Wikijunior:De geschiedenis van de Aarde/Fossiele brandstoffen

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
The Earth seen from Apollo 17.jpg
Steenkool
Met deze jaknikker wordt er naar olie gepompt.

Aardolie, aardgas en steenkool worden fossiele brandstoffen genoemd. Fossiele brandstoffen leveren chemische energie. Deze chemische energie kan worden omgezet in warmte door de brandstof te verbranden. De warmte die zo ontstaat, kan het eindproduct van de energie-omzetter zijn. Denk aan een cv-ketel die de warmte levert voor het verwarmen van een woonhuis.

Warmte kan ook een tussenproduct zijn. Dat zie je bijvoorbeeld in een elektriciteitscentrale. In zo'n centrale wordt aardgas of steenkool verbrand. Met de vrijkomende warmte wordt water verhit. Er ontstaat stoom met een temperatuur van 500°C en een zeer hoge druk. De stoom laat de schoepen van een stoomtubrine ronddraaien. Aan de as van de turbine is een generator gekoppeld die elektrische energie levert aan het lichtnet. Die elektrische energie is het eindproduct.

Steenkool is ontstaan uit resten van dieren of planten die zijn bedekt met schalie, klei of zandsteen. Deze resten werden flink samengeperst door de druk van erbovenliggende lagen en voila, steenkool. Maar niet al het steenkool is even goed. Hoe dieper het gewonnen is, hoe beter het kool van kwaliteit is. De diepste steenkool heeft namelijk grote druk doorstaan en is dus meer geconcentreerd dan de kolen die niet zo diep liggen. De beste steenkool heet antraciet. Dat bestaat bijna alleen uit pure koolstof en dat bestaat bijna alleen uit pure koolstof. Dat wordt gebruikt als brandstof voor het huishouden.

De samenstelling varieert, maar het is meestal een mengsel van koolwaterstoffen (verbindingen van alleen koolstof en waterstof). Net als steenkool is aardolie in miljoenen jaren ontstaan uit onvolledig vergane planten- en dierenresten die onder dikke lagen van gesteente kwamen te liggen. Als dit is gewonnen, gaat het naar raffinaderijen. Daar wordt het gescheiden in zogenaamde fracties. De verschillende koolwaterstoffen worden uit het mengsel gehaald, door het te destilleren. Daar wordt de aardolie verit en verdampt. De dampen worden door een soort toren geleid en worden daar weer vloeibaar. Zo kunnen er de verschillende aardolieproducten van worden gemaakt, waaronder benzine en diesel. Er wordt veel olie gewonnen in China, Irak, Libië, Mexico, Nigeria, Rusland, Saoedi-Arabië, Venezuela, de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten. De grootste aardolievelden vind je in het Midden-Oosten.

Aardgas wordt ook binnenin de aarde gewonnen. Ze bestaan vooral uit een mengsel van koolwaterstoffen bestaan voor een groot deel uit methaan, wat heel explosief is. De samenstelling van aardgas varieert van plaats tot plaats en er kan kooldioxide, stikstof, waterstof, koolmonoxide en helium in zitten.

Aardgas wordt vaak op dezelfde plaats gewonnen als aardolie, maar het komt ook voor in bijv. zand. Aardgas wordt over de hele wereld gewonnen, vooral in Rusland en de Verenigde Staten van Amerika. In 1959 werd er in Slochteren (Groningen een groot aardgaveld ontdekt. Ook in de Noordzee is aardgas gevonden. Inmiddels zijn bijna alle huishoudens op het aardgasnet aangesloten. Het economisch voordeel is dus enorm.

Fossiele brandstoffen zijn onmisbaar voor de economie. Maar ze brengen ook problemen mee. Fossiele brandstoffen kun je maar één keer gebruiken en ze raken uiteindelijk op. Ook wordt het broeikaseffect veroorzaakt. Dan wordt de warmte van de aarde die eigenlijk naar de ruimte moet ontsnappen, op aarde blijft. Daardoor stijgt de temperatuur.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen