Engels/Niveau 1

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek

Inhoud

[bewerken] Basisbeginselen van Engels

Voor de beginner.

[bewerken] Het lidwoord

  • Het onbepaald lidwoord enkelvoud is a of an als er een klinker volgt.

a child = een kind

an egg = een ei

  • In het meervoud is er GEEN onbepaald lidwoord (net als in het Nederlands)

dogs = honden

boys = jongens

  • Het bepaald lidwoord enkelvoud én meervoud is altijd the.

the cat = de kat

the cats = de katten

[bewerken] Het zelfstandig naamwoord

Het zelfstandig naamwoord blijft altijd hetzelfde, tenzij in het meervoud: in het meervoud wordt in de meeste gevallen een -s toegevoegd.

vb

singular (enkelvoud) plural (meervoud)
lesson (les) lessons (lessen)
chair (stoel) chairs (stoelen)

Meer info over het meervoud van een zelfstandig naamwoord: Engels/Plural

[bewerken] Voornaamwoorden

[bewerken] Persoonlijke voornaamwoorden

singular (enkelvoud) plural (meervoud)
I (ik) we (wij)
you (jij) you (jullie)
He (hij), she (zij), it (het) they (zij)

Je kan het persoonlijk voornaamwoord gebruiken in gewone, enkelvoudige zinnen:

I am Stephanie.

Ik ben Stephanie.

We live in Italy.

Wij wonen in Italië.

Zoals je ziet staat die dan altijd vooraan (als je geen bijzin hebt).

[bewerken] Bezittelijke voornaamwoorden

enkelvoud meervoud
my book (mijn boek) our book (ons boek)
your book (jouw boek) your book (jullie boek)
his/her/its book (zijn/haar/van het boek) their book (hun boek)

Bezittelijke voornaamwoorden zijn altijd bijvoeglijk gebruikt, d.w.z dat ze altijd bij een zelfstandig naamwoord staan en nooit alleen.

This is our book.

[bewerken] Het werkwoord

De vorming van een werkwoord in het Engels is eigelijk heel gemakkelijk. Er wordt altijd gebruik gemaakt van dezelfde vorm zoals in de infinitief, uitgezonderd in de 3e persoon enkelvoud waar er een s aankomt.

vb

infinitive: to live (infinitief: leven)

I live (Ik leef)

You live (Jij leeft)

He/She/It lives (Hij/Zij/Het leeft)

We live (Wij leven)

You live (Jullie leven)

They live (Zij leven)

[bewerken] Zinsbouw

Nu kan je al simpele zinnen maken.

vb

A cat is an animal.

Een kat is een dier.

You are Sophie.

Jij bent Sophie.

[bewerken] Telwoorden (en tijdsaanduidingen)

[bewerken] Numbers

Cijfers, nummers

1 One

2 Two

3 Three

4 Four

5 Five

6 Six

7 Seven

8 Eight

9 Nine

10 Ten

11 Eleven

12 Twelve

13 Thirteen

14 Fourteen

15 Fifteen

16 Sixteen

17 Seventeen

18 Eighteen

19 Nineteen

20 Twenty

21 Twenty-one

30 Thirty

40 Forty

50 Fifty

60 Sixty

70 Seventy

80 Eighty

90 Ninety

100 One hundred

Van getallen tot 100 pak je eerst het tientallengetal (twenty, fifty) en plakt er het eenhedengetal (one, five, seven etc.) achter met een streepje er tussen!

[bewerken] Dagen

Dagen worden altijd met een hoofdletter geschreven!

Monday

Tuesday

Wednesday

Thursday

Friday

Saturday

Sunday

[bewerken] Andere tijdsaanduidingen

Deze worden natuurlijk NIET met een hoofdletter geschreven.

a weekend = een weekend

a weekday = een weekdag


a day = een dag

a week = een week

a month = een maand

a year = een jaar

a decade = een decennium

a millennium = een millennium

a century = een eeuw

[bewerken] Praktische toepassingen

[bewerken] Jezelf voorstellen

Hallo, wie ben jij?

Hello, who are you?

Stel je zelf maar voor. Begin met I am, en zeg dan je naam. Bijvoorbeeld I am Maria.

[bewerken] Je woonplaats

Waar woon je?

Where do you live?

Als je wilt zeggen waar je woont, zeg je I live in.. (Musselkanaal)

[bewerken] Je leeftijd

your age

Hoe oud ben je?

How old are you?

Ik ben 15 jaar oud.

I'm fifteen years old.

Heckert GNU.png Deze pagina is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License (GFDL) en nog niet onder CC-BY-SA. Klik hier voor meer informatie.

Wilt u deze tekst gebruiken onder de Creative Commons CC-BY-SA licentie?
Klik dan hier om te kijken van welke gebruikers u nog toestemming nodig heeft.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen