Wikijunior:De geschiedenis van de Aarde/IJzertijd

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
The Earth seen from Apollo 17.jpg

De IJzertijd begon toen het eerste ijzer in gebruik werd genomen en het brons verving als basismateriaal voor voorwerpen. De IJzertijd is het laatste stadium van de ontwikkeling van de vroege mensheid.

Het ijzer komt meer op aarde voor dan koper of tin. Toch werd het pas veel later praktisch in gebruik genomen dan de twee andere metalen. IJzer wordt namelijk niet op zichzelf in de natuur gevonden. IJzer komt meestal voor als ijzererts en dat wordt dan omgesmolten. Dan blijft het ijzer over.

Het is niet bekend wanneer of waar ijzer voor het eerst werd gesmolten. Wel staat vast dat mensen in verschillende delen van de wereld deze doorbraak op verschillende tijden maakten. Dit komt vooral doordat het ruwe materiaal op veel plaatsen ter wereld beschikbaar is. Er zijn voorbeelden van ijzerwerkgevonden die meer dan 5000 jaar oud zijn. In de veertiende en dertiende eeuw voor Christus waren er in Turkije Hittieten. De ijzertechnologie uit die beschaving werd vanaf 1200 voor Christus door migranten naar Zuid-Europa en het Midden-Oosten gebracht. In Midden-Europa en Noord-Italië begon de IJzertijd tussen 800 en 750 voor Christus. IJzer werd gebruikt voor werktuigen, wapens, vervoermiddelen en kunst. De eerste vondsten stammen van de zogenaamde urnenveldencultuur. De mensen van de urnenvelden, voorouders van de Kelten kwamen uit delen wat nu Hongarije en Roemenië is. Tegen 750 voor Christus hadden ze zich verspreid tot Frankrijk, Spanje en Sicilië. Mensen an de urnenelden bouwden heuvelforten, doden werden gecremeerd en begroeven hun as in gebakken urnen. Daar komt hun naar vandaan.

De resten van een harnas uit de ijzertijd.

De IJzertijd in Europa wordt vaak in twee perioden onderverdeeld. Eerst kwam de Hallstattperiode, dat is vernoemd naar het grafveld in Salzkammergut in Oostenrijk. Daar zijn meer dan 2000 oude graven gevoden. Sommige van die graven bevatten ijzeren vaten, een paar bronzen harnassen en in een graf werd een vierdelige wagen gevonden. De tweede periode heet de La Tèneperiode. Hij is vernoemd naar de oostelijke oever van het Meer van Neuchâtel in Zwitserland. La Tène werd opgegegraven tussen 1907 en 1917. Er zijn veel belangrijke vondsten uit de IJzertijd gedaan. In ons land zijn veel sporen gevonden van bewoning uit de IJzertijd. Veel van die sporen zijn moeilijk meteen te herkennen als je erbij staat. Maar op luchtfoto's zie je het heel goed. Doordat de Nederlandse ondergrond zo zacht is en er in het westen veel overstromingen zijn geweest, is er aan het oppervlak niet veel over.

De eerste paalwoningen werden ontdekt in Zwitserland tijdens de droge zomers van 1853 en 1854. Het waterpeil van het Meer an Zürich was toen zo laag, dat stompen van palen zichtbaar werden. De palen hadden platformen gedragen waarop palen werden gebouwd. Paal woningen werden gebouwd op moerassige grond aan de oeers van meren. Waarschijnlijk stonden ze niet echt boven open water, zoals eens gedacht werd. Vanuit de paalwoningen werd gevist en gejaagd op waterwild. Ook werd van daaruit eenvoudige landbouw bedreven op het omringende lad. In onze streken trokken de mensen van vanuit de hoge gronden de kwelders in om er hun vee te laten grazen. Ze gingen op de hogere plaatsen wonen en hoogde die plaatsen kunstmatig verder op. Daardoor bleven ze ook bij hoog water droog. In Groningen worden deze hoogten wierden genoemd en in Friesland terpen.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen