft, begint de eerstvolgende speler die nog wel kaarten heeft.

Speciale kaarten[bewerken]

  • Joker. Een joker kan tegelijk gespeeld worden met andere kaarten. De joker neemt dan de waarde van de andere kaarten aan. Een losse joker is de laagst mogelijke kaart!
  • Vijf. De vijf mag overal op. In plaats van de vijf telt hierna de waarde van de kaart die onder de vijf ligt. Als de vijf op een lege tafel ligt, mag de volgende speler elke kaart spelen.
  • Zeven. Op een zeven geldt niet de regel dat hoger moet worden gespeeld. In plaats daarvan moet op de zeven een drie, vier, vijf of zes.
  • Tien. Bij een tien ontploft de stapel. Zie #Ontploffende stapels. Een tien mag alleen op lagere kaarten worden gespeeld (zoals gewoonlijk).
  • Boer. Een combinatie met boeren mag op elke combinatie die een joker bevat. Ook mag elke combinatie die een joker bevat worden gespeeld op elke combinatie met boeren.
  • Klaver negen. Als een speler vier klaver negens in één keer speelt, heeft die speler direct gewonnen. De resterende kaarten gaan op de aflegstapel en de andere spelers kunnen verderspelen.

Ontploffende stapels[bewerken]

Als iemand een tien speelt, gaat de stapel direct weg en mag deze speler opnieuw uitkomen in een nieuwe ronde. Dit geldt ook wanneer iemand een combinatie met (minstens) vier dezelfde kaarten speelt. Eventuele jokers tellen hierbij niet mee. Maar als iemand met de laatste kaarten uit zijn/haar hand een ontploffing veroorzaakt, eindigt die speler automatisch als laatste.

Kaarten doorgeven[bewerken]

In het tweede potje en alle potjes daarna, worden voor het begin van het spel kaarten doorgegeven, op basis van de rangorde van het vorige spel. De eerste speler geeft twee kaarten naar keuze aan de laatste speler, en de laatste speler geeft de twee hoogste kaarten aan de eerste speler. Als er met minstens 4 spelers wordt gespeeld, geeft de tweede speler ook een kaart naar keuze aan de één-na-laatste speler, en de één-na-laatste speler geeft de hoogste kaart aan de tweede speler. Een joker hoeft nooit te worden weggegeven.

Voorbeeld[bewerken]

Hieronder staat een voorbeeld, waarin Albert uitkomt met een klaver acht en een andere acht, en Clara uiteindelijk de ronde wint.

Albert Bert Clara
8,8 7,7 5,5
4,4 3,3 9,9
Q,Q pas 2,joker
J,J - 8,joker
7,joker - J,joker
A,A - 5,joker
J,joker - 2,joker
pas

Tips voor het spelen[bewerken]

  • Zorg ervoor met niet teveel lage kaarten over te blijven op het eind.
  • Bewaar de vijven om ze op hoge kaarten te spelen, dan is de kans groter om er een ronde mee te winnen.
  • Het kan gevaarlijk zijn om met maar één kaart over te blijven, zelfs als dat een goede kaart is.
  • Probeer bij te houden hoeveel kaarten van elke soort er gespeeld zijn. Vooral de vijven zijn belangrijk.

Variant[bewerken]

Bij een variant van presidenthoofden wordt niet met een presidenthoofdstok gespeeld, maar met meerdere normale stokken. Bij deze spelvariant kunnen meer dan 6 spelers meedoen. Het nadeel is wel dat er dan vaak weinig jokers per speler zijn.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.