Onderwijstechnologie/Waarom onderwijstechnologie?
Uit Wikibooks
Onderstaand artikel vertrekt vanuit de vraag waarom onderwijstechnologie gebruikt zou moeten worden in ons onderwijs. Het artikel is enerzijds gebaseerd op de slides die ons werden aangereikt door prof. F. Questier tijdens de lessen ‘Onderwijstechnologie’ en anderzijds op de inbreng van de studenten tijdens deze lessen. Er zal zowel aandacht zijn voor de voor- als de nadelen die onderwijstechnologische toepassingen met zich kunnen meebrengen.
Inhoud |
[bewerken] Voordelen
De voordelen van het gebruik van technologie in het onderwijs zijn legio. Onderwijstechnologie wordt bijvoorbeeld gezien als de manier bij uitstek om in te spelen op de leefwereld van de leerlingen. Met ICT trek je met andere woorden de aandacht van de leerlingen en motiveer je hen. Het gebruik van ICT maakt een les voor de leerlingen aantrekkelijker en boeiender. Daarom is het een goed idee een theoretisch vak in een digitaal jasje te steken. Aangezien leerlingen zich slechts korte tijd kunnen concentreren, is het afwisselen van werkvormen en het daarin verwerken van ICT een manier om leerlingen aandachtig te houden. Daarnaast werkt het gebruik van digitale leermiddelen voor sommige leerlingen zeker drempelverlagend. Het gebruik van technologie biedt eveneens de mogelijkheid om leerstof concreter te maken bijvoorbeeld aan de hand van audiovisuele ondersteuning. Als leerkracht kan je ook verder gaan: onderwijstechnologie biedt de mogelijkheid het leerproces in handen van de leerlingen te geven. Dan kunnen ze werken aan hun persoonlijke kennisontwikkeling en dit op hun eigen tempo. Dit verhoogt de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de leerlingen. ICT in het onderwijs biedt dus meer dan een medium voor praktische informatie. Door technologie te implementeren in het onderwijs leren leerlingen daarenboven op verschillende manieren om te gaan met informatie: hun technologische en creatieve geesten krijgen de nodige stimulans. Bovendien bieden sommige toepassingen de leerlingen de mogelijkheid tot zelfevaluatie, bvb. door videoanalyse of onlinetestjes.
Een ander voordeel is dat het gebruik van onderwijstechnologie vernieuwend kan werken voor de leerkracht. Als gevolg daarvan kunnen zowel leerkrachten als leerlingen ervaren dat er een zekere overbrugging van de generatiekloof, die hen doorgaans scheidt, tot stand komt. De leerkracht kan digitaal leermateriaal ook gemakkelijk aanpassen en actualiseren.
De overgang naar een kennismaatschappij plaatst de scholen bovendien voor een grote uitdaging. De leerlingen moeten niet langer enkel kennis assimileren maar moeten leren omgaan met enorme hoeveelheden informatie. Dat vraagt bijgevolg een vernieuwing van het onderwijsproces. ICT kan dit veranderingsproces mee op gang brengen.
Ten slotte speelt technologie in al zijn vormen een belangrijke rol in de huidige samenleving: door op vroege leeftijd - en bijgevolg op school - gebruik te maken van ICT, worden de technologische vaardigheden van de leerlingen verbeterd. Zo worden ze voorbereid op de arbeidsmarkt.
Belangrijk hierbij is de notie 'technologische vaardigheden'. Vaak blijkt dat ICT in het onderwijs gekoppeld is aan bepaalde platformen zoals bijvoorbeeld Windows, die duur zijn in aankoop en in updates. Dit terwijl er kosteloze alternatieven bestaan: Open Source Software. De technologische vaardigheden die worden beoogd,dienen om de leerlingen in staat te stellen om ook met deze OSS om te gaan en om te vermijden dat hun vaardigheden gekoppeld blijven aan een bepaalde toepassing van een bepaalde producent. Over de Open Source Software volgt meer in een later hoofdstuk.
