Autisme/Werkbladen/Vrienden
Uit Wikibooks
Inhoud |
[bewerken] Deel 1
[bewerken] Leesblok
Als je in de puberteit wat meer afstand van je ouders gaan nemen, gaan vrienden en andere leeftijdsgenoten een belangrijke rol in je leven spelen. Daarover gaat deze les.
Vrienden kunnen je steunen en accepteren. Samen is het veel makkelijker om je in een nieuwe situatie te begeven dan alleen. Je kunt ook vertrouwde dingen met vrienden doen en ze kunnen je aanmoedigen. Je kunt samen dingen doen en interesses delen.
Je hoeft niet veel vrienden te hebben, één goede is al heel wat. Hij of zij kan je bovendien veel leren over jezelf. Je gaat door vrienden nadenken over wie je bent, waar je voor staat, wat je wilt en hoe andere naar jou kijken. En je leert zelf een mening te vormen. Je kunt uit de reacties van vrienden opmaken wat anderen van je vinden.
Voor mensen met autisme is het vaak moeilijk om vrienden te maken. Het is moeilijk, maar je komt met de volgende tips misschien wat verder.
Er zijn heel veel vriendschappen. Je kunt één op één bevriend zijn, daarbij doe en deel je dingen samen en dat voelt heel veilig, maar als je ruzie krijgt, sta je soms ineens in je eentje. Je kunt ook deel uitmaken van een groep dat met elkaar bevriend is en samen dingen doet. Daarnaast zijn er ook grotere vriendengroepen. Daarin is vaak meer druk om je aan te passen en dat is soms heel moeilijk. Je kunt je soms gedwongen worden dingen te doen die je eigenlijk liever niet zou doen, maar die je niet durft te weigeren. Let op dat je je niet bij een verkeerde vriendengroep aansluit, omdat je misschien moeite hebt om te zien wie deugt en wie niet.
[bewerken] Goede vrienden
Vrienden zijn goede vrienden als ze alles van je weten en je toch accepteren. Echte vriendschap heeft een aantal kenmerken. Van vrienden kun je verwachten dat ze:
- aardige dingen over jou zeggen
- in gesprekken ook in jou geinteresseerd zijn en niet alleen over zichzelf praten
- altijd voor je klaar staan
- zich aan gemaakte afspraken houden
- het leuk vinden om bij je te zijn
- uit zichzelf opbellen
- lol met ze kunt hebben
- nooit iets geheims over jou doorvertellen
- eerlijk tegen je zijn en niet liegen
- kritiek geven, zonder dat ze boos worden
- niet achter je rug over je roddelen
- je het gevoel geven dat je belangrijk voor hen bent
- interesses met je willen delen
- trouw zijn
Als je vrienden dit doen, zijn het goede. Maar ben jij ook een goede vriend of vriendin? Ga de punten na en kijk of je daaraan voldoet.
Sommige pubers hebben nooit vrienden en zijn na schooltijd altijd thuis. Dan lijkt het alsof ze geen vrienden hebben. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Misschien hebben ze genoeg aan hun contacten op school, waardoor ze buiten school geen contact zoeken. Sommige jongeren hebben geen behoefte aan contact zoeken met leeftijdsgenoten. Zij voelen zich er prima bij geen vrienden te hebben.
Sommige pubers willen wel vrienden, maar slagen er niet in vriendschappen te sluiten. Sommige mensen kopen dingen voor andere mensen, maar dat is niet de manier om vrienden te maken, want dan gaan ze je vaak uitbuiten. Niet doen dus.
[bewerken] Opdracht
Bekijk deze tabel.
| Niveau | Hoe gedraag ik mij? |
|---|---|
| Verkering | Aanraken, vrijen, kussen, diepe gesprekken en openheid |
| Vriendschap | Diepe gesprekken, openheid en zoenen bij begroeting |
| Klasgenoot | Niet zoenen bij begroeting, niet alles tegen elkaar vertellen, elkaar alleen aanraken met toestemming |
| Bekende | Niet kussen bij begroeting, elkaar alleen neutrale weetjes vertellen |
Wie ken je allemaal, want is hun niveau van vriendschappelijkheid en wat is passend gedrag van deze relaties? Maak een lijst op een apart vel papier.
[bewerken] Deel 2
[bewerken] Leesblok
[bewerken] Vrienden maken
Soms voelen mensen zich onzeker bijh et maken van vrienden. Misschien denk je dat anderen je de moeite niet waard vinden. Maar daar moet je zelf iets voor doen. Ze komen niet altijd vanzelf op je af en je kunt ze ook niet kopen via Marktplaats of zo.
Je moet ook niet zomaar op een wildvreemde afstappen en vragen “Wil je mijn vriend zijn?”. Zoiets gaat in stapjes. Vaak ga je dan al een tijdje met iemand om en merk je dat jullie het goed met elkaar kunt hebben. Soms zit er wel iemand bij jou in de klas, maar dat hoeft niet. Je kunt ook bevriend raken met iemand uit een andere klas of met een buurtgenoot.
[bewerken] Contact maken
Misschien heb je verbaasd staan kijken naar andere pubers die zonder problemen contact maken. Ze groeten en sluiten zich ergens bij aan, maar dit lukt niet iedereen. Sommigen slagen er gewoon niet in.
Contact maken kies je soms zelf niet, bijvoorbeeld als je naar een nieuwe klas gaat. Als je dan je naam zegt, is het vaak al voldoende. Luister dan natuurlijk ook wel naar de namen van anderen en onthou deze ook, want je gaat deze mensen vaker tegenkomen en vaak zit er ook een vriend tussen.
