Wikijunior:De geschiedenis van de Aarde/IJstijden
Uit Wikibooks
|
|
||||
Wanneer de laatste ijstijd precies eindigde is niet nauwkeurig te bepalen. Men denkt ongeveer 20.000 jaar geleden. oordat het ijs zich uiteindelijk helemaal teruggtetrokken had, heeft het veel fascinerende geologische verschijnselen gecreëerd. De sporen daarvan zijn nog steeds in verschillende delen van de wereld te zien.
Als we het over 'de ijstijd' hebben, bedoelen we meestal de laatste van verschillende ijstijden die van tijd tot tijd zijn opgetreden door de geschiedenis van de Aarde heen. De laatste ijstijd die door wetenschappers de Kwartaire ijstijd wordt genoemd, begon tussen de 1,7 miljoen en 500.000 jaar geleden. De gemiddelde temperatuur ging over de hele wereld enorm omlaag, niemand weet eigenlijk precies waarom. Enorme ijspakketten ontwikkelden zich op de Noord-Amerikaanse en Europese hoogvlakten. Hiervandaan verspreidden ze zich over het grootste deel van het noordelijk halfrond. Vooral de noordelijke helft an Noord-Amerika en ongeveer een kwart van Europa en Azië werden beïnvloed door het ijs. Men denkt dat het landijs zich met een snelheid van zo'n 100 meter per jaar uitbreidde. Op het zuidelijk halfrond is er minder land. Maar ook daar zijn de invloeden van het ijs terug te vinden, vooral in de Zuid-Amerikaanse Andes, de Nieuw-Zeelandse Alpen en op Tasmanië. Op dit moment is zo'n 10% van de aardoppervlak bedekt van ijs.
Onze kennis over de prehistorie is sterk toegenomen dankzij de moderne wetenschappelijke onderzoeken. Geologen hebben bijvoorbeeld kunnen berekenen dat tijdens de IJstijd het ijsdak in Noord-Amerika ongeveer 3 kilometer dik was en in Europa ongeveer 2,5 kilometer. Zij concludeerden dit na bestudering van hele kleine fossieletjes. Deze overblijfselenvan eerdere levensvormen werden afgezet. Ze werden niet meer verplaatst toen de gemiddelde temperatuur op aarde weer steef. Toen de IJstijd eindigde en het ijs smolt, steeg de zeespiegel van de wereldzeeën tussen de 100 en 140 meter. Dit is ook weer afgeleid uit geologische principes. Verschillende kliffen met vlakke gebieden die door brekende golven worden geërodeerd) liggen nu bijvoorbeeld 100 tot 140 meter benede zeespiegel. Ze zijn gevormd toen ze nog aan het aardoppervlak lagen.
Hoewel gesteenteformaties eroderen en veranderen over langere periodes heeft de Kwartaire ijstijd een blijvende invloed op de Aarde gehad. Die invloed is nog steeds op veel plaatsen te zien. Voorbeelden daarvan zijn de vele gesteenteformaties die van oorsprong alleen maar maar op de meest noordelijke landmassa's voorkomen, maar die je ook veel verder naar het zuiden kunt aantreffen. De gletsjers uit de ijstijd hebben niet alleen gesteentelagen over grote afstanden verplaatst, maar ze hebben ook zelf afzettingen gemaakt. Tot hoever het landijs zich heeft uitgebreid, kan ook over grote afstanden verplaatst, maar ze hebben ook zelf afzettingen gemaakt. Tot hoever het landijs zich heeft uigebreid, kan ook worden afgeleid uit gesteenteformaties die van gletsjers afkomstig zijn. Ze worden aangetroffen in gebieden die nu te warm zijn om gletsjers te kunnen hebben. Bijvoorbeeld zwerfstenen, eindmorenes en dikke afzettingen van löss en dekzanden zie oorspronkelijk werden neergelegd door winden die vanaf het landijs bliezen.
Er zijn minstens vier andere ijstijden uit de geschiedenis van de Aarde bekend. De eerste trad op tussen 2300 miljoen en 1700 miljoen jaar geleden. De volgende eindigde ongeveer 670 miljoen geleden. De derde ongeveer 420 miljoen jaar geleden en de vierde begon 290 miljoen jaar geleden.
Van deze eerdere ijstijden is minder geologisch bewijs overgebleven doordat gesteenteformaties voor langer aan veranderingen blootstonden. Sommige aanwijzingen zijn te vinden in een sendiment dat keileem heet en dat tussen 420 en 290 miljoen jaar geleden werd gevormd. Maar ook door verschillende oorzaken is die keileem ondertussen ook veranderd. Het werd nat en droogte weer op. Het werd samengeperst door nieuwe lagen die erop kwamen. Chemische stoffen in het water die eroverheen spoelden, werkte erop in. Toch vinden geologen nog gesteente dat bestaat uit aan elkaar gekit grind en versteend klei met laagjes evenwijdig aan elkaar, waarvan ze kunnen bewijzen dat ze uit eerde periodes stammen.
Iedere ijstijd duurde tussen één en tien miljoen jaar. Geologisch gezien zijn dit heel korte periodes. Maar de tijd die zit tussen de vorige ijstijd en de volgende is nog veel korter. De laatste grote bevriezing van de Aarde eindigde 20.000 jaar geleden. Wetenschappers voorspellen dat de volgende ijstijd over 23.000 jaar zal beginnen. Die voorspelling is erop gebaseerd dat de aarde om de 100.000 jaar voor langere tijd van de zon af komt te staan. In zo'n periode dalen de temperaturen sterk. Wij zitten nu in tussentijd, een periode waarin de aarde eigenlijk toch nog dicht bij de zon staat met zijn 149,6 miljoen kilometer.