[bewerken] Leerefficiëntie verhogen
De implementatie van technologie in het onderwijs biedt de leerlingen de mogelijkheid tot actief (vb. door de leerlingen tijdens het jaar actief te laten bezig zijn met de leerstof), constructief (vb. aan de hand van het gebruik van een discussieforum), coöperatief, authentiek (dat is beter dan fictieve voorbeelden in een boek: de leerlingen zoeken échte sites met voorbeelden), zelfgestuurd en informeel leren.
[bewerken] Individualisatie en flexibilisering
Naast een verhoging van de leerefficiëntie kan onderwijstechnologie tevens een onderwijs op maat bieden voor elke student. Niet iedereen heeft dezelfde leerstijl, leertempo en sturing van het leerproces nodig. Onderwijstechnologie kan dan ook de mogelijkheid bieden om deze drie factoren op de individuele leerling af te stemmen, waarbij elke leerling de voor hem of haar gepaste leerstijlondersteunende middelen – zoals audio-, visueel- en/of tekstmateriaal – en het voor hem of haar gepaste tempo kan uitkiezen en volgen. Zo zorgt men ervoor dat de differentiatie binnen de klas niet uit het oog verloren wordt.
[bewerken] Faciliteren van het leren
Een van de andere voordelen is dat het leren niet langer tijds- en plaatsgebonden is. Leerlingen kunnen waar en wanneer ze maar willen bezig zijn met de schoolse activiteiten. Hierdoor wordt ook tegemoet gekomen aan de verschillende leertempo's van leerlingen. Dit kan ook handig zijn wanneer leerlingen bijvoorbeeld wegens opname in het ziekenhuis gedurende een langere termijn de lessen niet kunnen bijwonen. Daarnaast biedt het ook een versterking van communicatie zowel tussen leerlingen en leerkrachten als tussen leerlingen onderling. Hierbij kan het zowel gaan om asynchrone communicatie, zoals bijvoorbeeld e-mail, fora en leerplatvormen, alsook om synchrone communicatie, zoals de chat. Hierdoor kunnen documenten doorgespeeld worden, wat tijd spaart bij het schrijfwerk van de leerling. Maar niet alleen leerling of leerkracht is er bij gebaat. Ook het contact tussen leerkracht - leerling en ouders wordt door deze ICT vormen versterkt.
[bewerken] Overbruggen van leerproblemen
Onderwijstechnologie kan tevens ingezet worden om leerlingen met beperkingen de mogelijkheid te bieden om samen met de leeftijdsgenoten dezelfde leerstof te verwerken. Leerlingen met visuele beperkingen kunnen geholpen worden door audio-ondersteuning van de leerstof en leerlingen met auditieve beperkingen kunnen geholpen worden door visuele ondersteuning. Ook leerlingen die een motorische stoornis hebben of beperkt zijn in hun bewegingsvrijheid, hebben op deze manier toegang tot de leerstof die, zoals hierboven reeds vermeld werd, niet plaatsgebonden is.
[bewerken] Inspelen op leervoorsprong
Naast een enorme hulp voor leerlingen met leerproblemen, biedt onderwijstechnologie ook veel mogelijkheden voor leerlingen met een leervoorsprong, of zogenaamde 'hoogbegaafde' of 'hoogintelligente' leerlingen. Het is niet altijd eenvoudig om hoogbegaafdheid te detecteren, en de meningen over wat deze term precies inhoudt zijn vaak verdeeld. Wel is duidelijk dat leerlingen die veel sneller nieuwe leerstof kunnen verwerken dan hun klasgenootjes, in het klassieke onderwijs vaak uit de boot vallen. ICT kan een hulpmiddel bieden om hoogbegaafdheid op te sporen, en om leerlingen die in klasverband niet voldoende intellectueel geprikkeld worden een extra uitdaging te bieden.
