Wikijunior:De geschiedenis van de Aarde/Milieuproblemen
Uit Wikibooks
|
|
||||
De belangrijkste bronnen van industriële energie in de wereld zijn steenkool, aardolie en aardgas. Ze worden allemaal gewonnen uit fossielen. Deze brandstoffen leveren de mens grote voordelen op, maar tegelijkertijd brengen ze het milieu grote schade toe. Bovendien raken ze eens op: het zijn eindige energiebronnen. En als ze zijn uitgeput, kunnen ze niet worden vervangen.
Steenkool, aardolie en aardgas zijn onmisbaar in de wereld. Ze zorgen voor warmte en licht en ze zijn een krachtbron voor de industrie. Zonder deze fossiele brandstoffen zou de verbrandingsmotor niet beestaat en er zou ook nooit een auto of kolengestookte stoomlocomotief zijn geweest. Fossiele brandstoffen leveren op dit moment ongeveer 75% van de energie die wereldwijd wordt gebruikt.
Hoe belangrijk ze ook zijn, ze hebben nadelen. Als ze worden verbrand, komen er behalve energie ook ongewenste bijproducten bij. Grote delen van de aarde raken daardoor vervuild. Bovendien zorgen de verbrandingsproducten die in de lucht terechtkomen ervoor dat de aarde langzaam opwarmt. Veel milieudeskundigen zien de opwarming van de aarde als de ernstigste bedreiging van de wereld.
Fossiele brandstoffen produceren bij de verbranding zogenaamde koolstofgassen, het belangrijkste hiervan is koolstofdioxide. Deze gassen zorgen ervoor dat de atmosfeer rond de aarde meer warmte vasthoudt. Je moet weten dat zonlicht op het aardoppervlak wordt omgezet in warmte. De lucht wordt dus van onderaf opgewarmd. Warme lucht stijgt en een deel van de warmte ontsnapt op ten duur weer in de ruimte. De broeikasgassen kaatsen echter een deel van de warmtestraling terug naar de aarde, waardoor een minder overtollige warmte kan ontsnappen. Zo gaat de temperatuur omhoog.
Dit milieuprobleem wordt nog verergerd door de verwoesting van tropisch regenwoud en bossen. Planten en bomen nemen koolstofdioxide op en zetten het om in zuurstof. Hoe minder bomen er zijn, hoe minder koolstofdioxide er wordt opgenomen. In de laatste honderd jaar is de gemiddelde temperatuur van de lucht aan het aardoppervlak gestegen met ongeveer een halve graad. Sommige deskundigen denken dat het in het midden van de 21ste eeuw de aarde 1,5 graad warmer zal zijn dan nu. Andere vrezen dat het nog wel eens veel meer zou kunnen zijn. Dit is een probleem, want een wereldwijde temperatuurstijging van enkele graden Celsius kan grote gevolgen hebben voor het klimaat en de leefbaarheid van de aarde. Deskundigen voorspellen grotere droogte in veel delen van de wereld. Ook zijn er aanwijzingen dat op de Noord- en Zuidpol veel ijs zal gaan smelten. Het water dat dan vrijkomt, zorgt voor een stijging van de zeespiegel. Een hogere zeespiegel is een regelrecte bedreiging voor laaggelegen gebieden.
Er zijn andere nadelige bijeffecten van fossiele brandstoffen. In rook uit energiecentrales en fabrieksschoorstenen zit zwavel, een element dat het vocht in de lucht vervuild. Dit vervuilde vocht komt als neerslag weer op de aarde. We noemen het dan zure regen. Zure regen is een bedreiging voor de plantengroei op aarde en het leven in zee. Ook tast het steen en beton van gebouwen en standbeelden aan. De gevolgen van zure regen werden in de jaren zestig van de vorig eeuw voor het eerst ontdekt in Scandinavië. Eind jaren negentig was het probleem in Zweden zo ernstig dat in 20.000 van de 200.000 meren die het land heeft, geen vis meer leefde. In Canada wordt de winstgevende ahornsiroopindustrie bedreigd door de schade die zure regen aan de ahorns aanricht.
Een andere energiebron is kernenergie. Deze veroorzaakt geen zure regen, maar produceert wel straling, een mogelijke bron van nog ergere vervuiling. De ergste nucleaire vervuiling tot nu toe deed zich voor na een ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl (Oekraïne) in 1986. De explosie zelf eiste weinig slachtoffers, maar sindsdien is er een duidelijke toenamen van kanker en andere ziekten onder de bewoners van het omliggende gebied. Deze ziekten worden toegeschreven aan de blootstelling aan nuclaire vervuiling.
Er zijn dus veel dringende redenen om energiebronnen te gaan gebruiken die geen schade toebrengen aan het milieu. Dergelijke 'groene' energiebronnen zijn de zon (zonne-energie) en de wind. Ook zogenaamde biobrandstoffen staan in de belangstelling (dit zijn afvalstoffen die kunnen worden verbrand om energie te produceren). Sommige milieubeschermers dat we afstevenen op een ramp die zijn weerga niet kent. De aarde zou alleen nog gered kunnen worden door zo snel mogelijk over te gaan op 'groene' energiebronnen. Ook deskundigen die dit extreme standpunt niet delen, zijn het erover eens dat de mensheid niet eeuwig verder kan gaan met het gebruik van fossiele brandstoffen. Nieuwe energiebronnen zijn in ieders ogen dus dringend nodig.