LaTeX/Een basisdocument maken
Uit Wikibooks
|
|
|
|
Open je teksteditor en typ het volgende:
LATEX-code:
\documentclass{article} \begin{document} De eerste tekst \end{document}
Sla het op (voor de duidelijkheid is het aan te raden om de extensie .tex te gebruiken, maar dit is niet verplicht). Vervolgens laat je het verwerken door LaTeX. Dit creƫert een document met de woorden "De eerste tekst" erin.
[bewerken] LaTeX-commando's
Het eerste wat je opvalt in de brontekst, is de basisvorm van LaTeX-commando:
- \commando [opties gescheiden door komma's] { parameter }
De naam van een commando is hoofdlettergevoelig. Deze commando's hebben uiteenlopende functies die in de loop van deze cursus duidelijk zullen worden. Je kan ook altijd het overzicht raadplegen. Naast de standaard commando's kan je ook je eigen commando's maken, maar dat behandelen we later.
Zoals in de meeste mark-up- en programmeertalen kan je ook bij LaTeX in de broncode commentaar toevoegen die niet zichtbaar is in het uiteindelijke document. Dit gebeurt door een %-teken te plaatsen. De rest van een regel na een %-teken wordt als commentaar beschouwd.
LATEX-code:
\documentclass[opties]{klasse} %hoofding \begin{document} document %dit is commentaar en is dus niet zichtbaar in het uiteindelijke document \end{document}
[bewerken] Documentklasse
Aan het begin van een document moet je steeds opgeven wat voor een document je gaat maken en hoe het er juist moet uitzien. Dit doe je aan de hand van het commando \documentclass[opties]{klasse}. De verschillende klassen zijn:
- article: een kort artikel
- report: langere verslagen die uit meerdere hoofdstukken bestaan
- book: boeken
- slides: slides voor voordrachten
De opties zijn:
- 11pt: er wordt een 11 punts lettertype gebruikt
- 12pt: er wordt een 12 punts lettertype gebruikt
- Als geen van deze bovenstaande opties wordt opgegeven, dan wordt een 10 punts lettertype gebruikt.
- fleqn: de vergelijkingen worden links uitgelijnd (standaard is gecentreerd)
- leqno: nummers worden links van de vergelijkingen geplaatst (standaard is rechts)
- titlepage: een aparte titelpagina wordt gemaakt (dit is standaard in alle klassen behalve article)
- notitlepage: geen aparte titelpagina wordt gemaakt (dit is enkel in de klasse article standaard)
- twocolumn: het document wordt opgemaakt in twee kolommen per pagina
- twoside: het document wordt recto verso gemaakt (linker- en rechterpagina verschillen)
- landscape: het papier wordt liggend gebruikt
- a4paper: het document wordt opgemaakt naar een A4-formaat. (Standaard wordt een Amerikaanse maat gebruikt)
Als je dus een boek op A4-papier, in 12 punts lettertype en met vergelijkingnummers langs links wil maken, dan ziet je basisdocument er dus zo uit:
LATEX-code:
\documentclass[12pt,a4paper,leqno]{book} \begin{document} Hier komt het eigenlijke document \end{document}
[bewerken] Hoofding
In de hoofding kan je allerlei commando's plaatsen die voor het hele document van toepassing zijn. Je mag hier echter geen commando's plaatsen die tekst afdrukken en dus ook geen gewone tekst. De hoofding wordt ook wel "preamble" genoemd. De hoofding begint met het documentclass-commando en eindigt bij de instructie \begin{document}. Hier wil je vooral de taal opgeven waarin je je document schrijft. TEX is immers zo slim om woorden zelf af te breken. Standaard wordt Engelse hyphenatie gebruikt. Voor Nederlands gebruik je \usepackage[dutch]{babel}.