Linux Systeembeheer/De gereedschapskist van een systeembeheerder
Uit Wikibooks
Inhoud |
[bewerken] Leerdoelen
- Basiscommando's voor Linux systeembeheer kennen en kunnen gebruiken:
- info over het systeem opvragen: lsof, lspci, lsusb,
- superuser: su [-] en sudo,
- procesbeheer: ps, top, kill, killall,
- probleemoplossen in een netwerk:
- bereikbaarheid van een systeem testen: ping, traceroute, mtr,
- bereikbaarheid van applicaties testen: nmap port scanner:
- de scantypes -sP, -sL, -sS, -sT, -sU, -O begrijpen en kunnen toepassen,
- specifieke hosts en poorten scannen,
- packet sniffer wireshark:
- promiscuous mode begrijpen,
- individuele pakketten kunnen identificeren en analyseren, de structuur van een pakket begrijpen,
- TCP streams kunnen identificeren, opvangen en bekijken,
- andere netwerktools: arp, dig, ifconfig, netstat, route, service (specifiek voor de RedHat-familie), ssh, telnet, whois
[bewerken] Systeeminformatie opzoeken
[bewerken] lsof
lsof kan je gebruiken als je wilt gaan kijken welke bestanden door welke processen geopend zijn.
[bewerken] lspci
[bewerken] lsusb
[bewerken] SuperUser & Sudo
Veel beheerscommando's kunnen niet uitgevoerd worden op de Su > path wijzigt niet SU -