Frans/Leçon 3
Uit Wikibooks
(leçon trois)
| Voor de inhoudstafel, zie Frans/Inhoud | Let op: Frans/Leçon 2 moet hiervoor goed gekend zijn... |
Inhoud |
[bewerken] objet direct [lijdend voorwerp]
Wanneer het lijdend voorwerp gevolgd wordt door een klinker ("on m'aide") wordt de 'me' afgekort tot 'me'' me / m' [me]
te / t' [je]
le / la / l' [hem / haar]
nous [ons]
vous [jullie / u]
les [hen] Voorbeelden
On m'aide= Men helpt mij
Je t'aime = Ik hou van jou
La police le/la cherche = De politie zoekt hem/haar
On nous aide= Men helpt ons
On vous aide= Men helpt jullie/u
On les aide= Men helpt hen
[bewerken] objet indirect [meewerkend voorwerp]
me / m' [me / aan mij]
te / t' [je / aan jou]
lui / lui [(aan) hem / (aan) haar]
nous [(aan) ons]
vous [(aan) jullie / (aan) u]
leur [(aan) hen / hun]
Voorbeelden
On me donne un cadeau = Men geeft (aan) mij een cadeau
On te donne un cadeau = Men geeft (aan) jou een cadeau
On lui donne un cadeau = Men geeft (aan) hem/haar een cadeau
On nous donne un cadeau = Men geeft (aan) ons een cadeau
On vous donne un cadeau = Men geeft (aan) jullie/u een cadeau
On leur donne un cadeau = Men geeft (aan) hun een cadeau
[bewerken] réfléchis [wederkerend]
me / m' [me]
te / t' [je]
se / s' [zich]
nous [ons]
vous [jullie / u / je]
se / s' [zich]
- Voorbeelden
Je me rase = Ik scheer me
Tu te rases = Je scheert je
Il se rase = Hij scheert zich
Nous nous rasons = Wij scheren ons
Vous vous rasez = Jullie scheren je
Ils se rasent = Zij scheren zich
pronoms réciproques [wederkerige voornaamwoorden]
nous nous parlons = wij spreken elkaar
elles se voient = zij zien elkaar
Ils se rasent = zij scheren elkaar (grapje!)
Ils se lavent = zij wassen zich (of zij wassen elkaar)
[bewerken] toniques [benadrukt]
moi [mij]
toi [jou]
lui / elle / soi [hem / haar / zichzelf]
nous [ons]
vous [jullie / u]
eux / elles [hen]
- Gebruik
1) na voorzetsels: pour moi, après toi, sans elle, avec nous, avant vous, auprès d'eux [voor mij, na jou, zonder haar, met ons, voor jullie, dicht bij hen]
2) na "c'est / ce sont" : c'est moi, c'est nous, ce sont elles. [ik ben het, wij zijn het, zij zijn het]
3) wanneer de nadruk van de zin op de persoon ligt: Moi, j'ai raison. [Ik, ik heb gelijk.]
- Voorbeelden
[bewerken] Pronoms possessifs [zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden]
le mien/ la mienne / les miens / les miennes [de mijne]
le tien/ la tienne / les tiens / les tiennes [de jouwe]
le sien/ la sienne / les siens / les siennes [de zijne / de hare]
le nôtre / la nôtre / les nôtres / les nôtres [de onze]
le vôtre / la vôtre / les vôtres / les vôtres [die van jullie / de uwe]
le leur / la leur / les leurs / les leurs [de hunne]
- Vervoeging
De voornaamwoorden worden naargelang het geslacht vervoegd. Vergelijk: Ce parapluie, c'est le mien = Deze paraplu is de mijne
Cet outil, c'est le mien = Dit werktuig is van mij Cette clef, c'est la mienne = Deze sleutel is van mij
(bijzonder gebruik) : Aimer les siens = van de zijnen houden.
[bewerken] Adjectifs possessifs [bijvoeglijke bezittelijke voornaamwoorden]
mon/ma/mes [mijn, m'n]
ton/ta/tes [jouw, je]
son/sa/ses [zijn, z'n / haar, d'r]
notre/nos [ons]
votre/vos [jullie / uw]
leur/leurs [hun]
- Gebruik
In het Frans verwijst het bijvoeglijk bezittelijk voornaamwoord naar het geslacht van het zelfstandig naamwoord waar het bijstaat en niet naar het onderwerp.
Il cherche sa clé. Hij zoekt zijn sleutel.
Elle cherche son sac à main. Zij zoekt haar handtas.
Il cherche ses chaussures. Hij zoekt zijn schoenen.
Woordenlijst 1
|
|
Legende | o = oplossingen van de oefeningen | f = Franse woordenlijst | n = Nederlandse woordenlijst | v = Nederlandse woordenlijst met vertaling | u = Franse uitdrukkingenlijst | un = Nederlandse uitdrukkingenlijst | uv = Nederlandse uitdrukkingenlijst met vertaling |
| Deze pagina is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License (GFDL) en nog niet onder CC-BY-SA. Klik hier voor meer informatie.
Wilt u deze tekst gebruiken onder de Creative Commons CC-BY-SA licentie? |