Op verjaardagen ken je soms niet iedereen. Dan moet je ook contact maken. Je zit dan wat langer bij elkaar en dan is je alleen voorstellen onoldoende. Je kunt ook over jezelf vertellen en met de ander praten. Je kunt bijvoorbeeld vragen waar diegene de jarige van kent.
Als je nog niet zo veel contact hebt gehad, moet je eerst proberen een praatje te maken. Je kunt zelf een gesprekje beginnen en dat geeft je het gevoel zelf de regie in handen te hebben en dat maakt het minder eng. Zelf contact maken met iemand, wil zeggen dat je interesse in diegene hebt en je diegene beter wil leren kennen. Na het voorstellen kunnen jullie elkaar vragen stellen om elkaar te leren kennen. Stel geen persoonlijke vragen. Vraag niet bijvoorbeeld “Waarom zit je in een rolstoel?”. Stel eerst vragen als “Waar woon je?” of “Wat vind je leuk om te doen?”. Luister naar het antwoord en naar de vragen van de ander, want de ander wil jou vaak ook leren kennen. Vertel de ander over de dingen die je graag doet.
[bewerken] Favoriete onderwerpen
Let op als je praat over favoriete onderwerpen:
- Zeg er maar kort iets over. Als je bijvoorbeeld dol op Domino Day bent, zeg alleen maar dat dat zo is, ga er niet diep op in.
- Vertel er alleen meer over als de ander daarover vraagt.
- Als je twijfelt of je er wel of niet over kunt vragen, vraag het dan.
- Kijk naar het gezicht van de ander of hij het nog leuk vindt. Als hij ergens anders naar kijkt, gaat wiebelen of er niets meer over vraagt, vindt diegene het waarschijnlijk niet leuk meer. Als je twijfelt, kun je ook vragen of de ander het nog leuk vindt. Als dit niet zo is, stop dan, want vriendschap is rekening houden met de ander.
Vrienden zijn mensen die vragen hoe het met je gaat en ook op antwoord wachten. Het is heel fijn om te merken als hij naar je luistert. Het is de bedoeling dat je MET iemand praat en niet alleen TEGEN iemand. De ander wil ook aan jou merken dat je naar hem luistert als hij iets vertelt. Hoe doe je dit?
Nou, je moet de ander aankijken als hij praat. Als je dit moeilijk vindt, kun je ook tussen de ogen kijken, boven de neus. Je kunt je dan concentreren terwijl dit voor de ander niets uitmaakt. Daarnaast kun je af en toe knikken of “Hm” zeggen. Dan weet de ander dat je hem begrijpt. Als dit niet zo is, vraag het dan. Tussendoor mag je gerust wat vragen, dan laat je merken dat je echt interesse hebt en luistert. Antwoord ook. Wacht ook met jou verhaal tot de ander is uitgesproken, wat er ook gebeurt. Als je bang bent dat je het vergeet, schrijf het dan op een blaadje. Zeg dat dan wel van tevoren tegen de ander, anders snapt hij het misschien niet.
[bewerken] Complimenten geven
Als iemand iets aardigs tegen je zegt, is dat fijn. Soms wordt iemand dan verlegen en weten niet goed hoe ze moeten reageren. Ze mompelen hooguit. Degene die je het compliment gaf, vindt dat niet zo leuk, omdat hij aardig wilde zijn. Dan zal hij het niet gauw weer doen. Zeg dat je het leuk vindt dat die ander het tegen je zei en zeg dan wat terug. Als je het niet weet, zeg dan gewoon “Dank je wel”, glimlach of knik. Kijk de ander wel aan!
Zeg ook wel eens iets anders tegen de ander, want als je vrienden wil, moet je aardig tegen elkaar zijn. Als je het moeilijk vindt, kun je bedenken wat en wanneer je iets tegen de ander gaat zeggen.
Er is veel wat je kunt zeggen. Bijvoorbeeld dat je het leuk vindt dat de ander iets kan of durft. Als je ziet dat iemand naar de kapper is geweest, zeg dan dat je dat leuk vindt. Jij vindt dat waarschijnlijk ook leuk. Als je het niet leuk vindt, zeg er dan niets over, tenzij je erover gevraagd wordt. Denk goed na hoe je het zegt! Als je zomaar maar zegt dat je het klote vindt, is dat niet leuk. Zeg liever dat je het andere leuker vond of dat je er misschien nog aan moet wennen. Dan is het makkelijker om vrienden te blijven, doordat je de ander geen verdriet doet.
[bewerken] Opdrachten
1. Benoem een vriendschap en hoe die is ontstaan.
2. Zou je graag meer vrienden willen hebben? Waarom?
3. Heb je je wel eens eens ongelukkig gevoeld omdat je geen of weinig vrienden hebt?
4. Ben je wel eens onzeker geweest als je met iemand vriendschap zocht?
5. In welke situatie, activiteit op sport is het voor jou makkelijker om contact te zoeken?
6. Heb je dit wel eens gedaan?
7. Vond de ander dit toen prettig?
8. Waar maakte je dat uit op?
9. Hoe reageer jij als iemand anders met jou contact wil maken?
[bewerken] Tot slot
Lukt het ondanks deze tips nog niet om vrienden te maken, overleg met je ouders of je een training voor sociale vaardigheden mag volgen. Die worden gegeven door Bureau Jeugdzorg en Altrecht, maar ook door zelfstandige psychologen en pedagogen.