Esperanto/Grammatica/Werkwoorden

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
  1. Grammatica
    1. Uitspraak
    2. Zelfstandig naamwoord
    3. Bijvoeglijk naamwoord
    4. Meervoud
    5. Lijdend voorwerp
    6. Lidwoord
    7. Werkwoorden
    8. Bijwoorden
    9. Voorzetsels
    10. Woorden vormen
    11. Eigennamen
    12. Zinnen
  2. Gebruik
    1. Landen van Europa
  3. Geschiedenis
    1. Toespraak Zamenhof
  4. Waarom zou je Esperanto leren?


[bewerken] Werkwoorden

[bewerken] Uitgangen

Werkwoorden geven door middel van een uitgang aan in welke toestand ze bedoeld zijn.

Uitgang Uitleg Voorbeeld
-i basisvorm
(onbepaalde wijs; het hele werkwoord)
esti - zijn
skribi - schrijven
-as tegenwoordige tijd
(heden)
estas - zijn
skribas - schrijf
-is verleden tijd
(verleden)
estis - was
skribis - schreef
-os toekomende tijd
(toekomst)
estos - zal zijn
skribos - zal schrijven
-us voorwaardelijke wijs
(wat als?)
estus - zou zijn
skribus - zou schrijven
-u gebiedende wijs
(wensend)
estu silenta - wees stil
skribu - schrijf

[bewerken] Samengestelde werkwoordconstructies

Samengestelde werkwoordconstructies bestaan uit een hoofd- en een hulpwerkwoord. Voor het hoofdwerkwoord wordt altijd het 'hele werkwoord' (de onbepaalde wijs) gebruikt. Deze samengestelde werkwoordconstructies worden bijvoorbeeld gebruikt bij de werkwoorden povi (kunnen), devi (moeten) en voli (willen).

Mi volas manįi. - Ik wil eten.
Mi ne povis veni. - Ik kon niet komen.
Mi devos labori. - Ik zal moeten werken.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen