Naar inhoud springen

Basisboek internet/Inleiding

Uit Wikibooks

Basisboek internet

Inleiding
Toegang
Faciliteiten
Veiligheid
- zie Wikiboek
Netiquette
- zie Wikipedia
Zoeken op het internet
Index
Onderzeese internetkabels

Internet is een wereldwijd netwerk van computers, kabels, organisaties en afspraken waardoor miljarden mensen in de hele wereld met elkaar verbonden kunnen zijn. Het biedt een breed spectrum aan faciliteiten en mogelijkheden, waaronder toegang tot websites met een groot aanbod van informatie en diensten, e-mail en directe onderlinge communicatie, waaronder telefoon, video-bellen en chatten.

In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod: het ontstaan van internet, zijn organisatie en enkele basisbegrippen.

Geschiedenis

[bewerken]

Het internet is vanaf 1969 ontwikkeld in de Verenigde Staten van Amerika. In eerste instantie was het alleen bedoeld om computers van onderzoeksinstituten (zoals van universiteiten en het Amerikaanse Ministerie van Defensie) met elkaar te verbinden. Ook onderzoekers uit het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk gingen meedoen, later ook andere landen (uit Nederland haakte het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) in 1986 aan[1]).

Voorbeeld internetpagina vóór WWW

Vanaf 1991 werden standaardtechnieken en software (HTTP en HTML) ontwikkeld waarmee links in documenten konden worden aangebracht. Die software was bovendien voor elke computer en elk besturingssysteem geschikt. Hierdoor werd het World Wide Web (WWW) mogelijk, waarmee het surfen en de vormgeving van de getoonde websites aanzienlijk verbeterden. Het WWW is dus "slechts" een van de onderdelen van het internet. Andere onderdelen zijn onder andere e-mail, documenten uitwisselen en telefonie.

In 1993 stelde de Amerikaanse overheid het internet ook open buiten onderzoeks- en onderwijsorganisaties, zodat bedrijven en individuen er gebruik van konden gaan maken. Dit was de start van het internet zoals we het nu kennen.

In het begin moesten particulieren inbellen om gebruik te kunnen maken van het internet. Dit betekende dat er op dat moment geen ander telefoonverkeer in huis mogelijk was: er was namelijk in de regel één telefoonaansluiting in huis met één vast telefoontoestel; ook liep de telefoonrekening aanzienlijk op. Internetproviders vonden hier al snel oplossingen voor: via de (tv- en radio-)kabel (1995), een verbeterde techniek voor internet via de telefoon (ADSL, 1997) en via glasvezels (vanaf 2004). Deze nieuwe technieken zorgden niet alleen voor goedkoper internet, maar ook voor steeds sneller internet.

Hoewel er al eerder smartphones waren, brak die in 2007 pas echt door met de introductie van de iPhone door Apple. Hierdoor kon je overal internetten en was je niet meer gebonden aan een pc of laptop. Iets soortgelijks geldt voor tabletcomputers: in 2010 brak het concept door met de iPad van Apple.

Content

[bewerken]

De mogelijkheden voor het gebruik van internet ontwikkelden zich ook razendsnel. Zoekmachines volgden elkaar op totdat Google Search in 1997 werd gelanceerd en al snel de meest gebruikte zoekmachine ter wereld werd. De eerste commerciële website werd in 1994 gelanceerd. Ook de eerste sociale media werden in 1994 opgezet. Vanaf de introductie door de Rabobank in 1997 werd internetbankieren populair. In 2001 begon de online encyclopedie Wikipedia, waardoor mensen uit de hele wereld gemakkelijk zelf konden bijdragen aan het verzamelen en vastleggen van informatie en kennis, ook in hun eigen taal (de Nederlandstalige Wikipedia startte ook in 2001). Wikipedia werd een van de meest gebruikte websites voor (betrouwbare) informatie. Later kreeg Wikipedia enkele zusters, waaronder Wikimedia Commons (beeldbank), Wikivoyage (reisinformatie) en Wikibooks (studieboeken).

