EHBO/De bloedsomloop en het hart

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

Bouw van de bloedsomloop[bewerken]

Bloedsomloop bij de mens. Rood: slagaderen, blauw: aderen.

Het bloedvatenstelsel of de bloedsomloop bij de mens is het gesloten systeem van vaten waardoor bloed stroomt. Er zijn 2 bloedsomlopen, de kleine en de grote. De vaten verbinden het hart en de organen en zorgen voor de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen en voor de afvoer van afvalstoffen zoals koolstofdioxide. Ook zorgt de bloedsomloop voor circulatie van hormonen en afweerstoffen.

Het bloed doorstroomt vele aders en haarvaten, een overzicht :

  1. De aorta (afkomstig uit het hart)
  2. De slagader
  3. De arteriolen (kleine slagaders)
  4. De haarvaten
  5. De venulen (kleine haarvaten)
  6. De aders

Dan wordt verder het transport van het bloed voorzien door de aders naar de verschillende delen van het menselijk lichaam.




Animatie over de hartwerking

Het hart en de hartwerking[bewerken]

Telkens het hart samentrekt, is er een hartslag voelbaar ter hoogte van de slagaders. De hartslag wordt gecontroleerd ter hoogte van de polsslagader of de halsslagader. De hartslag wordt gecontroleerd met de wijs- en middelvingers (als we de duim gebruiken is het mogelijk dat we onze eigen hartslag voelen, in plaats van de hartslag van de patiënt).

We tellen het aantal slagen gedurende 15 seconden en vermenigvuldigen deze waarde met 4. Dat geeft ons het aantal slagen per minuut. Kan je moeilijk uit het hoofd vermenigvuldigen, dan tel je de slagen aandachtig gedurende 1 minuut.

Bij een volwassen persoon slaat het hart in rust zo'n 60 tot 80 maal per minuut. Bij een inspanning versnelt de hartslag en kan dat oplopen tot zelfs 200 slagen per minuut.

De hartslag meten ter hoogte van de polsslagader[bewerken]

Plaats je wijs- en middelvinger in het midden van de pols. Glijd af in de richting van de duim tot je als het ware een holte voelt. In deze holte loopt de polsslagader. Oefen een lichte druk uit op deze plaats en tel het aantal slagen.

Controle van de hartwerking in de halsstreek.

De hartslag meten ter hoogte van de halsslagader[bewerken]

Plaats je wijs- en middelvinger op het strottenhoofd. Laat je vingers glijden tot de holte tussen het strottenhoofd en de spiermassa van de nek en de hals. Duw de halsslagader zachtjes in de richting van de wervelkolom.

Deze techniek is iets eenvoudiger als de patiënt het hoofd lichtjes naar achter houdt. Je kan eventueel een lichte hyperstrekking uitvoeren. Tijdens de controle mag de patiënt niet spreken of slikken, anders is het tellen moeilijker.

Onbetrouwbaarheid[bewerken]

Let goed op ! Bij een bewusteloos slachtoffer dat niet meer ademt, mag geen polscontrole meer worden uitgevoerd om een hartstilstand vast te stellen. Deze techniek is in dat geval uiterst onbetrouwbaar. Het beste is om de halscontrole uit te voeren !


Letsels van de bloedsomloop[bewerken]

Er zijn 3 mogelijk en vaak voorkomende letsels van de bloedsomloop :

  • De hartaanval.
  • De bloeding.
  • De neusbloeding.

Het is dan ook sterk aangewezen om gepaste hulp toe te brengen.

De hartaanval[bewerken]

Door een vernauwing of afsluiting van een bloedvat rond het hart, kan een gedeelte van de hartspier een zuurstoftekort krijgen. Dat deel van de hartspier zendt via de zenuwen pijnprikkels (de "angor") uit.

De ernst van een hartaanval wordt bepaald door de ernst en de plaats van de vernauwing. Levensgevaarlijke stoornissen van het hartritme, shock en hartstilstand kunnen op dat moment optreden. Soms kunnen geneesmiddelen verlichting brengen.

Bij complete afsluiting ontstaat een hartinfarct : het afsterven van een gedeelte van de hartspier.

Kenmerken[bewerken]

Niet al deze kenmerken van de hartaanval komen tegelijk voor :

  • Pijn of beklemmend gevoel ter hoogte van het borstbeen.
  • Pijn uitstralend naar de linker arm, maar soms ook naar de kin, hals, nek of de maagstreek.
  • Bleke of grauwe huidskleur.
  • Blauwe verkleuring aan de lippen en de vingernagels.
  • De patiënt is angstig.
  • Zweten en verkleumde handen.
  • Misselijkheid, braakneigingen.
  • De patiënt is meestal bij bewustzijn.

Wat moet je doen ?[bewerken]

  • Controleer bewustzijn, ademhaling en hartwerking.
  • Tel de hartslag.
  • Plaats het slachtoffer is een zittende of halfzittende houding.
  • Maak knellende kledij los en verwijder de das en de broeksriem.
  • Vermijd inspanningen bij het slachtoffer.
  • Alarmeer de 112-centrale.
  • Probeer het slachtoffer te kalmeren en gerust te stellen. Praat voldoende tegen het slachtoffer.
  • Zorg voor een zuurstofrijke omgeving.
  • Vermijd sterke afkoeling.
  • Laat het slachtoffer NOOIT alleen !
  • Blijf voortdurend de toestand van het slachtoffer controleren (bewustzijn, ademhaling en hartwerking).

Patiënten die voordien reeds een hartaanval hebben gehad, beschikken over een geneesmiddel (tabletjes, die onder de tong moeten smelten, of een spuitbusje). Zij mogen bij dergelijke klachten dit geneesmiddel 1 maal innemen, liefst al zittend. Treed ter na 15 minuten geen verbetering op, alarmeer dan de 100.

<<<Inhoudsopgave--De bloedsomloop en het hart--Les 7: De huid>>>
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.