[bewerken] Verrijking van het onderwijs
Nog een voordeel is dat digitale leerstof gedeeld kan worden met leerlingen en leerkrachten over de hele wereld. Dit biedt de mogelijkheid tot internationale samenwerking tussen docenten en tussen studenten. Digitale leermiddelen kunnen ook steeds hergebruikt worden. Het gebruik van technologie in het onderwijs kan eveneens motiverend werken voor jongeren, die onderwijs steeds meer gaan ervaren als edutainment. Het visualiseren van de leerstof zorgt er vaak voor dat leerlingen de les sneller in zich opnemen. Men kan interactieve oefeningen maken, rollenspelen spelen in virtuele omgevingen of bepaalde zaken, die anders moeilijk te tonen zijn vanwege de kosten (vb. vlieguren), het gevaar (vb. nucleaire training), milieubelasting (vb. chemische experimenten) of de praktische onmogelijheid (vb. tocht doorheen de bloedsomloop) ervan, in simulatie ervaren. Zo kunnen de leerlingen bijvoorbeeld aan de hand van Google Earth makkelijk en volledig gratis een virtueel bezoek brengen aan plaatsen over heel de wereld. Tot slot leren de studenten quasi al spelend om te gaan met ICT waardoor ze, al dan niet onbewust, worden voorbereid op de arbeidsmarkt en op de noden van de huidige computermaatschappij.
[bewerken] Nadelen en gevaren
De medaille heeft echter een keerzijde. Het raadplegen van leerstof van thuis uit vereist dat iedereen in het bezit is van een computer en dat iedereen toegang heeft tot het internet. Zelfs dan beschikt niet iedereen over dezelfde technologische snufjes en nieuwste ontwikkelingen die men zal willen hanteren bij de verwerking van huistaken en presentaties. Dit kan leiden tot een groeiende sociaaleconomische kloof tussen leerlingen.
Daarnaast bestaat het gevaar dat de gemakzucht bij de leerlingen het overneemt en er heel wat taken en werkjes rechtstreeks van het internet geplukt worden, zonder dat hierbij doordacht te werk wordt gegaan en zonder persoonlijke inbreng van de leerlingen zelf. Zo ontstaat het gevaar en de verleiding, bewust of onbewust, tot het plegen van plagiaat. Anderzijds zijn er ICT-middelen op de markt om plagiaat na te gaan, wat dan weer voordelig is voor leerkrachten.
Het internet biedt ook heel wat afleidingen, waardoor de kans bestaat dat leerlingen minder geconcentreerd met de leerstof bezig zijn dan wanneer ze de leerstof verwerken vanuit een gewone cursus of een klassiek handboek. Wanneer leerlingen leerstof digitaal moeten verwerken brengt dit tevens met zich mee dat zij nog meer uren achter een computer gaan besteden dan voordien reeds het geval was. Het resultaat is dat het sociale en fysieke aspect van de leerling – dat toch ook door de leerkracht mee bewaakt wordt – verwaarloosd wordt. Om bovendien een les niet in chaos te laten eindigen, moet de leerkracht goed voorbereid zijn en duidelijke afspraken maken, zodat de leerlingen niet afdwalen.
Nog een nadeel is dat onderwijstechnologie ook de nodige, vaak gevoelige, apparatuur vereist, die wegens omstandigheden tijdelijk onbruikbaar kan zijn (vb. problemen met internetverbinding), waardoor je kostbare tijd verliest, of de hele les zelfs in het water valt. Ook de lokalen zelf moeten voorzien worden van de nodige faciliteiten om het werken met de technologie mogelijk te maken (vb. internetverbinding, beamer, projectiescherm, ...). Men kan en mag er niet van uitgaan dat leerlingen zonder problemen met onderwijstechnologie kunnen werken, zonder voorafgaand in klasverband voldoende informatie en kennis mee te hebben gekregen. Met andere woorden, ook op school moet de infrastructuur voor computers aanwezig zijn.
Vaak kennen leerlingen meer van ICT dan de leerkracht. Daarom is het noodzakelijk dat de leerkracht over voldoende kennis beschikt m.b.t. de technologie die hij wenst te gebruiken.
