Huisdierengids kip/Voortplanting
Uit Wikibooks
Bij de voortplanting van de kip leren we over het ontstaan van bevruchting tot uitgebroed ei. Niet alleen in natuurlijke omstandigheden, maar ook bij kunstmatige uitbroeding.
Inhoud |
[bewerken] Voor de bevruchting
De hen produceert in haar enige werkende eierstok een eierdooier die na 25 uren rijp is om haar weg door de eileider aan te vatten.
Na nog ongeveer een dag doorheen de eileider wordt het eiwit en de schaal gevormd. De bevruchting van het ei gebeurt in de eileider vooraleer de schaal rond het ei wordt aangelegd.
[bewerken] Bevruchting
Bij kippen gebeurt de bevruchting net zoals bij andere vogels via de cloaca. De cloaca is een gemeenschappelijke opening waarlangs urine, stoelgang en eieren naar buiten komen.
De haan zal hiervoor bovenop de hen gaan zitten, zich met zijn snavel vasthoudend aan haar nekveren. Hij drukt vervolgens zijn cloaca tegen de hare om de bevruchting te kunnen laten plaatsvinden. Het sperma van de haan overleeft lang in de voortplantingsorganen van de hen, zodat de copulatie kan leiden tot bevruchte eieren gedurende een iets langere periode.
[bewerken] Broedtijd
Zodra de hen een aantal eieren gelegd heeft, zal ze broeds worden. Dit is de neiging om op haar eieren te gaan zitten om ze uit te broeden. Ze doet dit nog niet vanaf het eerste ei, maar pas als ze een nest vol eieren heeft. Door dan pas te beginnen met broeden, zullen alle eieren gelijktijdig uitgebroed zijn.
Zou ze dit niet doen, dan zouden de kuikens op verschillende dagen van elkaar uitkomen en kan de hen het nest niet verlaten om met de kuikens te eten.
De broedtijd van kippen bedraagt 21 dagen. De lichaamstemperatuur van een kip is 41°C, hetgeen maakt dat de eieren op een hoge temperatuur gehouden worden tijdens het broeden. De hen zal regelmatig tussen haar eieren scharrelen zodat ze draaien en de embryo's beter kunnen ontwikkelen. De hen zal minimaal eten en drinken om het nest zo weinig mogelijk onverwarmd achter te laten.
Verlaat ze het nest toch, dan maakt ze geregeld haar verenkleed nat om de eieren te bevochtigen en zodoende te behouden tegen uitdroging. De eierschaal is immers een beetje lucht- en vochtdoorlaatbaar via de poriën in de schaal.
[bewerken] Hatching (uit het ei)
Na 21 dagen zijn de jongen volgroeid en breken de jongen uit hun ei. Ze doen dit door met hun (tijdelijke) eitand de schaal te doorpikken. Een deel van de schaal die vooral uit calcium bestaat, zal opgebruikt zijn door het kuiken ter vorming van het skelet. Daardoor is de schaal dunner en brozer dan bij een onbebroed ei.
Vanaf het moment dat het kuiken het eerste gat heeft gemaakt in de schaal duurt het een paar uren tot een dag vooraleer het helemaal uit het ei is. Het kuiken is nog nat op het moment dat het uitkomt. Het heeft nog een korte poos nodig om te drogen en op krachten te komen. Soms is het laatste restant van de eierdooier nog zichtbaar ter hoogte van het buikje. Het kuiken verbruikt de laatste restjes energie van de eierdooier om de eerste levensdag door te komen. Het hoeft dus niet meteen te gaan eten.
Zodra het kuiken droog is en op krachten gekomen, kan het met moeder hen gaan eten en zelfstandig rondlopen. Het heeft echter nog warmte nodig, omdat het dons hem onvoldoende beschermt tegen koude.
De eitand (een klein horentje op de snavelpunt) dat nodig was om uit het ei te raken, verdwijnt enkele dagen na het uitbroeden.
| Deze pagina is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License (GFDL) en nog niet onder CC-BY-SA. Klik hier voor meer informatie.
Wilt u deze tekst gebruiken onder de Creative Commons CC-BY-SA licentie? |