Platbodemzeilen op een Volendammer Kwak/Bijlage rondhouten

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek

Inhoud

[bewerken] RONDHOUTEN MAKEN

[bewerken] Inleiding

Bij de inventaris van een platbodem horen nogal wat rondhouten. De belangrijkste zijn: mast, giek, gaffel en kluiverboom. Maar er is veel meer: een bezaanstutter, een fokkeloet, een haakstok om in het achterlijk van de fok te zetten, een pikhaakje, vaarbomen. Voor de visserij kan daar nog een kuilhout bijkomen. Als de breefok wordt gebruikt, geeft dat nog drie extra rondhouten (raai, onder- en bovenstok).


Met al die stokken breekt er nog wel eens wat. Het is dan handig, als je zelf in staat bent om een nieuw rondhout te schaven. Deze handleiding kan daarbij van pas komen. Als je een groot rondhout met een perfect profiel wilt maken, bijvoorbeeld een mast, dan komt er wel iets meer bij kijken dan hier staat beschreven. Daar is dit verhaal dus niet voor bedoeld.


[bewerken] Het gebruikte hout

We gebruiken over het algemeen ronde stammetjes, of hartvrij, vierkant gezaagd balkhout. Hartvrij balkhout heeft de voorkeur, omdat het minder snel splijt in de lengte en omdat de eerste bewerkingsstappen (afschrijven en vierkant op dikte schaven) makkelijker zijn. Als we een stammetje gebruiken, moet het ontschorst zijn. Eventuele schorsresten kun je weghalen met een haalmes. Uiteraard moet de houtdikte overal ruimschoots voldoende zijn om het rondhout “eruit te halen”. Het hout moet verder zoveel mogelijk vrij zijn van houtfouten. Voorbeelden daarvan: breuken, transportschade, te veel spint, te grote krimpscheuren, te grote concentraties van noesten, hart te ver uit het midden. Verder spreekt het voor zich, dat de stam goed recht moet zijn. Een stam die serieuze fouten vertoont, is onbruikbaar.

[bewerken] Gereedschappen

Met de volgende spullen kom je een heel eind:

  • twee stevige schragen van ca. 70 cm hoogte, een steunplankje (zie verderop) en twee lijmtangen
  • een slaglijn, liniaaltje, rolmaat, winkelhaak, timmermanspotlood en viltstift
  • een elektrische plus een handschaaf (beide natuurlijk scherp)
  • een haalmes en een handzaag
  • een vlakschuurmachine of schuurlinnen
  • een oude schuurband en een vetkrijtje


[bewerken] Maatvoering

De meeste rondhouten zijn niet overal even dik, maar ze hebben een dikteverloop. Het dikste punt zit ergens op 30 tot 50% van de lengte. Vanuit dat punt zijn ze naar beide uiteinden geleidelijk dunner geschaafd. De dikte heeft een "bol" verloop, min of meer sigaarvormig.

Er zijn verschillende manieren om een mooi strokend dikteverloop in je rondhout te krijgen:

  • uit de vrije hand. Voor amateurs niet aan te raden.
  • een berekend profiel op basis van de cirkelformule (het profiel is namelijk de projectie van een cirkelsegment).
  • zelf een dikteprofiel maken, door een dun strooklatje in een strokende bocht vast te zetten op millimeterpapier. De X-coördinaten van het strooklatje kun je uitdrukken als procenten van de maximum dikte. De Y-coördinaten als procenten van de lengte, vanaf het dikste punt gezien. Deze percentages kun je loslaten op de werkelijke houtlengte- en dikte.


Zo stel je 15 à 20 meetpunten vast, verdeeld over de lengte van de stam. Bij elk punt hoort een diameter. Het dikste punt moet één van de meetpunten zijn. In de buurt van het dikste punt kun je vrij grote afstanden tussen de meetpunten laten, omdat de dikte daar maar weinig verandert.


We werken deze gegevens uit tot een schaaftabel. Deze tabel heeft 5 kolommen:

  • puntnummer: volgnummer van het lengtepunt, beginnend bij punt 0 aan één uiteind.
  • maat L: lengte-afstand van het meetpunt, vanaf punt 0 gemeten, in cm.
  • maat D: de diameter van het rondhout, op het betreffende lengtepunt.
  • maat S: de straal. Dit is de helft van de diameter
  • 8-kantmaat: breedte van de achtkantvlakken, die je strak schaaft. Dit is 41% van de diameter.
  • 16-kantmaat: breedte van de zestienkantvlakken, die je daarna schaaft. Dit is 20% van de diameter.


N.B.: de benodigde diktes moeten natuurlijk wel ruimschoots uit het beschikbare hout zijn te halen!

[bewerken] Afkorten

Maak de stam ruwweg op lengte, met een handzaag. Zorg, dat je aan beide uiteinden ca. 15 cm extra hout overhoudt, om schaaffoutjes bij de aanzet later kwijt te kunnen raken.


[bewerken] In positie leggen

Maak een plankje (multiplex) van ca. 40 x 15 cm. Zaag een een V-vormige inkeping aan één lange kant. De hoek van de "V" moet 90 graden zijn; de diepte ca. 7 cm. Klem dit plankje met lijmtangen horizontaal aan de drager van één van de schragen. De inkeping steekt boven de schraag uit. Wanneer je de stam in de inkeping legt, kan hij niet rollen. De bovenkant, waaraan je wilt schaven, blijft perfect op zijn plek zitten.

[bewerken] Hartlijn uitzetten

Schaaf één vlak kantje van 20-30 mm breed aan de stam, over de hele lengte. Gebruik de elektrische schaaf en hou deze goed horizontaal. Het schaafvlak moet redelijk vlak zijn in de lengterichting.