Op internet kunnen ook allerlei soorten bestanden worden uitgewisseld, via zogenaamde peer-to-peer netwerken. Ook bestanden waar auteursrechten op rusten werden uitgewisseld, zoals hedendaagse muziek. Napster (opgericht in 1999) was de bekendste website die dat mogelijk maakte. Na een rechtszaak in 2001 werd Napster verboden en zo werd duidelijk dat toch niet alles op internet is toegestaan. In 2006 werd Spotify opgericht, geen peer-to-peer netwerk, maar een bedrijf. Spotify maakte het mogelijk om legaal naar muziek (en later podcasts) te luisteren.

Andere peer-to-peer websites die zeer populair werden, bieden mogelijkheden tot het uitwisselen van zelfgemaakte foto's (zoals Flickr, gestart in 2004) en video's (zoals YouTube, gestart in 2006).

Via het Internet der dingen kun je apparaten op afstand in de gaten houden of bedienen. Het kwam op in de beginjaren van de 21 eeuw.

Tijdens de Corona-crisis (2020-2023) bleken de mogelijkheden voor thuiswerken via internet en bijeenkomsten via Videoconferentie zo ver gevorderd, dat ze uitkomst brachten in het werkzame en persoonlijke leven. Zo kon kantoorpersoneel gewoon doorwerken zonder andere mensen lijfelijk te hoeven ontmoeten, en kon het contact met familie en vrienden gemakkelijk blijven voortbestaan.

Nadelen

[bewerken]

Er bleken ook nadelen aan het internet te kleven: criminelen ontdekten het als vervanger voor fysieke inbraken, verspreidden computervirussen, hackten computers, gijzelden computers, boekten banktegoeden over naar hun eigen bankrekeningen, en maakten mensen het leven ook op andere manieren zuur. Bovendien kon de communicatie tussen criminelen nu ook gemakkelijk via internet verlopen (via Telegram) en kon men gemakkelijk gelijkgestemden vinden, zoals voor criminele klussen in de echte wereld.

Maar ook gewone mensen konden pesten, valse beschuldigingen, bedreigingen, leugens en nepnieuws uiten via sociale media, privé-gegevens en naaktfoto's van anderen verspreiden, gemakkelijker toegang krijgen tot kinderporno, en tal van andere ongewenste acties bewerkstelligen. Ook schendingen van auteursrechten komen op internet zeer veel voor, uit onwetendheid maar ook expres, denk alleen maar aan alle foto's die zonder toestemming van de fotografen worden verspreid en muziek die zonder toestemming van de makers onder filmpjes op YouTube worden gezet.

Zelfs staten bleken cybercrime te gebruiken om hun vijanden te pesten en te kijken hoe ver ze kunnen gaan (China, Rusland). Kortom: alle overtredingen die in de echte wereld al duizenden jaren voorkwamen, konden nu ook via internet verlopen en dan ook nog eens veel gemakkelijker en op wereldwijde schaal. Criminelen uit Afrika, Rusland, China zijn bovendien lastig op te sporen en te veroordelen. De capaciteit van handhavers (zoals politie, justitie, rechtbanken, toezichthouders, gevangeniswezen) bleek tegen deze criminaliteit dan ook niet bestand.

Een nadeel voor leveranciers van content is, dat de hele wereld hun content kan zien en gebruiken, maar dat die gebruikers geen kosten vergoeden (van computers en programma's in de lucht houden tot salariskosten voor hun internetmedewerkers). En hoe meer gebruikers, hoe hoger de kosten, zeker als die gebruikers niet interessant zijn voor hen (zoals inwoners van landen waar zij geen producten leveren). Sommige bedrijven proberen dan ook ongewenste doelgroepen te weren. Bijvoorbeeld: op basis van IP-adres en IP-adresbereiken per land kun je inwoners van een bepaald land uitsluiten.

Organisatie

[bewerken]

Kenmerkend voor het internet is dat er geen centraal bestuur is. Wel zijn er enkele non-profit organisaties die de belangrijkste internet-protocollen en de naamruimtes (zoals domeinnamen (.nl en .be) en IP-adressen) beheren. Voor een overzicht van betrokken organisaties: zie List of Internet organizations in de Engelstalige Wikipedia.

