Nederlands/Toets stijlfiguren
Uit Wikibooks
[bewerken] Opdracht 1
Welke stijlfiguren worden hier bedoeld?
- Snap je het nu nog niet? Ik heb het al 36 keer uitgelegd!
- Zij had het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld.
- Die zangeres verdient wel een paar centjes met haar optrdens.
- Hij schildert niet onverdienstelijk.
- En denk jij dat we dat allemaal goed vinden hier?
- "We moeten de uitgaven voor het onderwijs volgend jaar aanpassen", zei de zuinige minister.
- De buurman heeft een tegenvaller; zijn vrouw is er met een ander vandoor!
- Kun je even twee tellen wachten? Ik ben zo terug!
- De schuur is ingestort. Ik denk dat de timmerman een klein rekenfoutje heeft gemaakt.
- De stilte in dat natuurgebied was beklemmend.
[bewerken] Opdracht 2
Bedenk een zin met deze stijlfiguren. Let op: je moet de zin zelf bedenken, dus niet overnemen van het blad theorie of van opdracht 1 van deze toets.
- Eufemisme
- Hyperbool
- Paradox
- Retorische vraag
- Understatement
- Paradox
- Litotes
- Understatement
- Hyperbool
- Eufemisme