Latijn (scholierenversie)/Les 2
Uit Wikibooks
Inhoud |
[bewerken] Esse en posse
In de vorige les hebben we de stamgroepen gehad. Deze stamgroepen gingen alleen over de regelmatige werkwoorden, helaas zijn er ook nog veel onregelmatige werkwoorden. In deze les behandelen we daar twee van, namelijk esse (zijn) en posse (kunnen). Het werkwoord esse lijkt veel op het Franse werkwoord être. In Oefentekst 1 ben je al een vorm van esse tegengekomen, namelijk est (hij/zij/het is). Hieronder zie je het schema van esse en posse.
| Esse | Posse | |
| sum | possum | ik ben/kan |
| es | potes | jij bent/kunt |
| est | potest | hij/zij/het is/kan |
| sumus | possumus | wij zijn/kunnen |
| estis | potestis | jullie zijn/kunnen |
| sunt | possunt | zij zijn/kunnen |
[bewerken] Imperativus (gebiedende wijs)
Net als in het Nederlands heeft ook het Latijn een gebiedende wijs, de imperativus. De imperativus enkelvoud is bijna altijd gewoon de stam van het woord, bijvoorbeeld voca, timé en audi. Bij de medeklinkerstam is het de stam +e, dus rege. De imperativus meervoud is de stam +te, dus vocate, timéte en audite. Bij de medeklinkerstam komt er een -i- tussen de stam en -te, dus regite. De imperativi van esse zijn es en este. Posse heeft geen imperativus, waarom weet ik niet. Hieronder zie je het schema van de imperativus.
| a-stam | e-stam | i-stam | mk-stam | esse | posse |
| voca | timé | audi | reg-e | es | - |
| voca-te | timé-te | audi-te | reg-i-te | este | - |
[bewerken] Infinitivus (hele werkwoord)
Tot nu toe ben je in deze lessen al heel veel infinitivi tegengekomen, het zijn namelijk hele werkwoorden. Vocare is een heel werkwoord, net als regere, dormire, consistere, enz. In de tekst vertaal je bijvoorbeeld vocare als zijn of te zijn. Vanaf nu zetten we de infinitivus dus ook in het schema.
| a-stam | e-stam | i-stam | mk-stam | esse | posse | |
| Indicativus | voc-o | timé-o | audi-o | reg-o | sum | possum |
| voca-s | timé-s | audi-s | reg-i-s | es | potes | |
| voca-t | timé-t | audi-t | reg-i-t | est | potest | |
| voca-mus | timé-mus | audi-mus | reg-i-mus | sumus | possumus | |
| voca-tis | timé-tis | audi-tis | reg-i-tis | estis | potestis | |
| voca-nt | timé-nt | audi-u-nt | reg-u-nt | sunt | possunt | |
| Imperativus | voca | timé | audi | reg-e | es | - |
| voca-te | timé-te | audi-te | reg-i-te | este | - | |
| Infinitivus | voca-re | timé-re | audi-re | reg-e-re | esse | posse |
Je ziet nu ook indicativus staan, maar dat is de gewone zeggende vorm.
[bewerken] De 4e naamval: de accusativus
In de vorige les hebben we het over de nominativus gehad, het onderwerp. In deze les gaan we het over de accusativus, het lijdend voorwerp hebben. Hieronder zie je twee voorbeeldzinnen:
- Puer vocat. (De jongen roept)
- Puerum vocat. (Hij/zij/het roept de jongen)
Zie je het verschil? In de eerste zin is puer het onderwerp, in de tweede zin is puer het lijdend voorwerp. Om het verschil te kunnen zien komt er iets achter, namelijk -um. Datzelfde kun je ook in het meervoud doen.
- Pueri vocant. (De jongens roepen)
- Pueros vocant. (Zij roepen de jongens)
- Pueros vocat. (Hij/zij/het roept de jongens)
Puer kun je ook vervangen door woorden als servus, serva en bellum. Hieronder zie je het schema met de accusativus erbij.
| Groep 1 | Groep 2 | |||
| V | M | M | O | |
| nom. ev | serv-a | serv-us | puer | bell-um |
| acc. ev | serv-am | serv-um | puer-um | bell-um |
| nom. mv | serv-ae | serv-i | puer-i | bell-a |
| acc. mv | serv-as | serv-os | puer-os | bell-a |
Als je goed kijkt in het schema, zie je dat bij bellum de nominativus en de accusativus hetzelfde zijn. Dit is kenmerkend voor de onzijdige zelfstandige naamwoorden.
Kijk eens even naar deze zinnen:
- Puer servum vocat. (De jongen roept een slaaf)
- Puer servus est. (De jongen is een slaaf)
In de eerste zin is puer onderwerp, en servum lijdend voorwerp. In de tweede zin zou je ook servum verwachten, maar het is servus. De slaaf is namelijk geen lijdend voorwerp, de jongen is de slaaf, en dus is slaaf ook onderwerp. Deze regel geldt alleen als het werkwoord esse is. In dat geval is de nominativus als het ware gelijkgesteld aan het onderwerp (in de nederlandse grammatica: het is het naamwoordelijk deel van het gezegde).
[bewerken] Oefentekst 2
Tijdens de reis:
Paris ad Graeciam navigat.
Paris Graecia videre non potest, nam Graecia procul est.
Paris undas audit.
Paris Troiam et Priamum cogitat et tectum desiderat.
Tum Paris clamat: "Graecia video!"
Hector rogat: "Ubi tu Graecia vides?"
Paris Graecia indicat.
Paris et Hector felix sunt.
Gebruikte woorden (naast de woorden van les 1):
ad = naar
non = niet
procul = ver) weg
unda = golf
audire = horen
cogitare = denken aan
tectum = huis
desiderare = verlangen naar
tum = toen / dan
clamare = roepen
rogare = vragen
ubi = waar?
indicare = (aan)wijzen
(Ik weet niet of de tekst foutloos is.)