Kunstgeschiedenis/Prehistorische kunst

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoud

Egypte louvre 223 femme.jpg
Meister des Jouvenel des Ursins 002.jpg
Sandro Botticelli - La nascita di Venere - Google Art Project - edited.jpg
Edouard Manet 081.jpg
Chen Chengpo 1936 Tamsui Middle School.jpg
1. Prehistorische kunst Nog vrijwel niets. Revisiedatum: 4 augustus 2006

2. Antieke kunst: Nog vrijwel niets. Revisiedatum: 4 augustus 2006

Mesopotamisch, Oud-Egyptisch
Oud-Grieks, Romeins
Oud-Indisch, Oud-Chinees
Pre-Columbiaans

3. Middeleeuwse kunst Nog vrijwel niets. Revisiedatum: 4 augustus 2006
4. Renaissance Nog vrijwel niets. Revisiedatum: 4 augustus 2006

beeldende kunsten, architectuur
muziek

5. Negentiende-eeuwse kunst Nog vrijwel niets. Revisiedatum: 4 augustus 2006
6. Twintigste-eeuwse kunst Nog vrijwel niets. Revisiedatum: 4 augustus 2006

expressionisme, kubisme
futurisme, constructivisme
Bauhaus, De Stijl, dadaïsme
surrealisme, abstract expressionisme
Cobra, pop-art
minimal art, conceptuele kunst
performances, video en fotokunst

7. Lexicon Nog vrijwel niets. Revisiedatum: 4 augustus 2006

Kunst maakt al millennia lang een deel uit van de menselijke cultuur.

Paleolithische kunst[bewerken]

Combarelles-mammouth.png

Onze voorouders lieten schilderingen en beeldhouwwerken van een delicate schoonheid en expressieve kracht achter. De vroegste vondsten van zo'n kunstwerken dateren van de Midden-Paleolithische periode (tussen 200.000 en 40.000 jaar geleden). Omdat zo'n verfijning het resultaat moet zijn van een lange evolutie, ligt de oorsprong van deze kunst waarschijnlijk nog verder in het verleden. Door het gebruikte materiaal en de grote tijdspanne die ons van deze kunst scheidt is dit nauwelijks te achterhalen.

Paleolithische rotstekeningen[bewerken]

De Cro-Magnonmens was de eerste van wie we uitbeeldingen van jachttaferelen kennen, zo trefzeker en herkenbaar uitgevoerd dat we kunnen veronderstellen dat hij zijn milieu en de afgebeelde dieren heel goed had geobserveerd. De ingekraste tekeningen, ingekleurd met houtskool en aardkleuren, zijn aangebracht op wanden van holen en spelonken. Er zijn tekeningen van mammoeten, oerossen, wolharige neushoorns, paarden, stieren, herten e.d. gevonden, daterend tussen de 30.000 en enige duizenden jaren geleden.

In een grot in Altamira (Spaanse Pyreneeën) vond men de afbeelding van een bizon op de zoldering geschilderd in helder rood, bruin en zwart. Waarschijnlijk waren ze maar weinig vervaagd sinds ze op de rotswand werden aangebracht. Gedeeltelijk is dit te danken aan de duisternis en de gelijkmatige temperatuur.

Ook in vele grotten in het departement van de Dordogne (b.v. van Lascaux bij Montignac) zijn muurschilderingen ontdekt van bizons, paarden en herten in zwart, geel en rood. In andere grotten heeft men afbeeldingen van hele jachttaferelen gevonden. Merkwaardig is dat de mens zelf vrijwel in het geheel niet (enkele malen zeer schematisch) is getekend, terwijl de dieren vaak zeer levensecht en in karakteristieke houdingen en soms zelfs kleuren zijn afgebeeld.

Een stier uit de Grot der Stieren (15.000 - 10.000 v. Chr., grotten van Lascaux).

Het aantal theorieën over de betekenis van dergelijke schilderingen voor de oorspronkelijke makers is talloos, en minstens even groot als het aantal onderzoekers dat zich ermee bezighoudt. Aangezien geen een ervan toetsbaar is - we kunnen het ze niet meer vragen - zal dit ook niet snel veranderen. Sommigen veronderstellen dat de reden tot het afbeelden van de dieren angst voor deze dieren was. Om deze angst te bezweren vroeg men aan de beste tekenaar van de stam het dier op een rots te tekenen met houtskool dan wel kleurstoffen met een medium als binder. Kortom het bezweren van het angstaanjagende en hen omringende vond in deze archaïsche tijden vorm op deze wanden. Anderen hebben gesteld dat het afbeelden van prooidieren deel uitmaakte van magische jachtrituelen.

