Naar inhoud springen

Basisboek internet/Toegang

Uit Wikibooks

Basisboek internet

Inleiding
Toegang
Faciliteiten
Veiligheid
- zie Wikiboek
Netiquette
- zie Wikipedia
Zoeken op het internet
Index

Centrale vraag: Wat is er nodig om zelf het internet op te kunnen gaan?

Je hebt zowel bepaalde hardware als software nodig. NB De beschrijving is voor woningen en individuen, niet voor organisaties, schepen, vliegtuigen en andere soorten constructies.

Hardware

[bewerken]
  • Een apparaat dat geschikt is voor internet. Er zijn verschillende mogelijkheden:
    • Een Smartphone is het gemakkelijkste, want dat is een alles-in-één apparaat, alles wat je nodig hebt aan hardware is al ingebouwd.
    • Een pc met beeldscherm, toetsenbord en muis, of een laptop of een tablet; alle moeten zijn voorbereid op internet (wat ze tegenwoordig praktisch allemaal zijn). Maar daarmee ben je er niet. Ook nodig zijn:
      • Een technische aansluiting op het internet. Dat kan met een kabel, glasvezel of een telefoonlijn met ADSL of diens opvolger VDSL zijn. Daarop kan een computer of ander apparaat rechtstreeks worden aangesloten (wat weinig meer voorkomt) of met een modem plus draadloos internet (zoals WiFi):
      • Modem inclusief router: een apparaat dat signalen en data uit de technische aansluiting omzet naar herkenbare signalen en informatie voor een apparaat zoals een pc of laptop.
      • WiFi, een draadloos netwerk dat een apparaat met de technische aansluiting op het internet (kabel, glasvezel, etc.) verbindt. De reikwijdte van wifi is beperkt tot zo'n 100 meter (zodat je theoretisch ook die van je buren kunt gebruiken, maar als het goed is, zijn die net zo goed beveiligd als de jouwe, zodat dat praktisch uitgesloten is). Let op de risico's van een draadloos netwerk, zie Veilig op het internet/Draadloos internet.
      • Een WiFi-ontvanger wordt rechtstreeks aangesloten op de pc of laptop. Hij heeft een antenne waarmee hij internet-informatie opvangt voor en doorgeeft aan het apparaat. Smartphones, tablets en tv's die geschikt zijn voor internet, hebben een ingebouwde WiFi-ontvanger. Zij kunnen ook gebruik maken van een WiFi-netwerk, mits met een wachtwoord toegang wordt verschaft. Een smartphone maakt voor internet normaliter gebruik van het 3G, 4G of 5G-netwerk van telecomproviders (via de ether), net als elke andere mobiele telefoon, maar kan ook overschakelen op een WiFi-netwerk, waardoor de internetkosten voor een smartphone gedrukt kunnen worden.
  • In alle gevallen is ook een abonnement op een internetprovider nodig. Zo'n internetprovider regelt steeds de daadwerkelijke verbinding met internet via de hardware, een IP-adres voor elke computer die met het internet is verbonden en zo nodig ook een modem. Ook kun je er terecht met vragen over storingen. Vaak kunnen er meerdere apparaten in één huishouden gebruik maken van hetzelfde abonnement, maar dat moet wel bij de internetprovider worden aangemeld.
  • Facultatief, afhankelijk van het doel waarvoor internet wordt gebruikt: Koptelefoon/oortjes/luidsprekers, microfoon en/of videocamera dan wel webcam.
  • Indien van toepassing: een thuisnetwerk, waardoor meerdere apparaten in huis gebruik kunnen maken van één-en-dezelfde technische infrastructuur, inclusief internetprovider en een printer.

