Basiskennis informatica/Geschiedenis van de computer
In dit hoofdstuk worden antwoorden gegeven op de vragen: hoe is de computer ontstaan en wat zijn de ontwikkelingen geweest tot de huidige tijd?
Voor-generatie: het mechanisch tijdperk (1623 – 1945)
[bewerken]Het idee om machines te gebruiken om (eenvoudige) wiskundige bewerkingen uit te voeren, kan men situeren in het begin van de 17de eeuw.
Blaise Pascal
maakte in 1641 de eerste telmachine: De Pascaline. Deze kon enkel optellen en was nog niet erg betrouwbaar. Leibnitz verbeterde deze machine zodanig (1671) dat ze ook kon vermenigvuldigen, delen en worteltrekken.
Rond 1800 gebruikte Jacquard
ponskaarten om zijn weefgetouwen te automatiseren.
Charles Babbage
ontwierp in 1821 een mechanische, automatische rekenmachine, de Difference Engine, om wiskundige tabellen te genereren.
10 jaar later bouwt hij zijn "analytical engine", een rekenmachine voor 40-cijferige getallen met ponskaarten. Deze machine zou geprogrammeerd kunnen worden. Men kan Babbage beschouwen als een zijn tijd vooruit (dit had ook tot gevolg dat zijn machine maar deels gebouwd werd).
Charles Babbage creëerde het innovatieve IPOS-structuurschema, waar later nog veel gebruik van zou worden gemaakt.
1ste generatie (1937 – 1953)
[bewerken]
- eerste Nederlandse computer (1952)De computers van de eerste generatie maakten gebruik van elektronische schakelaars (i.p.v. mechanische relais) in de vorm van vacuümbuizen. De ENIAC
was een computer, gebouwd voor het Amerikaanse leger, en voltooid in 1946. Daarmee was de ENIAC de tweede elektronische computer die gebouwd werd, na de Britse Colossus
. De naam is een afkorting en staat voor Electronic Numerical Integrator And Calculator. De makers van ENIAC (o.a. John von Neumann
) begonnen al aan een volgende supercomputer nog voor de ENIAC voltooid was, nl. de EDVAC. Hiervoor werd de von Neumann-architectuur
ontworpen.
2de generatie (1954 – 1962)
[bewerken]Bij de tweede generatie computers zijn de vacuümbuizen vervangen door transistoren, wat de schakeltijd reduceerde tot ongeveer 0,3 microseconden.
Bij deze 2de generatie ontstond ook een organisatie die een standaard zou worden op gebied van computers: IBM
.
IBM introduceerde de omnibusstructuur, wat de samenwerking tussen de apparaten ten goede kwam.
3de generatie (1963 – 1972)
[bewerken]De belangrijkste innovaties bij de derde generatie waren het gebruik van IC’s (integrated circuits)
en de microprogrammering (cpu’s).
Op de markt werd zichtbaar dat bedrijven nu meer en meer hun eigen pc gingen aanschaffen, dus m.a.w. de commercialisering van de computer voor professioneel gebruik was begonnen.
4de generatie (vanaf 1980)
[bewerken]De ontwikkeling van LSI (large scale integration) en VLSI (very large scale integration) maakte het mogelijk de hele processor op één chip onder te brengen.
Dit had mede tot gevolg dat de computer zijn intrede vond in de huiskamer, als eerste als PC
[1]. Later volgden andere soorten computers als de laptop, smartphone en tablet.