Autisme/Werkbladen/Bloktoets 2
Uit Wikibooks
[bewerken] Vragen
1. Hoeveel hersencellen hebben we ongeveer?
- A. 10 miljoen
- B. 1 miljard
- C. 100 miljard
- D. 20 biljoen
2. Twee dingen:
- Je reactievermogen wordt slechter.
- Je stemming wordt aangetast.
- Welke invloeden heeft/hebben invloed op de hersenen?
- A. Alleen 1
- B. Alleen 2
- C. Allebei
- D. Geen van beiden
3. Zie het plaatje rechts. Welk onderdeel van de hersenen coördineert de automatische bewegingen?
- A. Het grijze deel.
- B. Het blauwe deel.
- C. Beide delen.
- D. Geen van beide delen.
4. Wat verandert er in de puberteit NIET aan de hersenen?
- A. Er wordt meer aan seks gedacht.
- B. Er worden meer verbindingen aangemaakt.
- C. Er komt een isolerend laagje op de hersenen.
- D. De hersenen beginnen te slijten.
5. Wat kan er NIET van goede vrienden verwacht worden?
- A. Dat ze uit zichzelf opbellen.
- B. Dat ze altijd voor je klaar staan.
- C. Dat ze aardige dingen over je zeggen.
- D. Dat ze alleen achter je rug over je roddelen.
6. Maarten kent Cynthia. Ze vrijen met elkaar en hebben diepe gesprekken. Wat is waarschijnlijk hun relatie?
- A. Verkering.
- B. Vriendschap.
- C. Bekende.
- D. Vreemde.
7. Kim kent Quinten. Ze zoenen niet bij begroeting en vertellen elkaar alleen neutrale weetjes. Wat is waarschijnlijk hun relatie?
- A. Verkering.
- B. Vriendschap.
- C. Bekende.
- D. Vreemde.
8. Contact maken...
- A. ... kies je altijd
- B. ... kies je nooit
- C. ... kies je soms wel en soms niet
- D. ... is voor iedereen lastig
9. Wat moet je NIET zomaar doen als je praat over favoriete onderwerpen?
- A. Er uitgebreid op ingaan.
- B. Checken of de ander het wel leuk vindt.
- C. Luisteren naar wat de ander wil zeggen.
- D. Rekening houden met dat de ander misschien ook nog wil vertellen.
10. Waar moet je op letten als iemand je een compliment geeft?
- A. Dat je altijd moet reageren.
- B. Dat je het ermee eens moet zijn.
- C. Dat je je leven erop aanpast.
- D. Dat de ander het altijd heel moeilijk vindt om het compliment te geven
11. Waar moet je op letten als je je vrije tijd invult?
- A. Dat je altijd dingen doet met vrienden.
- B. Dat je altijd aan je ouders vraagt wat je zou kunnen doen als je het niet weet.
- C. Dat je variatie aanbrengt in wat je doet.
- D. Dat je niet vergeet om je post te lezen.
12. Wat is geen goede manier om uit te zoeken of een sport wat voor jou is?
- A. Een lijstje maken van voor- en nadelen.
- B. Een vriend die op dezelfde sport zit, vragen wat hij ervan vindt
- C. Een keer komen kijken.
- D. Een proefles nemen.
13. Waarom is het heel dom om drugs te gebruiken?
- A. Ze zijn duur.
- B. Als je ouders het ontdekken, krijg je op je donder.
- C. Je kunt eraan doodgaan.
- D. Het is helemaal niet dom, het is juist stoer!
14. Welke groep mensen gebruikt de meeste drugs?
- A. Kinderen
- B. Jongeren
- C. Volwassenen
- D. Ouderen
15. Wat moet je doen als iemand in een vriendenkring wil dat je drugs gaat gebruiken?
- A. Uit de kring stappen en niet meer terugkomen.
- B. Vragen waarom hij of zij dat vindt.
- C. Liegen dat je het al gebruikt.
- D. Drugs gaan gebruiken.
16. Waarom wordt je dronken van alcohol?
- A. Alcohol verdooft de hersenen.
- B. Alcohol verdunt het bloed waardoor het sneller gaat stromen.
- C. Alcohol is eigenlijk vergif, je spieren worden slapper.
- D. Alle drie de bovenstaande antwoorden zijn goed.
17. Wanneer moet je uit jezelf lijnen?
- A. Als je op een fotomodel of soapster wil lijken.
- B. Als je niet meer in je kleren past.
- C. Als je vrienden je te dik vinden.
- D. Nooit.
18. Wat moet je doen als je op internet te maken krijgt met iemand die heel vervelend is?
- A. Het vergeten en er niet meer aan denken.
- B. Het bespreken met je ouders.
- C. Vervelend terug doen.
- D. Vragen aan diegene waarom hij zo vervelend is.
19. Waarom moet je oppassen met bestanden, links of e-mailbijlagen?
- A. Het kan saai zijn.
- B. Je internet kan uitvallen.
- C. Er kunnen virussen in je computer komen.
- D. Alle drie de bovenstaande antwoorden zijn goed.
20. Wat is absoluut niet veilig om op internet te doen als je chat met vreemden?
- A. Vertellen hoe het met je is.
- B. Vertellen hoe je heet.
- C. Vertellen wat je gaat doen.
- D. Vertellen van wie je fan bent.