Protocollen

[bewerken]

Protocollen op internet (verzamelnaam: TCP/IP) zorgen ervoor dat computers die op het internet zijn aangesloten, met elkaar kunnen communiceren, voor allerlei verschillende doeleinden. Het zijn afspraken, die gelden voor alle computers en andere apparaten op het internet, ongeacht de leverancier, het merk of het land. Er zijn bijvoorbeeld verschillende protocollen voor het World Wide Web, e-mail-verkeer, chatten en voor berichtenverkeer in nieuwsgroepen, zie het hoofdstuk Faciliteiten. Meer informatie: Kennisbank Data Exchange.

IP-adres

[bewerken]

Een onderdeel van een internet-protocol is een IP-adres (IP = Internet Protocol). Een IP-adres bestaat uit een rij cijfers en punten, of uit cijfers, kleine letters en dubbele punten (afhankelijk van het protocol). Elke computer heeft een eigen, uniek IP-adres, waaraan een computer herkenbaar is in het netwerk en op internet. (Als je bijvoorbeeld zonder account een wijziging in dit hoofdstuk of in een Wikipedia-artikel maakt, wordt dat opgeslagen met je IP-adres en in de regel extra in de gaten gehouden.) Het wordt onder andere gebruikt om te onthouden waar informatie vandaan komt en/of waar die moet worden afgeleverd. Je kunt je eigen IP-adres achterhalen via de website What is my IP adress?.

Domeinnamen

[bewerken]

Een Domeinnaam is een unieke naam op het internet, meestal gebruikt voor websites. Voorbeeld: wikibooks.org.

Eigenlijk bestaat een domeinnaam uit een IP-adres, met cijfers en andere tekens. Maar die zijn moeilijk te onthouden. Daarom gebruiken we domeinnamen, die door het systeem (het Domeinnaamsysteem, DNS) over en weer worden vertaald naar en van IP-adressen.

Domein-extensies

Een domeinnaam bevat in ieder geval:

  • Een landcode in de extensie, bijvoorbeeld .be (voor België), .nl (voor Nederland) en .sr (voor Suriname); en/òf
  • Een generieke code die niet bij een bepaald land hoort, zoals .com (voor commerciële zaken), .gov (voor overheden) en .org (voor overige organisaties). In domeinnamen van het Verenigd Koninkrijk (.uk) en enkele andere landen kunnen beide codes voorkomen (bijvoorbeeld ox.ac.uk, waarbij ".ac" staat voor academische instelling of educatief project). In domeinnamen van de Verenigde Staten komen in de regel alleen de generieke codes voor en niet de landcode.

Meer informatie (in begrijpelijke taal): Domeinnaam van SIDN.

Voorbeeld van een URL
Voorbeeld van een URL

Een Uniform Resource Locator, beter bekend als URL, is het adres van een webpagina op internet dat helemaal bovenaan in de balk staat. Het kan trouwens ook van een e-mailadres zijn, maar die zie je in de regel niet. In een URL komt altijd de domeinnaam voor, maar hij bevat nog meer. Hij begint met het protocol waarmee de URL te vinden is, zoals http of https. Daarna volgt vaak www en tenslotte de domeinnaam. Daarachter kan nog een gedeelte volgen voor de specifieke webpagina, zoals home, contact of een subpagina over een specifiek onderwerp. De verschillende gedeeltes zijn gescheiden door dubbele punten, slashes, punten en hekjes. Bijvoorbeeld: https://nl.wikibooks.org/wiki/Basisboek_internet#Inhoudsopgave, met vooraan https, dan de domeinnaam, gevolgd door Basisboek_internet en de specifieke pagina Inhoudsopgave.

Volgende hoofdstukken

[bewerken]

In de volgende hoofdstukken wordt dieper ingegaan op:

  1. Toegang tot internet - benodigde hardware en software
  2. Faciliteiten - toepassingen, zoals WWW, e-mail en andere communicatie op afstand
  3. Veilig op het internet
  4. Netiquette - etiquette op het internet
  5. Zoeken op internet

Bronnen en meer informatie

[bewerken]

Bronnen

Referenties

  1. Centrum Wiskunde & Informatica
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.