Door de grote publieke belangstelling voor dergelijke grotten verandert het klimaat er echter: de vochtigheid en temperatuur nemen toe, evenals het koolzuurgehalte. Een aantal schilderingen is daardoor zo bedreigd dat ze inmiddels niet meer te bezichtigen zijn. Van de grot van Lascaux, een van de mooiste, is echter een facsimile gemaakt dat door duizenden toeristen per week wordt bezocht.

Aborigine jager of krijger (Kakadu National Park, Noord-Australië).

Ook op andere continenten bestaan zeer oude rotstekeningen en -schilderingen, bv. in Australië, in de Sahara, en in Noord-Amerika.

De verf werd op verschillende manieren aangebracht: met de vingers in de rode leem gedoopt, met eenvoudige kwasten, maar ook werd de verf in de mond genomen en op de rotswand gespuwd. Soms werd het pigment in rieten pijpjes verzameld en op een vochtig oppervlak geblazen.

Samen met de drang om te versieren, heeft de mens steeds de behoefte gehad om zich uit te drukken. Dat zoiets op rotswanden gebeurde was een vanzelfsprekendheid, want dergelijke dragers waren er in overvloed. Het was geen vanzelfsprekendheid om dat in een donkere onbekende ruimte te gaan doen, want de mens was en is nog steeds bang in het donker. Afdalen in een donkere grot met een paar walmende fakkels om zich creatief te gaan uitleven, lijkt minder waarschijnlijk . Afbeeldingen ontstonden waarschijnlijk naar aanleiding van riten in verband met dood, jacht, vruchtbaarheid en het afweren van het boze. Naast de eerder besproken afbeeldingen van dieren, werden er ook tekens aangebracht. Deze tekens kunnen nu worden onderverdeeld in vrouwelijke en mannelijke tekens. De zones rond de ingang van de grot, werden met mannelijke tekens gevuld, naar het midden van de grot toe, worden vrouwelijke symbolen aangetroffen (echter vergezeld van mannelijke).

De Franse prehistoricus André Leroi-Gourhan, beweert bovendien dat ook de afgebeelde dieren een seksuele betekenis hebben. Die hypothese wordt gesteund door de plaatsing op de rotswand van de groepen mannelijke en vrouwelijke dieren.

Teken- en schilderkunst ontstonden dus al zeer vroeg; hoewel er een aantal prehistorische gesneden beeldjes bekend is dat op ongeveer dezelfde ouderdom is gedateerd.

Paleolithische Venusbeeldjes[bewerken]

De Venus van Willendorf (24.000 - 22.000 v. Chr., Willendorf, natuurhistorische museum Wenen).

Smalle figurines die dateren uit de Jong-Paleolithische periode (van ca. 35.000 jaar geleden tot 10.000 jaar geleden) zijn doorheen heel Europa teruggevonden. Venusbeeldjes is een verzamelnaam voor prehistorische voorwerpen, uit het Aurignacien of Gravettien, meestal in de vorm van een beeldje, die dikke of hoogzwangere vrouwen voorstellen. Deze beeldjes zijn ofwel uit steen, been of ivoor gesneden of van klei gemaakt en gebakken. De beeldjes van klei behoren tot de oudste voorbeelden van keramiek ter wereld.

Net als veel andere dergelijke artefacten zullen we hun ware betekenis nooit te weten komen, maar omdat mensen in die tijd niet zo snel dik werden als nu, zijn het waarschijnlijk emblemen van veiligheid en succes, vruchtbaarheidssymbolen, pornografische beelden of zelfs directe voorstellingen van verschillende godinnen.

Er is wel eens verband gelegd tussen de vrouwelijke vorm van de Venusbeeldjes en de steatopygie van de in genetisch opzicht meest archetypische mensen, de Khoisan.

Twee veel oudere vondsten worden ook vaak tot de Venusbeeldjes gerekend - de Venus van Berekhat Ram, tussen de 233.000 en 800.000 jaar oud en de Venus van Tan-Tan, tussen de 300.000 en 500.000 jaar oud, het midden-Acheuléen. Deze twee beeldjes, respectievelijk gevonden in Azië en Afrika, zijn van steen en niet van keramiek. Beide zijn erg ruw en hadden waarschijnlijk al een enigszins menselijke vorm.

