Houtzaagmolens praktijkhandboek/De zagen
Naamgeving van de tandhoeken
[bewerken]Verder is ook nog de steek van belang, dat is de afstand tussen de tanden.
De zetting
[bewerken]

Op de meeste zagen is de zaagsnede breder dan het zaagblad, doordat de tanden zijn uitgebogen (gezet).
Hierdoor kan het blad zich gemakkelijker verplaatsen door de zaagsnede zonder vast te lopen.
Hoewel de term zetting wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar de breedte van het zaagblad, betekent dit in feite de breedte van de zaagsnede, die wordt beïnvloed door de breedte van het blad plus de hoeveelheid zijwaartse ruimte die gecreëerd wordt tijdens het zagen, de hoeveelheid weggenomen materiaal uit de zijden van de zaagsnede.
Bij sommige zagen zijn de tanden breder dan het blad zodat zetten niet nodig is maar deze zagen zagen niet heen-en-weer zoals molenzagen, deze tanden zijn alleen in voorwaartse richting te belasten.
Is de zetting te smal dan loopt het blad stroef of zelfs vast.
Is de zetting te breed dan kost dat onnodig veel materiaal (en kracht) en heeft de zaag geen steun van het blad zodat het niet goed rechtuit zaagt. Bij decoupeerzagen is de zetting breed en het blad smal om rond te kunnen zaqen.
Bij molenzagen zie je vaak dat om de 6 tot 8 tanden een paar tanden niet gezet worden. Deze zogenaamde lostanden zoeken het midden en voeren de spaan beter af doordat ze zelf weinig zaagsel maken.
De zetting wordt erin gebogen met een zetijzer, om te controleren of de zetting voldoende en vooral regelmatig is wordt een meetklokje gebruikt.
- (FRAM) Wij zetten typisch op 0,7 mm (± 0,05 mm)
- (Wenumse Watermolen) Deze klokjes zijn nog gewoon te koop.

Het slijpen van zagen
[bewerken]
Na het zetten volgt het slijpen van de zagen. Met name de punt van de tandhoek wordt scherp gemaakt, maar ook de hoek die de tand met het vlak van het zaagblad maakt (iets minder dan 90°) een tand snijdt ook met de zijkant, kijk maar naar naar de slijtage. Daarnaast moeten alle tanden even hoog zijn en moet de tandholte voldoende diepte hebben om de spaan te kunnen afvoeren.
Daarom beginnen we met het stijken van de zaag, om te zorgen dat alle tanden weer even lang zijn, de tanden in het midden van de zaag slijten sneller dan die aan het eind.
Een vlakke vijl
in een houder is hiervoor het meest geschikt.
Hiervoor kun je prima een oude zaagvijl gebruiken, omdat die in het midden vaak nog scherp is terwijl de zijkanten al af zijn.
Tanden worden om-en-om geslepen, omdat de hoek met het vlak van het zaagblad een klein beetje verschilt.
Om tegelijk ook de tandholte te kunnen bewerken zijn er voor de molenzagen speciale molenzaagvijlen die op de smalle kant een bolling hebben.
Zaagvijlen zijn zoet tot halfbasterd gekapt.
Als er veel en vaak geslepen moet worden, of de tanden zijn van gehard staal, dan moet dit machinaal met een slijpsteen
gebeuren.
- (d'Heesterboom):
- De zagen op getoonde tekening zijn zagen "op snee" voor het houtzagen zijn echter zagen "op stoot" benodigd.
De getekende zagen hebben een negatieve spaanhoek, en zullen het hout niet in willen. Het gevolg is lopende zagen, en andere ongewenste acties zoals tillen van de stam etc. - Dit gebeurt ook als de zagen ondeskundig worden geslepen of gevijld. De zaag moet eigenlijk het hout in willen. De spaanhoek varieert van 0 tot 12 graden meestal.
- Wat aangeduid wordt met tandhiel heet bij ons "de rug". Bij het vijlen wordt eerst de borst aangevijld onderin beginnend, de vijl langzaam kantelend tot de bovenkant wordt meegenomen. Zodra de borst aan" is wordt de rug gevijld waarbij gestopt wordt, juist als het platte kantje van het aanstrijken is verdwenen.
- De vijl wordt zodanig gehouden dat de hoogste kant van de rug van de zaag aan de buitenkant ligt, en de bij de borst ook de buitenkant het meest naar voren staat. Een hoek van circa 5-10 graden hanteren wij met vijlen.
- Naast het getekende zetijzer hebben we ook nog een stukje rondijzer met een bekje aan de voorkant om in het spant zo nodig wat te stellen (hoop je niet nodig te hebben). Ook het standaard zetijzer heeft bij ons een bekje aan de voorzijde.
- Wat genoemd wordt als lostanden heten bij ons de "toetanden". Deze dienen voor zaagseltransport en om de dam die kan ontstaan als gevolg van de gezette tanden in de midden weg te nemen.

