Wikijunior:De geschiedenis van de Aarde/Fjorden

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
The Earth seen from Apollo 17.jpg
Een fjord.

Fjorden zijn lange, diepe en smalle inhammen van de zee. De beroemdste liggen in Noorwegen, maar ze worden ook op andere plaatsen gevonnden. Ze hebben allemaal dezelfde kenmerken. Ze zijn ontstaan door de werking van massa's ijs, gletsjers, die zich als beroren rivieren naar de zee bewogen. Fjorden komen alleen voor langs bergachtige kusten in een gebied die vroeger een koud klimaat kenden. In die gebieden konden gletsjers zich zo ver uitbreiden dat ze lager kwamen te liggen dan het huidige zeeniveau.

De fjorden zijn ontstaan doordat gletsjers door al hun bestaande dalen 'stroomden' en deze tot grote diepten uitschuurden. Het bewegende ijs pikte onderweg veel losse rotsen op die langs ze zijkanten en de bodem van het daal schuurden en zo slepen ze het dal steeds verder uit. Deze rotsen kwamen op verschillende manieren op en in de gletsjer terecht. Soms waren het losse stukken rots die al onder het ijs lagen, maar ook rotsen die door vorstverwerking los waren komen te zitten in de dalwand. Uiteindelijk vielen zulke stukken rots vanaf de dalwand op de gletsjer. De krachtigste gletsjers waren sterk genoeg om rotsen die nog goed in de aardkorst vastzaten, los te wrikken.

Aan de vorm van de fjorden is te zien dat het ijs van de gletsjer, net als het water van een rivier, de weg van de minste weerstand volgde. Het verplaatste zich door bestaande rivierdalen en zachtere gesteenten. Terwijl de gletsjer langzaam naar beneden stroomde, wreven de rotsen die de gletsjer meervoerde tegen de o mringende aarde aan. Dat veroorzaakte afslijting: uitschuring door ijs. De aarde die in de weg lag, werd door de gletsjer meegevoerd. Die enorme ijsmassa had ook een enorm gewicht. Vooral op plaatsen waar de aardkorst zwak was, veroorzaakte de gletsjer ook bodemdaling: het dal werd daardoor nog verder uitgediept. De laatste fase van de fjordvorming vond ongeveer 10.000 jaar geleden plaats. Door de stijgende temperatuur smolt het ijs waardoor de zeespiegel steeg en de dalen vol water liepen. Gewone zee-inhammen en baaien worden dichter bij de kust steeds minder diep. Bij fjorden is dat juist andersom: het diepste gedeelte van de fjord is te vinden aan het 'gesloten' einde, dat het verst van open zee vandaan ligt. De gletsjers zijn namelijk ontstaan doordat het ijs vanaf de zwaarbesneeuwde bergtoppen bijna loodrecht in het dal naar beneden stortte. Dat zorgde voor een enorme neerwaartse druk, waarbij het ijs soms wel meer dan 1000 meter in de aardkorst werd gedrukt.

Of ze nu fjorden zijn of niet, alle dalen die door gletsjers zijn gevormd, worden glaciale troggen genoemd. Het verschil tussen een fjord en ieder ander glaciaal dal is, dat een fjord in verbinding staat met de zee en bevuld is met water. De ravijnachtige zeearmen zijn vaak nnet zo diep als de omringende bergen hoog zijn. De verschillen tussen een gletsjerdal en een dal dat is uitgeschuurd door stromend water zijn duidelijk. Een glaciaal dal is rechter en heeft steilere zijkanten dan een rivierdal. Glaciale troggen hebben ook heel ruwe bodems. Kenmerkend is dat ze zijn bedekt met hopen rotspuin, die we morenes noemen. Morenes vind je vooral aan het uiteinden wat eens de letsjer was. In tegenstelling hiermee hebben de meeste rivierdalen gladde bodems.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen