Een film maken/Woordenlijst met filmische begrippen

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave:

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

[bewerken] A

Acteur of Actrice

De persoon die acteert voor de camera.

Aftiteling

De aftiteling is een lijst met namen van iedereen die aan de film heeft meegewerkt en is altijd aan het eind van de film.

Autocue

Een autocue is om teksten mee op te lezen, zoals bij het nieuws. Het lijkt dan net of de nieuwslezeres het uit haar hoofd opzegd. Een autocue is met een soort glas dat de tekst weerspiegelt van een monitor. Het glas zit dan voor de lens van de camera. De tekst is alleen aan de kant van de nieuwslezeres te zien, wij kunnen die niet zien.

ab ovo

vanaf het allereerste begin. en verhaal dat ab ovo begint, begint dus effectief bij het begin van de geschiedenis.

[bewerken] B

Belichting

Eén van de belangrijkste zaken bij een film : het licht. De belichting is het geheel van lampen en andere verlichting die de set van licht voorzien.

[bewerken] C

Call-sheet

Een call-sheet is een schema voor één draaidag.

Camerapositie

De positie die een camera met camerastatief inneemt om een bepaalde scène te kunnen filmen.

Cameraman

Persoon die de camera bedient tijdens een film-opname.

Catering

Al het eten en drinken dat op de set aanwezig is om de acteurs eten te geven. Meestal is er een catering-wagen op de set waar wordt gekookt.

Close-up

Van heel dichtbij filmen om zo een detailopname te maken of iets onduidelijk duidelijk in beeld te brengen.

Crane

Een soort wip waarop de cameraman zit om naar omhoog en omlaag te gaan. Dit is vergelijkbaar met de lift, maar een crane is kleiner.

Cut

Camera wordt stopgezet.

[bewerken] D

Dolly

Een klein wagentje op rails om de camera te verplaatsen.

Dolly-shot

Een opname door een camera op een dolly.

Draaiboek

In een draaiboek staan alle scènes opgeschreven die gefilmd moeten worden. In het draaiboek hoeven de scènes niet in de juiste volgorde te staan. Het draaiboek is er voor om iedereen te laten weten welke scènes er op een dag worden opgenomen. Een draaiboek lijkt een beetje op een schoolagenda.

[bewerken] E

Edel-figurant

Persoon die figurant is en meestal 1 à 2 lijnen tekst heeft. Hij komt maar in een klein stukje van de film voor.

[bewerken] F

Figurant

Persoon die meestal op de achtergrond komt en geen echte acteursrol heeft.

Figuratie

Alles wat te maken heeft met figuranten.

Forward

De camera achtervolgt een persoon of personen.

[bewerken] G

[bewerken] H

Half total-shot

Camerapositie waarbij men iemand toont van dichtbij (zoals de weerman of weervrouw op tv).

Holster-perspectief

De camera bevindt zich op heuphoogte.

[bewerken] I

Insert

Een stukje film in een ander stuk film plakken.

[bewerken] J

[bewerken] K

Kikvorsperspectief

De camera bevindt zich op de grond en filmt naar boven.

[bewerken] L

Lift

Een speciale wagen waar de camera opstaat om naar omhoog en omlaag te gaan.

Lokatie

De plaats waar men filmt.

[bewerken] M

Medium-shot

Camerapositie waarbij men filmt van het midden van een lichaam tot het hoofd (buik en hoofd zijn zichtbaar). Meestal gaat een medium-shot verder in een close-up.

[bewerken] N

[bewerken] O

Opname-leider

Iemand die ervoor zorgt dat de shots op juiste tijd en de juiste lokatie opgenomen worden.

Overvloeier

Twee beelden vloeien in elkaar over.

[bewerken] P

Pan-shot

Men draait rond met de camera om het panorama te laten zien.

Producent

Persoon die alles organiseert om te kunnen filmen.

Productie

Alles wat te maken heeft met het produceren van een film.

[bewerken] Q

[bewerken] R

Regie

Alles wat te maken heeft met het regisseren.

Regie-assistent

Meestal 1 of 2 mensen die de regisseur helpen bij het regisseren.

Regisseur

Een regisseur is de filmleider. Hij geeft aan wie wat moet doen en wat moet gebeuren. Hij overlegt met de hele crew om uit te leggen hoe men zal filmen.

Rijer of Rijder

Een camera loopt mee op een wagentje terwijl mensen wandelen.

Runner

Een runner is iemand die de klusjes doet zoals : acteurs en figuranten ophalen en wegbrengen, boodschappen doen, meehelpen met sjouwen, set-dressing, en dergelijk meer.

[bewerken] S

Scenario

Alle scènes achter elkaar opgeschreven, is een scenario.

Scène

Een scène is een klein stukje film. Een scène kan uit meerdere shots bestaan.

Script

Een script is een filmverhaal dat je als eerste hebt opgeschreven. Het is de ruwe versie van het scenario.

Set

De plaats waar gefilmd wordt.

Set-dresser

Iemand die zorgt dat de set aangekleed wordt met rekwisieten.

Shot

Een shot is 1 opname.

Shot-list

Lijst met daarop wat de cameraman moet doen bij het filmen.

Story

De verhaallijn van een film.

Story-board

Een getekend verhaal van alle shots/scènes. Meestal is er maar 1 tekening per shot om iedereen te laten zien wat de bedoeling is. Een storyboard wordt vooraf gemaakt en bestaat uit allemaal tekeningen van het verhaal.

Studio

Een grote hal waarin verscheidene sets zijn opgebouwd om te filmen. Het filmen gebeurt dus binnen.

[bewerken] T

Take

Eén opname zonder onderbreking. Meestal zijn er meer takes nodig om een goed shot te krijgen.

Tegen-shot

Twee mensen zitten tegenover elkaar. Eerst film je de eerste en dan de andere.

Tilt-down

De camera gaat naar beneden om te filmen.

Tilt-up

De camera gaat naar omhoog om te filmen.

Total-shot

Het overzicht van een scène filmen om zo een totaalbeeld te krijgen.

[bewerken] U

[bewerken] V

Visagie

Visagie is het opmaken van een acteur met speciale make-up zodat hij geloofwaardig overkomt in een film.

Visagist

Persoon die de visagie verzorgt.

Vogelperspectief

Van bovenaf filmen. De camera staat dan op een lift.

[bewerken] W

[bewerken] X

[bewerken] Y

[bewerken] Z

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen