Wikijunior:De geschiedenis van de Aarde/De bodem
Uit Wikibooks
|
|
||||
Een groot deel van het oppervlak van de aarde is hiermee bedekt. De bodem bestaat uit hele kleine korreltjes gesteente en deeltjes van organische oorsprong. Deze beide bestanddelen zijn uit elkaar gevallen, maar nog niet verhard tot een nieuw gesteente.
Alle bodems zijn eigenlijk een mengsel hele kleine deeltjes anorganisch materiaal en organisch materiaal, vooral afkomstig van planten. De dikte van de bodem kan variëren van een fractie van een millimeter tot een aantal meters. Tussen de bodem en het harde gesteente dat eronder ligt, bevindt zich de zogenaamde ondergrond. Dit is een laag van gebroken en deels verwwerd gesteente.
Een verticale doorsnede van de aarde, van de bovenste bodemlaag door de ondergrond tot aan het hard gesteente, wordt een bodemprofiel genoemd. Als je de aarde verticaal afgraaft, zie je verschillende horizontale lagen op elkaar liggen. Deze lagen worden horizonten genoemd. Bodemkundigen maken een onderverdeling in A-horizort, B-horizont en C-horizont. De bovenste laag is de A-horizont, het meest verweerde deel van de bodem. De A-horizont bevat de grootste hoeveel organisch materiaal: levende wezens zoals planten, struiken en allerlei diertjes, maar vooral ook de resten van afgestorven wezens.
In de lagere delen van de A-horizont zitten minder chemische elementen dan in de bovenste delen. Dit komt door een vorm van chemische verwering die uitloging wordt genoemd. Uitloging gebeurt wanneer zure stoffen, die opgelost zitten in regenwater, door de bodem sijpelen en de geologische bestanddelen ervan afbreken. En duidelijk oorrbeeld hiervan is de oplossing van kalksteen door water waarin kooldioxide is opgelost. Intensieve uitloging verwijdert de meeste chemische elementen uit de bodem. De belangrijkste uitzonderingen zijn aluminium en ijzer. Deze metalen bijven bovenin de bodem zitten. We kennen ze als de mineralen bauxiet lateriet.
De B-horizont bestaat uit hetzelfde materiaal als de laag erboven, maar omdat hij dieper ligt, is deze laag minder verweerd dan de A-horizont. In de C-horizont zit het moedermateriaal waaruit de horizonten A en B zijn ontstaan. In gebieden met vast gesteente meteen onder de bodem onderscheidt men ook nog een D-horizont. Deze bestaat uit los gesteente dat nog niet chemisch verweerd is.
Het belangrijkste minerale bestanddeel van iedere bodem is kristallijne klei. Klei ontstaat door de verwering van veldspaten en andere silicaten en door uitloging van silicumdioxide. Het op een na belangrijkste bestanddeel van de bodem is organisch materiaal dat humus wordt genoemd. Het bestaat uit planten- en dierenresten die door bacteriën en schimmels verder zijn afgebroken. Humusvorming gaat heel snel. In minder dan vijf jaar kan de hoeveelheid humus in een bodem verdubbelen of halveren.
Het anorganische deel van iedere bodem kan ontstaat uit het gesteente dat eronder ligt. Maar het kan ook door wind of water van elders zijn aangevoerd. Daardoor geeft de samenstelling van de bodem niet altijd een betrouwbare aanwijzing over welk vast gesteente eronder ligt. Wel is er altijd een nauwe verwantschap tussen bodem, plantengroei en het klimaat er plaatsen. Zware regenval en erg poreus gesteente zorgen bijvoorbeeld voor sterke uitloging.