Men mag als leerkracht eveneens geen slaaf worden van de technologie. ICT is leuk wanneer men die op gepaste wijze kan inbrengen in de les.
De overvloed aan informatie op het internet en de toegankelijkheid ervan maakt dat leerlingen in aanraking komen met foutieve informatie. De leerkracht moet aan de leerlingen meegeven wat betrouwbare bronnen zijn en hoe zij een (internet)bron kritisch kunnen benaderen. vb.:Wikipedia
Een laatste, zeker niet te onderschatten nadeel, is het feit dat leerlingen steeds meer blootgesteld worden aan bepaalde gevaren die het internet met zich meebrengt. De persberichten staan bol van de voorvallen waarbij onvoldoende gecontroleerd internetgebruik door kinderen en jongeren leidt tot gevallen van misbruik, vaak door volwassenen met onkuise bedoelingen. Men moet zich de vraag stellen in hoeverre jongeren zich hiervan bewust zijn en op welke manier ze het beste beschermd kunnen worden. Ouders kunnen zeker niet op ieder moment een oogje in het zeil houden, vaak hebben leerlingen een eigen computer in hun kamer of staat de computer in een afgesloten studieruimte. Een eerste stap is open communicatie en voldoende preventie door leerkrachten, ouders en andere opvoeders.
[bewerken] Kwantitatief en kwalitatief rendement van ICT in het onderwijs
Hét rendement van ICT in het onderwijs kan in zijn algemeenheid moeilijk worden besproken. Er zijn echter wel veel ICT-toepassingen die een evident nut en rendement kennen en die vaak verouderde leermiddeltjes vervangen, zoals bijvoorbeeld digitale encyclopedieën, internet en e-mail, rekenmachientjes en spreadsheats. Ook simulatieprogramma's hebben bewezen leerlingen voor te bereiden op the real thing. Onderzoek laat vaak een positief rendement van ICT in het onderwijs zien. Leerlingen blijken uit de inzet van ICT meer te leren, sneller te leren en vooral, met meer plezier te leren. Bovendien wordt van de relatief nieuwe elektronische leeromgeving[1] een hoge bijdrage aan het rendement van het onderwijs verwacht; doordat deze nieuwe mogelijkheden in communicatie met zich meebrengt. Bovendien wordt vanuit onderswijskundige invalshoek aangehaald dat via ICT meer kan worden aangesloten op de kenmerken van de individuele leerling. Dit maakt het onderwijs veel effectiever.
Het rendement van ICT in het onderwijs is echter van verschillende factoren afhankelijk. De belangrijkste zijn:
- De mate waarin ICT aansluit bij de kenmerken van de leerlingen.
- De ICT-training van de leerkracht en de wijze waarop zij ICT inzetten binnen het leerproces. De leerkracht mag in zijn kennis van technologie zeker niet onderdoen voor deze van de leerling.
- De kwaliteit en kwantiteit van de hardware (bv: technologische problemen).
- De eigenschappen van de software (zoals controle door de leerlingen, opties voor het geven van feedback, e.d.).
- De beschikbaarheid van de software (gratis software vs. betalende software).
- Het werken in groepen en de onderlinge samenwerking van leerlingen.
- De communicatiemogelijkheden met docent en leerlingen.
- Toegang tot externe informatie.
[bewerken] Samenwerkend leren met ICT
[bewerken] Wat?
Wanneer leerlingen samenwerken kunnen ze van elkaar leren op het gebied van kennis en vaardigheden. Er is echter een grondig verschil met samenwerkend leren. Dit betekent dat leerlingen samenwerken volgens een aantal structuren en basisprincipes. Er wordt hierbij vermeden dat leerlingen van elkaar kunnen profiteren door niets te doen en anderen al het werk te laten verrichten.