Mesolithische kunst[bewerken]

Het Mesolithicum of middensteentijd duurde van ongeveer 10.000 jaren geleden tot het begin van de landbouw in verscheidene gebieden tussen ongeveer 8.000 - 4.000 jaar geleden. De productie van kleine, draagbare kunstwerken zoals de in het Paleolithicum populaire Venusbeeldjes schijnt enorm te zijn afgenomen.

Rotstekeningen bleven gemaakt worden tot in de Mesolithische periode, waaronder ook zeer gestileerde voorstellingen van mensen. Sites waar Mesolithische kunst is teruggevonden zijn onder ander Kamennaya Mogila in Oekraïne, waar eerder primitieve voorstellingen van dieren in zandsteen waren gegrift, Gobustan in Azerbeidzjan en de Zaraut-Kamar-grot in Oezbekistan, beiden met onder andere gestileerde schilderingen van mensen.

Neolithische kunst[bewerken]

Het begin van het Neolithicum wordt gemarkeerd door het verschijnen van de landbouw. Het is met andere woorden een periode die overal op de wereld op een ander moment begon, net zoals de scheidingslijn tussen historie en prehistorie, het schrift is.

Het is uiteraard bijna ondenkbaar dat deze evolutie geen culturele veranderingen met zich mee gebracht zou hebben. Archeologische vondsten tonen ons bitter weinig, maar verspreid over de wereld, vinden we toch nog restanten van deze oude culturen terug.

Oost-Azië : Het Jõmon volk[bewerken]

Dit uit Japan wordt tot nu toe als één van de eerste culturen aanzien die zich in nederzettingen organiseerde. Dit leidt men af door de aanwezigheid van aardewerk. Dit is typisch voor nederzettingen, omdat aardewerk niet functioneel is voor een trekkend volk. Het Jõmon volk leefde niet specifiek van de landbouw alleen, zelfs vooral van de visvangst. Ze hadden dan ook een lange geschiedenis. Er zijn sporen terug gevonden van het Jõmon volk tot in het Mesolithicum. Ze evolueerden van een rond trekkend volk, naar een volk dat zich gedeeltelijk vestigde.

Anatolië : Çatal Hüyük[bewerken]

Sinds 1961 zijn de opgravingen er begonnen, en hebben ze een tip van de sluier over het Neolithicum opgetild. Çatal Hüyük werd omschreven als de oudste stad in de wereld, aangezien de oudste lagen van 7500 v.Chr. dateren, maar in feite is het een groot dorp. Er zijn geen specifieke sporen terug te vinden van publieke gebouwen, zoals wij die kennen in termen van paleizen, of tempels. Wel zijn er kamers gevonden die groter zijn dan nodig in de functie als woonplaats, en waarvan men de echte functie niet meteen kan achterhalen. Men vermoedt dat ze gebruikt werden voor religieuze doeleinden. Deze huizen hadden geen deuren. De toenmalige bewoners kwamen via een trap langs het dak naar binnen. De huizen waren zo dicht opeen gebouwd dat er zelfs nauwelijks tot geen plaats meer was voor straten. Hun doden werden thuis onder de vloer begraven. Tijdens de opgravingen heeft men ontdekt dat in sommige gevallen het hoofd op een later tijdstip weggehaald werd. Op andere plaatsen heeft men schedels teruggevonden, die bepleisterd en beschilderd waren, om zo het gezicht te reconstrueren. Uiteraard roept dit heel wat vragen op, en kunnen we enkel theorieën ontwikkelen over de betekenis hierachter.

De vondsten van muurschilderingen tonen de culturele verandering door de Neolithische revolutie. De afbeeldingen tonen namelijk de jacht, wat erop wijst dat de herinnering aan het leven als een jagend volk nog vers was. Toch is er ook hier reeds een verschuiving van accenten te merken. De illustraties geven de indruk dat de jacht meer als ritueel gezien werd dan als activiteit om te overleven.

Ook in Çatal Hüyük zijn vruchtbaarheidsbeeldjes teruggevonden. Door de locaties van de vondsten gaat men er van uit dat het afgodsbeeldjes zijn. Er zijn ook mannelijke beeldjes teruggevonden, maar deze zijn veel kleiner in aantal. Een vondst van 2005 brengt echter nieuw leven in de discutie over de functie van deze beeldjes. [D]it is een uniek stuk dat ons kan dwingen onze opvattingen over de aard van de samenleving en de beeldentaal van Çatal Hüyük te herzien (perscommuniqué van de officiële website van Çatal Hüyük).


Referenties[bewerken]

Externe links[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.