Nederlandse literatuur in de middeleeuwen/Ridderromans

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

Nederlandse literatuur in de middeleeuwen Codex Manesse Heinrich von Veldeke.jpg

Ridderromans[bewerken]

Naverteld:
Walewein en het schaakbord

Op een dag hield koning Arthur weer eens een van zijn ronde tafel-conferenties. Opeens zag hij een schaakbord binnenvliegen. Niet omdat hij te veel had gedronken, nee, gewoon omdat het een echt vliegend schaakbord was. Zijn ridders en hij waren echter zo geschrokken dat het al verdwenen was voor ze tot de actie waren overgegaan. Arthur, die een scherp oog had voor zulke dingen, had gemerkt dat het versierd was met edelstenen en goud. 'Dat moet ik hebben!' schreeuwde hij. 'Er achteraan!' De ridders gebaarden van kromme haas, tot hij beloofde dat degene die het schaakbord terughaalde, na zijn dood zijn land en zijn troon mocht hebben. Flits, flits, flits, de ridders waren weg.

Walewein

We volgen even Walewein - want die anderen bakken er toch niets van - die op zijn paard Grignolet door de bossen draaft, naar het kasteel van koning Wonder. 'Het is goed, zegt die als Walewein hem naar het schaakbord vraagt, 'ik heb het inderdaad, maar het ene plezier is het andere waard: breng mij het zwaard met de twee ringen van koning Amoraen en het is een deal!' Walewein geeft zijn paard de sporen en komt uiteindelijk bij koning Amoraen. Zelfde scenario: 'Voor iets hoort iets', zegt de koning. 'dat zwaard wil ik best ruilen voor een mooie prinses. Breng me de schone Ysabel, de dochter van de Indische koning Assentijn als bruid.' Na een uitputtende tocht komt Walewein aan het kasteel, maar een rivier verspert hem de weg. Een vriendelijke vos met de naam 'Roges' - die voor een keer geen wederdienst verlangt - wijst hem de weg naar een tunnel. Nu is het nog een zaak van twaalf muren die elk bewaakt worden door tachtig ridders, maar dat is geen probleem voor Walewein. Na deze hindernissen te hebben overwonnen, komt hij eindelijk voor de beresterke koning Assentijn. Sterk als tienduizend mannen werpt deze zich op de vermoeide Walewein. Hij overmeestert hem en staat op het punt hem te doden als de mooie Ysabel tussenbeide komt. 'Ik zou graag eerst eens met deze ridder willen babbelen', vraagt ze poeslief. Wat haar vader eerst niet door heeft, is dat zijn dochter gevallen is voor de charmes van de koene ridder. Als hij dat ontdekt laat hij ze in een kerker gooien, waar de geest van de rode ridder hen uit bevrijdt. Walewein had hem vroeger een kopje kleiner gemaakt, maar toch eervol begraven en dat kon de rode ridder wel appreciëren. Waleweins geluk kan niet meer op, want als hij aan het kasteel van koning Amoraen komt is die overleden, zodat hij de bruid alvast voor zichzelf kan houden. 'Op naar koning Wonder, Grignolet!' Ysabel mag mee achterop. Bij koning Wonder ruilt hij het zwaard voor het schaakbord. Met het schaakbord in de ene en Ysabel in de andere hand rijdt hij terug naar koning Arthur. Zijn missie is volbracht!

Beachcomber

Ywain in strijd met Gawain (Walewein)

Oorspronkelijk was romanceliteratuur geschreven in het Oudfrans, Anglo-Normandisch en Provençaals (Occitaans). Later kregen ze navolging van Engelse en Duitse schrijvers. In daaropvolgende romans, met name die van Franse oorsprong, is er een duidelijke tendens om het thema van de hoofse liefde te benadrukken. Ook de meeste van onze 'ridderromans' zijn middeleeuwse verhalen op rijm over avonturen van ridders. De vroegste romances uit ons taalgebied waren navolgers van Franse hoofse romans uit die tijd. Deze vertelden verhalen die lange tijd mondeling door rondreizende troubadours overgeleverd waren. Zoals we bij Hendrik van Veldeke gezien hebben, was de ridderroman of romance een literair genre dat in aristocratische kringen heel populair was.

Het Maasland bleek in de middeleeuwen een vruchtbare bodem voor schrijvers te zijn, want ook de eerste ridderromans in het Nederlands ontstonden hier: de Trierse Floyris, de Limburgse Aiol en de Nederfrankische Tristan. Hoewel het graafschap Vlaanderen op alle vlakken ver vooruit was op de andere streken van de latere Nederlanden, ontstond hier toch pas in de 13e eeuw een ridderroman in de volkstaal.

Vier groepen van ridderromans

We onderscheiden al naargelang de thematiek vier soorten ridderromans:

  • de voorhoofse 'Frankische' of 'Karolingische' romans zijn verhalen waarin Karel de Grote een centrale rol speelt; Voorbeelden hiervan zijn Karel ende Elegast, Roelantslied en Renout van Montalbaen (Vier Heemskinderen). Het zijn ruwe verhalen waarin de heldendaden en bloederige gevechten van Karel en zijn leenmannen worden verheerlijkt. Hoofse liefde speelt hoegenaamd geen rol en de vrouw heeft duidelijk een ondergeschikte positie. Wreedheden tegen de 'heidenen' worden breed uitgesmeerd;
  • de (hoofse) Brits-Keltische romans of 'Arthurromans' over koning Arthur en de ridders van de ronde tafel die op queeste trekken. In ons taalgebied zijn Ferguut en Walewein bekende voorbeelden. Deze verhalen stellen hoofse liefde centraal en zijn verfijnder dan de Karelromans. Nadat Engeland door de Normandiërs in de Slag bij Hastings (1066) veroverd was, kwamen de Fransen in contact met de oude Keltische verhalen. Er vond een 'vermenging' plaats van christelijke en Keltische motieven die heel bijzondere verhalen opleverde;
  • de (hoofse) klassieke romans haalden hun mosterd bij verhalen uit de klassieke oudheid. Beschrijvingen zoals Homeros' strijd van Troje en de verhalen over Alexander de Grote spraken sterk tot de verbeelding van de middeleeuwers. Deze soort romans hadden de voorkeur van Jacob van Maerlant, die vertalingen maakte van de grote klassieke verhalen;
  • de (hoofse) oosterse romans zoals Floris ende Blancefloer en het in fragmenten overgeleverde Parthenopeus van Bloys. Zij inspireerden zich op verhalen van kruisridders die de pracht en de rijkdom van het oosten hadden gezien. Hoewel de verhalen zich in het oosten afspelen, is de sfeer volledig middeleeuws.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.