Software

[bewerken]
  • Beveiliging zoals firewall en antivirus- en antimalwaresoftware; zie Wikibook-hoofdstuk Veilig op het internet/Firewall en de Wikipedia-pagina Antivirussoftware. Zie het onderdeel Maatregelen thuis in het Wikibook Veilig op het internet wat je nog meer zelf kunt doen.
  • Onderhouds- en opruimsoftware, zoals CCleaner (zoek met alternatieven voor CCleaner voor andere merken). Dergelijke software zorgt ervoor dat overbodige, ongebruikte en ongeldige bestanden, programma's en herstelpunten worden opgespoord en verwijderd. Hierdoor wordt ruimte op de harde schijf op de pc of laptop gecreëerd en kan de computer sneller werken.
  • Een of meer webbrowsers. Met een webbrowser kun je webpagina's bekijken, en -indien mogelijk- ook aanpassen (zoals Wikipedia en social media), commentaar achterlaten, vragen stellen (zoals op zoekmachines) of er bestellingen doen. Tip: als een website slecht werkt met de ene browser, kan een andere uitkomst bieden. Een webbrowser biedt meestal ook andere faciliteiten dan toegang tot webpagina's, zoals:
    • Favorieten (ook wel bladwijzers of bookmarks genoemd) opslaan. Hiermee vind je gemakkelijk websites terug die je graag gebruikt. Tip: Als je vele Favorieten hebt, maak dan gebruik van de mappenstructuur, zodat websites over eenzelfde onderwerp bij elkaar staan. Let op: Favorieten zijn browser-afhankelijk: als een Favoriet bij de ene browser is opgeslagen, is hij niet automatisch ook bij een andere browser als Favoriet beschikbaar.
    • Geschiedenis van je bezoeken op internet bekijken. Hiermee kun je een website terugvinden die je in het verleden hebt bezocht, zolang je de browsergeschiedenis bewaart (en niet verwijdert via opruimsoftware).
Voorbeelden van veelgebruikte browsers: zie Browsers in het Downloadcentrum van Wikibook "Veilig op het internet".
  • Een e-mailprogramma of e-maildienst. Vaak zijn een of meer e-mailadressen inbegrepen bij het abonnement van een internetprovider en kun je die via een kantoorapplicatie als Microsoft Outlook beheren. Nadeel hiervan is, dat je zo'n e-mail-adres weer kwijtraakt als je van provider wisselt. Veel bekende e-mailprogramma's zijn gratis en via een website te bekijken; zij hebben wel het nadeel dat je privacy niet gegarandeerd/gerespecteerd wordt. Zie bijvoorbeeld Categorie:E-mailclient op Wikipedia en Gratis e-mailprogramma's van de Consumentenbond voor meer mogelijkheden.
  • Een programma voor telefoneren en/of videoconferentie via internet (indien gewenst).
  • Diverse andere websites vereisen dat hun programma's worden gedownload voordat je er gebruik van kunt maken, waaronder enkele streamingsdiensten.

Zie ook: Overzicht gratis software van Consumentenbond.

Vrije toegang

[bewerken]

In principe is toegang tot internet vrij beschikbaar voor iedereen op de hele wereld (mits je over de juiste hardware en software beschikt, zoals hierboven beschreven). Beperkingen zijn er in democratische landen alleen voor wat juridisch verboden is, zoals kinderporno, schending van privacy en auteursrechten, haatzaaien, bedreigingen en het faciliteren van criminele activiteiten. In dicatoriale landen kunnen grotere beperkingen zijn, zoals een verbod op het bekritiseren van het regime en bespreken van andere onwelgevallige onderwerpen (zoals LHBTQI+ en genderkwesties), met strenge straffen op overtreding. Sommige delen van internet kunnen in dergelijke landen zelfs afgeschermd zijn en alleen bereikbaar voor wie over een VPN-verbinding beschikt.

Wel kunnen websites zelf beperking aan bezoekers opleggen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld hun content alleen ter beschikking stellen aan leden, abonnee's of bezoekers met een account. Ook is het mogelijk dat websites op de een-of-andere manier betaling voor hun informatie vragen. Dergelijke content zit dan achter een zogenaamde betaalmuur. Het gaat vaak om artikelen in kranten en tijdschriften, commerciële films en professionele databanken. Andere content is alleen voor inwoners uit een bepaald land beschikbaar (gecontroleerd aan de hand van het IP-adres), zoals veel tv-programma's. Of alleen voor echte mensen en niet voor bots; dan moet je een Captcha, een test oplossen, meestal met een beeldpuzzel.

Meer informatie en bronnen

[bewerken]
Wikipedia heeft een encyclopedisch artikel over Internettoegang.

Bronnen

  • De in de tekst vermelde links/websites
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.