Wikijunior:Zaadontkieming/Uitleg
Uit Wikibooks
Aan de buitenkant van een bruine boon, zit een stevig bruin vlies, de zaadhuid. Als je een zaadhuid van de bruine boon afhaalt, zie je dat de boon uit twee helften bestaat: de zaadlobben. Die bevatten reservevoedsel, vooral zetmeel, maar ook eiwitten en vetten. Tussen de zaadlobben zit de kiem. De kiem bestaat uit een worteltje, een stengeltje en twee blaadjes.
[bewerken] Ontkieming
Bij veel plantensoorten kunnen de zaden pas na een rustperiode ontkiemen. De ontkieming is afhankelijk van een aantal dingen, zoals een goede temperatuur (niet te warm en niet te koud) en de aanwezigheid van water en zuurstof. Een bruine boon neemt bij de ontkieming water op. Hierdoor zwellen de zaadlobben op en scheurt de zaadhuid open. De kiem begint te groeien en ontwikkelt zich tot kiemplantje. Tijdens de ontkieming wordt het reservevoedsel uit de zaadlobben verbruikt. Een belangrijk deel van het reservevoedsel (vooral het zetmeel) wordt omgezet in glucose. De glucose wordt verbruikt bij verbranding in het kiemplantje. Bij de verbranding is zuurstof nodig. Een ander deel van het reservevoedsel (vooral eiwitten) wordt gebruikt als bouwstoffen, bijvoorbeeld voor het vormen van cytoplasma. Cytoplasma is een stroperige vloeistof die in de cellen van de planten zit. Niet altijd heeft het Cytoplasma dezelfde kleur. Bij een rood blaadje is het cytoplasma rood.
Uit de opengescheurde zaadhuid komt eerst het worteltje naar buiten. Dat worteltje vormt wortelharen. Via het worteltje neemt het kiemplantje water en mineralen op uit de bodem. Na enige tijd begint ook het stengeltje te groeien. Wanneer het stengeltje en de zaadlobben boven de grond uitkomen, wordt er bladgroen gevormd. In deze delen kan dan fotosynthese plaatsvinden. Door fotosynthese krijgt het kiemplantje de glucose niet meer alleen uit het reservevoedsel.
Als al het reservevoedsel uit de zaadlobben is verbruikt, zijn deze verschrompeld en vallen ze af. Ondertussen zijn de blaadjes van de kiem bladeren geworden.
[bewerken] Groei en ontwikkeling
Tijdens de ontkieming wordt een kiemplantje groter en zwaarder: er vindt groei plaats. Dit komt doordat er steeds meer cellen worden bijgevormd. Planten bestaan namelijk uit cellen. Groei vindt plaats door gewone celdelingen en door cytoplasma bij te vormen, worden de twee cellen weer net zo groot als de cel waaruit ze gedeeld zijn. Dit wordt plasmagroei genoemd. In plantencellen zit, behalve cytoplasma, ook een vacuole. Dit is een ruimte die gevuld is met water en opgeloste stoffen. En bij die vacuole komt er weer groei om de hoek kijken. Plantencellen kunnen namelijk ook celstrekking ondergaan. Hierbij groeit een plantencel langwerpig uit, vooral doordat er veel water wordt opgenomen in de vacuolen. Verschillende kleine vacuolen vloeien daarbij samen tot één grote vacuole die midden in de cel ligt. Het cytoplasma komt dan in een dunne laag tegen de celwand te liggen.
Tijdens de groei van een plant vinden veranderingen plaats. De wortels vertakken zich steeds. Aan de stengels worden bladeren gevormd en meestal ook bloemen. In de bloemen ontstaan vruchten en zaden. Al deze verandering in de bouw van een plant noemen we ontwikkeling.
<<<Zaadontkieming--Uitleg--Vragen>>>