Autisme/Historiek van het autisme

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek

GEVRAAGD: vrijwilligers die de werkbladen
kunnen voorzien van extra toetsen. De toetsen van
dit boek hebben allemaal eenzelfde opzet van
20 meerkeuzevragen met 4 antwoordmogelijkheden.

Voorpagina Autisme
Hoofdstukken
  1. Historiek van het autisme
  2. Wat is autisme
  3. Autistische kenmerken
  4. Autismespectrum
  5. Diagnose
  6. Oorzaken van autisme
  7. Gevolgen van autisme
  8. Behandeling voor autisme
  9. Omgang met mensen met autisme
  10. Gemeenschap en cultuur
  11. Documentatie
  12. Referenties en externe links

[bewerken] Historiek van het autisme

Doorheen de eeuwen hebben een aantal mensen waarschijnlijk geleefd met wat wij vandaag de dag autismespectrumstoornissen (ASS) noemen. Enkele van de vroegste gedragsobservaties die naar autisme neigen, dateren van in de 18e eeuw.

De Zwitserse psychiater Eugen Bleuler (1857-1939) zou de term autisme, van het Griekse “autós” of ‘zelf’ en van het Duitse Autismus, voor het eerst gebruikt hebben voor schizofrene patiënten die moeite hebben met andere mensen in contact te treden. Voorheen worden mensen met autisme benoemd als ‘eenzelvig’ of ‘psychotisch’.

In 1943 beschrijft de Amerikaanse kinderpsychiater Leo Kanner het infantiel of vroegkinderlijk autisme. Hans Asperger, een Oostenrijks psychiater, ziet in hetzelfde jaar als Kanner een hoger functionerende vorm van autisme, die nu bekend staat als het Syndroom van Asperger.

Vanaf de jaren veertig worden vooral moeders aangewezen als oorzaak voor het ongewone gedrag van hun kinderen, dat hoofdzakelijk bestaat uit starre rituelen, spraakproblemen en isolement. Vooral in de jaren vijftig en zestig wordt de term 'koelkastmoeder' populair. Een meerderheid van medici ziet een (onterecht) verband tussen de emotionele kilte van moeders en het autisme van kinderen.

In de jaren zestig komt er kritiek op de koelkastmoedertheorie. Het autistisch denken en gedrag blijkt vooral een biologische oorzaak te hebben. Binnen het autisme is er sinds de jaren zestig ook sprake van een autisme-spectrum met een glijdende schaal (continuüm) naargelang de ernst van de stoornis en de sociale gerichtheid en betrokkenheid op de ander (Lorna Wing).

In 1977 wordt voor het eerst duidelijk dat autisme een genetische basis heeft, door de eerste tweelingenstudie (Folstein & Rutter). Sindsdien zijn wetenschappers druk bezig te onderzoeken welke genen het autisme dragen.

In de DSM III en volgende delen wordt de categorie pervasieve ontwikkelings-stoornissen opgenomen (PDD: Pervasieve Developmental Disorders). Binnen de PDD wordt de Autismespectrumstoornis (ASS) tot op heden onderverdeeld in de volgende 5 stoornissen:

  • De Autistische stoornis
  • PDD-NOS
  • syndroom van Asperger
  • syndroom van Rett
  • Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd

ADHD wordt soms ook tot het autistisch spectrum gerekend, maar de DSM-IV stelt dat ADHD niet wordt gediagnosticeerd als de symptomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis zijn toe te schrijven.

McDD kan momenteel ingedeeld worden als subtype in de groep PDD-NOS, maar in vergelijking tot andere spectrumstoornissen is het verloop dermate anders dat de classificatie waarschijnlijk herzien moet worden. Hier is nog veel onderzoek voor nodig.


 • Autisme • Volgende →


Heckert GNU.png Deze pagina is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License (GFDL) en nog niet onder CC-BY-SA. Klik hier voor meer informatie.

Wilt u deze tekst gebruiken onder de Creative Commons CC-BY-SA licentie?
Klik dan hier om te kijken van welke gebruikers u nog toestemming nodig heeft.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen