Fysica/Energie
Uit Wikibooks
Inhoud |
[bewerk] Arbeid en energie
In dit hoofdstuk zal je ontdekken dat arbeid en energie heel veel te maken hebben met elkaar. Dankzij energie wordt het mogelijk om arbeid te verrichten, en arbeid is het proces waarbij energie wordt omgezet of verplaatst.
Met andere woorden:
- Een voorwerp met veel energie kan veel arbeid verrichten.
- Bij het verrichten van arbeid staat het object dat de arbeid verricht energie af aan het object waarop de arbeid verricht wordt.
[bewerk] Arbeid
Het heeft gevroren en ik ga mijn zoontje schaatsen leren. Hij heeft zijn schaatsen aan en het kost me nauwelijks moeite om hem voort te duwen. Ik hoef (bijna) geen arbeid te verrichten. Als we uitgeschaatst zijn til ik hem van het ijs. Dat kost me wel moeite; nu moet ik wel arbeid verrichten.
In beide gevallen verplaats ik mijn zoontje. In het eerste geval zonder dat er een kracht tegenwerkt en in het tweede geval tegen de zwaartekracht in.
Indien op een voorwerp een kracht F wordt uitgeoefend, en er is een verplaatsing Δx in de richting van die kracht, dan kunnen we zeggen dat de kracht een arbeid verricht.
|
|
Hierin is:
|
De eenheid van arbeid is de joule (J) ofwel de newton-meter (Nm).
Indien de verplaatsing niet in de richting van de kracht is, dan verricht alleen de component van de kracht die in de richting van de verplaatsing werkt, arbeid. Als er tussen de verplaatsing en de kracht een hoek α is, heeft die component de grootte:
Voor de arbeid volgt dan :
|
|
Hierin is:
|
Je duwt een voorwerp 20 m vooruit. Hiervoor heb je een kracht nodig van 15 N in de richting van de verplaatsing. Hoeveel arbeid heb je verricht op het voorwerp?
Stap 1: Onderzoek wat er gegeven is
- De uitgeoefende kracht F = 15 N
- De verplaatsing Δx = 20 m
- De kracht en de verplaatsing hebben dezelfde richting. Fx = 15 N. Alle gegevens staan in de juiste eenheden. Er moet dus niets omgerekend worden.
Stap 2: Onderzoek wat er gevraagd is
- Er wordt gevraagd hoeveel arbeid er verricht wordt. W = F.Δx.
Stap 3: Vul de juiste waarden in de formule in, en bereken de oplossing
- W = F.Δx = 15 N . 20 m = 300 Nm = 300 J
Er wordt op het voorwerp een arbeid van 300 J verricht. Omdat de kracht en de verplaatsing in dezelfde richting werken, is het antwoord positief.
|
Opgaven:
|
[bewerk] Vermogen
Je moet van je baas straatstenen in een wagen laden. Het is een groot verschil of je elke seconde een steen in de wagen moet leggen of dat je voor elke steen een minuut de tijd heb. Per steen lever je steeds dezelfde arbeid, maar de arbeid die je per seconde moet leveren is in het eerste geval 60 keer zo groot als in het tweede geval. Men zegt dat er in het eerste geval een groter vermogen ontwikkeld wordt.
Het vermogen is de verhouding van de arbeid die verricht wordt tot de tijdsduur die hiervoor nodig is.
|
|
Hierin is:
|
De eenheid voor vermogen is de watt (W). Eén watt komt overeen met een verrichte arbeid van 1 joule per seconde.
Een andere bekende, maar verouderde, eenheid voor vermogen is de paardenkracht (pk), die in verschillende landen een verschillende definitie (en waarde) had. De meest gebruikte paardenkracht is ongeveer 736 watt.
Een gloeilamp met een vermogen van 60 watt gebruikt een hoeveelheid energie van 60 joule per seconde. Een praktische, niet-SI-eenheid, die rechtstreeks van de watt is afgeleid is de kilowattuur. Dit is een eenheid van energie.
|
Opgaven:
|
[bewerk] Energie
Onze belangrijkste energiebron is de zon. De energie van de zon wordt op aarde in verschillende andere energievormen omgezet:
- windenergie
- warmte
- elektrische energie
- bewegingsenergie (bv. wind, stromend water,...)
- hoogte-energie
- ...
[bewerk] Kinetische energie
Kinetische energie of bewegingsenergie is een vorm van energie die een lichaam heeft doordat het beweegt. De kinetische energie van een bewegend voorwerp is evenredig met de massa m van het object en het kwadraat van de grootte v van de snelheid:
|
|
Hierin is:
|
Een trein van 600 ton rijdt tegen 120 km/h. Bereken de kinetische energie.
Stap 1: Onderzoek wat er gegeven is
- De massa van de trein m = 600 ton
- De snelheid v = 120 km/u
De gegevens staan niet in de juiste eenheden en moeten dus omgerekend worden.
- m = 600 ton = 600 000 kg (1 ton = 1000 kg)
- v = 120 km/u = 33,33 m/s (1 m/s = 3,6 km/u)
Stap 2: Onderzoek wat er gevraagd is
- Er wordt gevraagd hoeveel kinetische energie de trein bevat. Ekin = (m.v2)/2.
Stap 3: Vul de juiste waarden in de formule in, en bereken de oplossing
- Ekin = (m.v2)/2 = (600 000 kg . (33,33 m/s)2)/2 = 333 333 333 J = 333 MJ
De kinetische energie van de trein bedraagt 333 MJ.
[bewerk] Potentiële energie
Een voorwerp dat energie heeft maar niet beweegt, bezit potentiële energie, d.w.z. het voorwerp heeft de potentie arbeid te verrichten. Er zijn verschillende soorten potentiële energie.
[bewerk] Hoogte-energie
Als je een voorwerp opheft, verricht je arbeid. Als het voorwerp weer terugkeert, kan het voorwerp ook zoveel arbeid verrichten. Het voorwerp heeft dus door het opheffen de mogelijkheid, de potentie, om arbeid te verrichten. Door het op te heffen is de potentiele energie in de vorm van hoogte-energie van het voorwerp toegenomen. Je kunt zeggen dat er energie van jou naar het voorwerp is gegaan.
|
|
Hierin is:
|
Deze formule geldt enkel op de aarde daar ze onderstelt dat de aantrekkingskracht van de aarde constant is. Je mag eender welke hoogte als beginhoogte kiezen. Op de beginhoogte is er geen hoogte-energie. Om te voorkomen dat je met negatieve getallen moet rekenen, kan je best de beginhoogte in het laagste punt kiezen.
Als een voorwerp dat zich op een hoogte bevindt, naar beneden valt, dan wordt zijn potentiële energie omgezet in kinetische energie. Hoe langer het valt, hoe meer potentiële energie wordt omgezet in kinetische energie.
Hoeveel potentiële energie heeft een blokje met een massa van 20 kg als het 4 m hoog hangt?
Stap 1: Onderzoek wat er gegeven is
- De massa van het voorwerp m = 20 kg
- De hoogte h = 4 m
Stap 2: Onderzoek wat er gevraagd is
- Er wordt gevraagd hoeveel hoogte-energie het blokje krijgt. Epot = mgh.
Stap 3: Vul de juiste waarden in de formule in, en bereken de oplossing
- Epot = mgh = 20 kg . 9,81 m/s2 . 4 m = 784,8 J
Het voorwerp krijgt 784,8 J hoogte-energie.
[bewerk] Veer-energie
|
|
Hierin is:
|
|
Opgaven:
|
[bewerk] Behoud van mechanische energie
Kinetische en potentiële energie zijn vormen van mechanische energie. De totale mechanische energie van een voorwerp, kan je vinden door alle kinetische energie en alle potentiële energie van het voorwerp op te tellen.
Wanneer op een voorwerp alleen krachten werken waarvoor een potentiële energie kan berekend worden, dan zal de som van kinetische en potentiële energie van dat voorwerp constant blijven. Men spreekt dan van behoud van (mechanische) energie.
|
Hierin is:
|
|
Opgaven:
|
[bewerk] Wet van behoud van energie
De wet van behoud van energie houdt in dat er geen energie kan verdwijnen of onstaan. Energie wordt nooit gemaakt, en gaat nooit verloren. Energie kan alleen maar omgezet worden in een andere vorm, of overgezet worden op een ander voorwerp.
|
Opgaven:
|
[bewerk] Rendement
Bij een energieomzetting wordt energie omgezet in nuttige en niet-nuttige energie. De verhouding van de nuttige energie tot de totale energie noemen we het rendement.
|
|
Hierin is:
|
Je kan het rendement ook berekenen uitgaande van het vermogen:
|
|
Hierin is:
|
Een gloeilamp zet bijna 95% van de gebruikte energie om in warmte. Slechts 5% wordt dus echt gebruikt voor licht. Meestal is deze warmte niet nuttig. Er gaat dus veel energie verloren. Het rendement geeft aan welk deel van de totale energie nuttig gebruikt kan worden. Het rendement van onze gloeilamp is 5%.
[bewerk] Energie en milieu
Steenkool, aardolie en aardgas zijn fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen zijn ontstaan uit organisch materiaal (planten en dieren). Dit organisch materiaal is miljoenen jaren geleden afgestorven, en werd onder hoge druk en hoge temperatuur omgezet in fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen bevatten zeer veel energie, en zijn heel gemakkelijk te gebruiken. Een groot deel van de elektriciteit wordt opgewekt met fossiele brandstoffen.
Fossiele brandstoffen hebben op lange termijn veel nadelen. Ze zijn erg vervuilend en dragen bij aan het broeikaseffect (door het opwarmen van de aarde smelten de poolkappen, stijgt de zeespiegel, verandert het klimaat,...). Bovendien zijn fossiele brandstoffen geen onuitputtelijke bron van energie. Ooit, en dat duurt niet zo lang meer, geraken ze op.
Bij het produceren van elektriciteit m.b.v. kernenergie, worden er minder schadelijke stoffen uitgestoten, maar het radioactief afval vormt een groot probleem.
Hernieuwbare energie is, zoals de naam het zegt, energie die nooit opgeraakt. Zonne-energie, windenergie, geothermische energie, goflenergie, energie uit biomassa,... zijn allemaal bronnen van energie die zullen blijven bestaan totdat de zon explodeert. Dit kan nog miljarden jaren duren. Hopelijk is de mens er tegen dan in geslaagd om de aarde achter zich te laten!
| De wijzigingen aan deze pagina van voor 15 april 2007 vallen alléén onder de GFDL, en niet onder de CC-BY-SA-licentie. U kunt de inhoud van deze pagina dan ook alleen onder de voorwaarden van de GFDL (her)gebruiken. Niet alle bijdragers van voor 15 april 2007 hebben hun werk vrijgegeven onder de dubbellicentie GFDL&CC-BY-SA. Kijk hier voor meer informatie. |










