Chemie Centraal/Basen
Uit Wikibooks
Een base is het pendant van zuur (zie vorig hoofdstuk). Een zuur geeft waterstofionen af en de base neemt het op. Lossen we een base op in water, dan zal de oplossing basisch worden (het tegenovergestelde van zuur).
Inhoud |
[bewerken] Definitie volgens Arrhenius
| Een base volgens Arrhenius is een stof dat in water aanleiding geeft tot het vormen van een hydroxide-ion (OH-) |
Het molecuul kan ook zelf een hydroxide-ion bevatten, maar dat hoeft niet.
Twee voorbeelden van Arrhenius-basen zijn natriumhydroxide (NaOH) en ammoniak (NH3):
NaOH
Na+ + OH-
NH3 + H2O
NH4+ + OH-
[bewerken] Definitie volgens Brønsted en Lowry
| Een base is een molecuul dat protonen (H+) kan opnemen |
Een dergelijke base wordt Brønsted-base genoemd.
Elke Arrhenius-base is ook een Brønsted-base, maar dat geldt niet altijd omgekeerd. Bij Arrhenius moet de stof namelijk in water opgelost zijn, dat hoeft bij Brønsted en Lowry niet.
[bewerken] Definitie volgens Lewis
| Een base is een molecuul met een vrij elektronenpaar |
Een dergelijke base wordt Lewis-base genoemd.
Een voorbeeld van een Lewisbase is NH3
Alle Brønsted-basen zijn ook Lewis-basen, maar het omgekeerde geldt niet altijd.
[bewerken] Voorbeelden van basen
[bewerken] Sterke basen
Sterke basen dissociëren vrijwel volledig in water.
- natriumhydroxide (NaOH)
- kaliumhydroxide (KOH)
- bariumhydroxide (Ba(OH)2)
- calciumhydroxide (Ca(OH)2)
[bewerken] Zwakke basen
Andere basen zijn:
- ammoniak (NH3)
- natriumcarbonaat
In het dagelijks gebruik vindt men ook veel basen, zoals bijvoorbeeld gal (uit de lever) of zeep.