Linux Systeembeheer/Opzet van het boek
Uit Wikibooks
Inhoud |
[bewerken] Structuur van elk hoofdstuk
Elk hoofdstuk heeft een vaste structuur:
- Inleiding
- Schets van de context en motivatie van de stof behandeld in het hoofdstuk.
- Leerdoelen
- Wat moet je na het lezen van dit hoofdstuk precies kennen en kunnen?
- Tekst
- Het onderwerp uitgewerkt.
- Toetsvragen
- Enkele korte vragen en oefeningen waarmee je kan nagaan of je de leerdoelen bereikt hebt.
- Labo-opgave
- Uitgebreide oefening waarin je de kennis uit dit hoofdstuk in de praktijk brengt.
- Bibliografie
- Bronvermelding van alle in de tekst gerefereerde werken en aanbevolen lectuur voor verdere studie.
[bewerken] Opzet van het netwerklabo
Hier volgt een korte beschrijving van de opzet van het netwerklabo. Om de consistentie van de voorbeelden in dit boek te verzekeren, gebruiken we telkens hostnamen, IP-adressen, enz. binnen de context van dit netwerk.
Het netwerklabo bestaat uit twee klaslokalen (A en B) met elk een twintigtal gewone pc's (dual-boot Linux/Windows) en enkele zwaardere machines voor servertoepassingen. Het klasnetwerk is een privaat netwerk van klasse A en heeft dus als IP-adres 10.0.0.0/8. De servers en vaste pc's in het netwerklabo krijgen een vast IP-adres, laptops van studenten en docenten krijgen een dynamisch IP-adres.
- Servers: 10.0.x.x
- Vaste pc's A-klas: 10.1.x.x
- Vaste pc's B-klas: 10.2.x.x
- Laptops: 10.3.x.x
[bewerken] Servers
Servers krijgen een hostnaam geïnspireerd door de Engelse benaming van chemische elementen. Het atoomnummer van het element komt overeen met het host-deel van het IP-adres van de gelijknamige server. Hieronder volgt een overzicht van de vaste servers die de infrastructuur van het labo uitmaken.
| Hostnaam | Hostadres | Type |
|---|---|---|
| hydrogen | 1 | gateway, DHCP- en DNS-server |
| helium | 2 | Linux OpenVZ server |
| lithium | 3 | Windows 2008 server |
| beryllium | 4 | Windows 2008 server |
| boron | 5 | Windows 2008 server |
| carbon | 6 | (niet toegekend) |
| nitrogen | 7 | (niet toegekend) |
| oxygen | 8 | (niet toegekend) |
| fluorine | 9 | D-link mini-printserver |
| neon | 10 | Docent-pc |
Servers met IP-adres vanaf 11 zijn virtuele Linux-machines die op helium draaien (via OpenVZ).
[bewerken] Vaste pc's
Vaste pc's krijgen een hostnaam bestaande uit de naam van het lokaal (l419a of l419b), gevolgd door zijn nummer, bijvoorbeeld l419a-05 of l419b-15. Het IP-adres is het prefix zoals hierboven aangegeven gevolgd door het nummer. Voor l419a-05 is dat dus 10.1.0.5, voor l419b-15 wordt dat 10.2.0.15.
[bewerken] Conventies
In dit boek worden bestandsnamen, commando's en letterlijke argumenten van commando's in vet weergegeven. Niet letterlijk te nemen argumenten (die je moet vervangen door een zinvolle waarde) en dergelijke komen in cursief. Bijvoorbeeld:
$ cp bestand directory
Het commando cp moet je letterlijk zo intikken, bestand en directory moet je vervangen door zinvolle waarden.
Delen van configuratiebestanden en terminalsessies worden weergegeven in een monogespatieerd lettertype.
Bij de uitleg van de syntax van een commando, gebruiken we gelijkaardige conventies als die in de Linux commandohandleidingen (de man-pages).
- Alles tussen rechte haken ("[" en "]") is optioneel;
- Wat gevolgd wordt door een ellipsis ("...") kan worden herhaald;
- Accolades ("{" en "}") geven alternatieven aan, gescheiden door verticale lijnen ("|").
Om tekstpatronen aan te geven, gebruiken we zgn. "globbing"-karakters zoals gebruikt in de shell:
- Een asterisk (*) komt overeen met nul of meer karakters;
- Een vraagteken (?) komt overeen met één willekeurig karakter;
- een tilde (~) slaat op de homedirectory van de huidige gebruiker.