Samenwerkend leren is een vorm van actief leren waarin leerlingen leren door gezamenlijk groepsopdrachten uit te voeren. De leerkracht structureert hierbij dus het leerproces of begeleidt hen bij het zelf structuren van dat leerproces. Volgens Johnson en Johnson kent samenwerkend leren 5 basiselementen:
- Positieve wederzijdse afhankelijkheid: De studenten zijn onderling afhankelijk van elkaar om de taak goed te volbrengen.
- Individuele verantwoordelijkheid: Elke leerling is zelf verantwoordelijk voor de hem/haar toebedeelde taak.
- Stimulerende, onderlinge interactie: Leerlingen stimuleren en motiveren elkaar tijdens het uitvoeren van de opracht.
- Aandacht voor individuele samenwerkingsvaardigheden: Leerlingen spreken elkaar erop aan en ook de begeleider biedt ondersteuning.
- Aandacht voor groepsprocessen: Het samenwerkinsproces wordt in de gaten gehouden door de leerlingen zelf en de begeleider.
[bewerken] Computer Supported Collaborative Learning
Bij dit samenwerkend leren kan er gebruik gemaakt worden van informatie- en communicatietechnologie. Men spreekt hier dan van Computer Supported Collaborative Learning (CSCL). Het verwijst naar een vorm van leren waarbij leerlingen werken aan een taak waarbij de communicatie tussen hen onderling gebeurt via het internet. Deze communicatie kan zowel synchroon als asynchroon gebeuren. Synchroon betekent dat de leerlingen op dat moment echt in gesprek zijn, bijvoorbeeld via MSN. Asynchroon betekent dat het gesprek plaatsvindt, gespreid over de tijd, bijvoorbeeld door middel van een forum of via e-mail. Het blijkt dat wanneer beide communicatievormen samen gebruikt worden, ze elkaar aanvullen. De synchrone vorm wordt dan vooral gebruikt om sociale informatie uit te wisselen terwijl de asynchrone vorm aangewend wordt om meer ingewikkelde vragen en uitgebreide antwoorden te communiceren.
[bewerken] Waarom CSCL?
- De basis in het denken over CSCL ligt in de sociaal-constructivistische visie. Door ICT te gebruiken wordt er een flexibele, complexe en authentieke leeromgeving gecreëerd.
- Samenwerkend leren heeft een positieve invloed op de cognitieve prestaties en sociale vaardigheden van leerlingen. Dit geldt ook als de leerlingen samenwerken via computers.
- Leerlingen die moeilijkheden hebben om zich uit te drukken in groep, hebben het gemakkelijker wanneer de communicatie via het internet verloopt.
- De leerkracht heeft een duidelijker overzicht op ieders verricht werk. Er kan gezien worden wie wat doet in een taak. Hierdoor wordt het voor leerlingen moeilijker om ‘mee te liften’ op iemand anders zijn werk.
- Nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen meer opties bieden voor samenwerking.
- Het stimuleert taakgericht gedrag en reflectie.
- Het heeft een positieve invloed op motivatie.
[bewerken] Voorbeelden
- Web knowledge forum
- Virtual collaborative Research Institute
- Active worlds
- Web 2.0
- Weblog
- Wikipedia
[bewerken] Tips voor het juist inzetten van CSCL
- Het onderwerp moet complex genoeg zijn om er met meerdere leerlingen aan te kunnen werken.
- Doelen kunnen cognitief of sociaal zijn
- Houdt het uiteindelijke groepsproduct voor ogen.
- Zorg ervoor dat de vijf kenmerken van samenwerkend leren vormgeving krijgen.
- Moet de communicatie tussen de leerlingen synchroon of asynchroon verlopen?
- Denk bij de groepsindeling aan onderlinge verschillen inzake ICT-kennis, inhoudelijke kennis en groepsgrootte.
- Stel een planning op
- Bedenk vooraf hoe je gaat begeleiden.
- Wordt de kennis getoetst?
Bronnen:
- Rubens, W. Samenwerkend leren met behulp van ICT
- Stichting Kennisnet ICT op school, Wat weten we over samenwerkend leren met ICT?
- Van de Ven, M. Samenwerkend leren