Nu gaan we een hartlijn neerzetten op deze vlakke kant. Gebruik hiervoor de slaglijn. Dit gaat het beste met een helper. No.1 trekt spanning op de lijn; no.2 tilt hem op in het midden en laat hem terugslaan, zodat je in één keer een mooie krijtlijn op je hout hebt. Deze zijde van de stam noemen we vanaf nu noord. Schrijf met viltstift de puntnummers van de schaaftabel bij de krijtlijn, op de juiste lengte-afstanden (maat L).

[bewerken] Vierkant schaven

Uit de stam gaan we nu een vierkante balk schaven, met het juiste dikteverloop. Daarbij beginnen we met de oostkant.


Draai de stam zó, dat Oost boven ligt. Noord, met daarop de hartlijn, zit dan opzij. Maak nu een schaafvlak aan de bovenzijde. Hou je schaaf goed horizontaal. Het schaafvlak moet de juiste bolling in lengterichting krijgen, met het de grootste hoogte bij het toekomstige dikste punt. De schaafdiepte controleer je, door met een winkelhaak en liniaal steeds maat S uit de schaaftabel af te passen vanuit de hartlijn, die opzij zit.


Draai nu de stam precies 180 graden, zodat West boven komt. Het hulpstuk met de inkeping gebruik je even niet. Maak bovenop weer een schaafvlak, met de juiste hoogtes t.o.v. de hartlijn op Noord. Controleren en nastroken. Sla op deze westkant nu een nieuwe hartlijn, met behulp van de slaglijn. Zet de lengtepuntnummers met viltstift bij de lijn.


Draai nu Zuid boven. Maak hier een schaafvlak met de juiste hoogtes vanuit de nieuwe hartlijn op West. Controleer met de winkelhaak de haaksheid ten opzichte van het oost- en westvlak! Tenslotte weer 180 graden draaien, zodat we Noord definitief op hoogte kunnen schaven. De eerste slaglijn verdwijnt daarbij uiteraard. Haaksheid controleren.


Controleer ten slotte de stroking van elk schaafvlak, door er vanaf een uiteinde van de stam langs te kijken. Eventuele hobbels markeer je en schaaf je voorzichtig bij. We hebben nu een vierkante balk, met het juiste dikteverloop.

[bewerken] Achtkantig schaven

Leg de balk terug in de V-vormige inkeping van het hulpstukje. Schaaf nu één voor één de achtkantvlakken eraan. De breedte van deze vlakken is de 8-kantmaat uit de schaaftabel. Controleer, of de N/W/Z/O-kanten op dezelfde breedte uitkomen. Controleer ook de stroking van de nieuwe schaafvlakken en werk zonodig bij.


We hebben nu een achtkantige balk, met het juiste dikteverloop. Het begint erop te lijken!


[bewerken] Zestienkantig schaven

Trek met potlood cirkels rondom de balk, op regelmatige afstanden van ca 50 cm. Bij dunne rondhouten ga je nu over op de handschaaf. Schaaf de zestienkantvlakken eraan. De potloodcirkels worden nu onderbroken bij elk nieuw schaafvlak. Er ontstaan stippellijnen; de onderbrekingen moeten even breed worden als de lijntjes die blijven staan. Je kunt de breedte checken met de 16-kantmaat uit de schaaftabel. Let op, dat je balk steeds zó draait, dat de "rib" precies bovenaan zit. En hou je schaaf goed horizontaal.


[bewerken] 32-kantig schaven

Bij het 32-kant schaven is het zaak om de schaaf precies op de rib tussen de twee "oude" schaafvlakken te houden. Die rib kan lastig zichtbaar zijn, omdat het hoekverschil tussen de schaafvlakken maar klein is. Hier is een praktisch hulpmiddeltje voor:


Neem een (versleten) band van een bandschuurmachine. Knip deze open. De achterkant van de band goed inwrijven met vetkrijt of wasco. Trek de band zigzaggend over het rondhout-in-wording. De overgangen tussen de schaafvlakken worden nu als scherp afgetekende lijnen zichtbaar!


Voor het bepalen van de breedte van de nieuwe schaafvlakken kun je weer gebruikmaken van potloodcirkels rondom de balk.


[bewerken] Rondschuren, afkorten en afwerken

De schaaf kan nu aan de kant; het verder rondmaken doen we doormiddel van schuren. Dit kan met schuurlinnen, of met een excenterschuurmachine. Begin met korrel 40 om zo snel mogelijk vanuit 32-kant naar rond te komen. Daarna fijner gladschuren, met korrel naar behoefte. Een bandschuurmachine neemt te snel af en kan je werk grondig verpesten!


Het rondhout wordt ten slotte definitief op de juiste lengte afgekort en voorzien van het benodigde beslag (bijvoorbeeld een teen en/of een knop) en uiteraard een conserveringslaag.

[bewerken] Doorzakking compenseren

Een giek zal zijn hele leven tussen 2 uiteinden hangen. Hij zakt dan op de lange duur wat uit in het midden. Dit kun je compenseren, door bij het maken van de giek in de fase "vierkant" géén bolling aan de toekomstige onderzijde mee te geven. Die bolling zakt er in de loop der tijd vanzelf wel in. De bovenkant krijgt dubbel zoveel bolling als eigenlijk nodig; dit zakt er dus vanzelf weer uit. De zijkanten krijgen meteen de beoogde bolling.



terug naar beginpagina


Heckert GNU.png Deze pagina is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License (GFDL) en nog niet onder CC-BY-SA. Klik hier voor meer informatie.

Wilt u deze tekst gebruiken onder de Creative Commons CC-BY-SA licentie?
Klik dan hier om te kijken van welke gebruikers u nog toestemming nodig heeft.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen