Wikijunior:De geschiedenis van de Aarde/Rivieren

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
The Earth seen from Apollo 17.jpg
Een boot op de Amazonerivier.

Rivieren zijn een belangrijk onderdeel van het landschap op Aarde en dragen veel bij aan de samenvatting en het uiterlijk van het aardoppervlak in het algemeen. De uiterijl van het aardoppervlak in het algemeen.

Rivieren worden wel geomorfologische instrumenten genoemd, instrumenten waarmee vorm is gegeven aan het aardoppervlak. Rivieren spelen een belangrijke rol in de geschiedenis van onze planeet. Ze hebben hoofdzakelijk invloed doordat ze stenen kunnen loswrikken en vervoeren. Tijdens het vervoer veroorzaken deze stenen verdere erosie wanneer ze over ander geologisch materiaal schuren dat nog vastzit op de rivierbodem. Dit effect is te zien in grote rivieren van deze wereld waarin altijd water stroomt, zoals de Amazone. Maar het is even goed te zien in rivieren in gebieden met een droog seizoen en een regenseizoen. Alleen in het regenseizoen stroomt er water door de rivieren. Zelfs woestijnen worden beïnvloed door overstromingen. Voor het grootste deel van het jaar staan ze droog. Maar als het gaat regenen, is het ook echt zware regen.

Op hun weg van bron naar monding, snijden alle rivieren zich in het aardoppervlak. De geulen waardoor het water stroomt, ontstaan door de werking van het water op het omringende gesteende. Dit kun je ergelijken met het resultaat als je met schuurpapier over een stuk hout schuurt. Er worden gronddeeltjes losgewrikt die piepklein of gigantisch kunnen zijn. Deze grond komt dan weer in botsing met de rivierbedding en haalt daar weer stukjes gelijksoortig materiaal los. Dat proces heet abrasie. De mate en het effect met dit proces hangen af van de stroomsnelheid van de rivier en de hoeveelheid sediment in het water.

Het water zoekt en vindt banen waarlangs het wegstroomt. Zo ontstaan geulen die breder en dieper kunnen worden waardoor zelfs kleine ravijnen gevormd kunnen worden. Dit heet geulerosie. Het belangrijkste effect van geulerosie is dat er een rivierdal wordt gevormd. Geulerosie werkt naar beneden, maar we zijn maar weinig rivierdalen die steile hellingen houden en lang in een V-vorm blijven. Uiteindelijk verandert de vorm an de geul, door de invloed an zijrivieren en door verwijdering in de breedte van de hoofdgeul. Aan de vorm van het rivierdal kun je het verschil zien tussen een 'jonge' en een 'oude' rivier.

De vorm van de rivier geeft wetenschappers veel informatie over de samenstelling van eronder en eromheenliggende gesteentelagen. Rivieren met een reeks bochten met rechte hoeken bijvoorbeeld, volgen meestal de richting van de diaklazen (breuk in een gesteente, waarlangs geen of nauwelijks beweging heeft plaatsgevonden) in het gesteente dat eronder ligt. Soms bewijst de aanwezigheid van zijrivieren die naar de hoofdriviver toestromen, dat er kalksteen in de ondergrond zit. Kalksteen laat water door en daardoor kan water in de ondergrond weglekken.

Sommige riviveren lijken een kriskras netwerk te vormen als ze van bovenaf worden bekeken. Dit wordt soms wel tralievormig of rechthoekig genoemd. Een tralievormig rivierstelsel ontstaat als er water over banden van gesteente stroomt, die dan weer hard en dan weer zacht zijn. Normaal zoekt het water dan de zachtere lagen op omdat het daar makkelijker doorheen kan stromen.

Een meander in de Franse rivier de Sioule

Rivierstelsels die van bovenaf op de nerven in een blad lijken, heten dendritisch of boomvormig. Ze ontstaan als de rivier voor het grootste gedeelte zonder weerstand en ongestuurd over het onderliggende gesteente kan stromen. Het gesteente oefent geen of weinig merkbare invloed uit op de loop van de rivier. Alle rivieren lopen door dalen. Een jonge rivier heeft meestal oevers die samenvallen met de dalwanden. In tegenstelling hiermee vallen de oevers vane en oude rivier over het algemeen niet samen met de dalwanden. Riviverbeddingen hebben altijd de neiging om bchten te maken. Als ze door de mens worden vastgelegd, zodat ze in een rechte lijn stromen, zullen ze meer sendiment dan normaal afzetten ern er ontstaan dan diepe en ondiepe plaatsen langs de bodem van hun loop.

Oudere, vlakkere rivieren proberen bochten en lussen te vormen. Dit heet meanderen. Meanderende rivieren zijn veel breder dan jonge, steile rivieren. Ze stromen in de buurt van de oevers sneller dan in het midden van de rivier. Daardoor wordt veel van het sediment dat ze bovenstrooms vergaard hebben in het midden afgezet. Dit komt doordat de stroomsnelheid voor een belangrijk deel bepaalt hoeveel sediment een rivier kan vasthouden.

Een vlechtende rivier (het Waimakariri) op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland

Wanneer een oude rivier grote hoeveelheden sediment afzet, kan de rivierbedding in een aantal kleinere stroompjes worden verdeeld. Die gaan uit elkaar en komen dan weer bij elkaar en vormen dan een typisch vlechtend patroom, bijvoorbeeld de het Waimakariri in Nieuw-Zeeland. Sediment wordt ook afgezet als de stroomsnelheid van de rivier minder wordt bij de monding in een meer, oceaan of delta.

Op plaatsen waar de helling plotseling afneemt bij de monding van een kloofdal of een ander dal vindt ook afzetting van sediment plaats. Hier kunnen zogenaamde puinwaaiers ontstaan. Deze puinwaaiers zijn belangrijk voor de economie. Ze zijn een belangrijke brom voor grondwater voor irrigratie, vooral in half droge gebieden, waar geen betrouwbare bronnen voor water zijn.

Alluviale vlakten of riviervlakten zijn vlakke gebieden die bestaan uit losse, sedimentaire afzettingen die langs oudere rivieren ontstaan. Ze worden af en toe overstroomt omdat ze te vlak zijn en laag liggen: het waterniveau hoeft maar iets te stijgen en de rivier overstroomt.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen