Programmeren in REXX/Afhandeling van fouten en excepties
Uit Wikibooks
|
|
|
|
In REXX is het mogelijk om fouten en andere excepties te onderscheppen met de SIGNAL-instructie. De taal kent 5 systeem-conditions: ERROR, FAILURE, HALT, NOVALUE en SYNTAX. De afhandeling van elk van deze kan aan- of uitgezet worden.
Dit voorbeeld zal blijven draaien totdat de gebruiker het stopt:
signal on halt; a = 1 do a = (a + 1) // 10000 say a end halt: say "Het programma werd gestopt door de gebruiker" exit
Als een systeemcondition wordt afgehandeld met SIGNAL ON dan kunnen de SIGL en RC systeemvariabelen gebruikt worden om te analyseren wat er is gebeurd. RC bevat de REXX-foutcode en SIGL bevat het regelnummer waar de fout is opgetreden.