Wikijunior:Computerzaken/Toets hoofdstuk 1
Uit Wikibooks
[bewerken] Meerkeuzevragen
|
1. Hoe noem je het als je één keer op de rechter muisknop drukt?
2. Hoe noem je het als je twee keer op de linker muisknop drukt?
3. Hoe noem je het als je iets over het scherm verplaatst?
4. Hoe noem je het als je iets over het scherm verplaatst?
5. Welke toetsen hebben steeds een andere betekenis?
6. Met welke toets maak je hoofdletters?
7. Met welk onderdeel voert de computer gegevens uit?
8. Wat is een processor?
9. Wat gebeurt er met het intern geheugen als de computer uitgaat?
10. Waar kunnen de meeste gegevens op?
|
11. Op welk soort schijfje passen de meeste gegevens?
12. Op welk soort schijfje kun je zelf bestanden zetten en ook afhalen?
13. Wat is een back-up?
14. Wat hoort bij een beeldscherm?
15. Wat hoort bij een bewegend beeld?
16. Wat is een aanraakscherm?
17.Hoe noem je een telefoon waarbij je de ander ziet?
18. Wat is videoconfereren?
19. Wat heb je nodig om een foto uit de krant in je computer te laden?
20.Wat heb je nodig om een heel scherpe afdruk te maken?
|
[bewerken] Open vragen
1. Op sommige toetsen staan twee tekens. Welke toets houd je ingedrukt voor het bovenste teken?
2. Welke twee toetsen kun je gebruiken om hoofdletters te tikken?
3. Verwijdert de Delete-toets het teken voor of na de cursor?
4. Hoe wordt een moderne computer meestal genoemd?
5. Welke afkorting geven we daaraan?
6. Geef een moeilijk woord voor computerapparaten.
7. Geef een moeilijk woord voor computerprogramma's.
8. Hoeveel bytes is een Megabyte ongeveer?
9. Wat voor soort geheugen is een harddisk?
10. Wat heb je nodig om een foto te maken die je op je computer wil laten zien?
[bewerken] Praktische opdracht
Onderzoek de computers die staan in de ruimte waarin je deze toets maakt en beantwoord de volgende vragen.
1. Welke soorten computers staan er in het lokaal waar je werkt? Hoe herken je ze?
2. Kun je op de computer die jij gebruikt een cd gebruiken? Hoe zie je dat?
3. Hoeveel inch is het beeldscherm waarmee je werkt? Hoe weet je dat?
4. Op welke soort printer worden jouw gegevens afgedrukt? Hoe weet je dat?
5. Is er een multimedia PC aanwezig in de cursusruimte waar je nu zit? Zo ja, waaraan herken je het?