Autisme/Autismespectrum

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek
Voorpagina Autisme
Hoofdstukken
  1. Historiek van het autisme Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  2. Wat is autisme Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  3. Autistische kenmerken Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  4. Autismespectrum Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  5. Diagnose Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  6. Oorzaken van autisme Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  7. Gevolgen van autisme Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  8. Behandeling voor autisme Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  9. Omgang met mensen met autisme Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  10. Gemeenschap en cultuur Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  11. Documentatie Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}
  12. Referenties en externe links Nog vrijwel niets. Revisiedatum: {{{Datum}}}


Autismespectrum of autistisch spectrum is een term die wordt gebruikt voor de visie dat de autistische stoornis en daaraan verwante aandoeningen een continuüm vormen, waarbij de symptomen als glijdende schaal kunnen worden beschreven.

Inhoud

[bewerk] Algemeen

[bewerk] Spectrumstoornissen

Tot de kern van het spectrum worden naast autistische stoornis doorgaans a-typisch autisme en het syndroom van Asperger gerekend. Verder is er de restgroep PDD-NOS, wat staat voor Pervasieve Development Disorder - Not Otherwise Specified. (In het nederlands: POS-NAO: Pervasieve Ontwikkelings Stoornis - Niet Anders Omschreven).

Er worden in grote lijnen drie symptoomgroepen onderscheiden (sociale interactie, sociale communicatie en stereotiep gedrag), die per persoon in ernst kunnen verschillen.

[bewerk] Pervasieve ontwikkelingsstoornissen

De naam autismespectrum(stoornis) wordt vaak als synoniem van de groep pervasieve ontwikkelingsstoornissen gebruikt, namelijk de ontwikkelingsstoornissen die 'diep doordringend' worden genoemd. Dat zijn vier ontwikkelingsstoornissen (Autistische stoornis, Syndroom van Rett, Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd, Syndroom van Asperger) en de restgroep (POS-NAO of PDD-NOS).

Sommige wetenschappers (doorgaans met biologische of neurologische achtergrond) wijzen op de etiologische verschillen tussen autistische stoornissen en met name het syndroom van Rett en desintegratiestoornis van de kinderleeftijd, waardoor de benadering als spectrum voor hen niet zinvol is.

[bewerk] Educatieve definitie

In orthopedagogische kringen wordt het spectrum soms de educatieve definitie van autisme genoemd, omdat deze gegroeid is vanuit de visie om kinderen te groeperen die allen dezelfde aanpak nodig hebben.

[bewerk] Kwantitatieve benadering

[bewerk] Spectrum

Er zijn verschillende methoden om tot een kwantitatieve benadering van het spectrum te komen in plaats van de klassieke klinische of categoriserende benadering. Voorbeelden zijn het Autism Diagnostic Interview (ADI-R) en de Childhood Autism Rating Scale (CARS). Onder leiding van Simon Baron-Cohen werd aan de universiteit van Cambridge het zogenaamde autismespectrumquotiënt ontwikkeld. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie heeft het Protocol autisme en aan autisme verwante contactstoornissen laten opstellen (Berckelaer-Onnes en Van der Gaag). Hierbij wordt gelet op:

  • de ernst van de stoornis (van diepgestoord door factoren binnen zichzelf tot mensen die het meest gelijken op de harmonische normale mensen en door omgevingsfactoren angstig en chaotisch worden)
  • de sociale gerichtheid en betrokkenheid op de ander (van ‘aloof’ of afgesloten van alles, via ‘passive’ of ‘mensen die altijd een stapje trager zijn en gedrag kopiëren’ tot ‘active but odd’ die de spelregels denken te kennen en erin vliegen met alle gevolgen vandien) (Lorna Wing)

In de praktijk wordt steeds vaker de diagnose 'autismespectrum' gehanteerd in plaats de verschillende diagnoses 'Syndroom van Asperger', 'PDD-NOS', 'Autistische stoornis' ... etc.

[bewerk] Autistische stoornis

Autistische stoornis (DSM-IV 299.00) of vroegkinderlijk autisme (ICD-10 F84.0) is een van de pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Vaak wordt de aandoening aangeduid met 'autisme', een term die ook vaak voor verwante stoornissen wordt gebruikt. Ook wordt de stoornis wel syndroom van Kanner (of klassiek autisme) genoemd naar de kinderpsychiater Leo Kanner, die als eerste de gedragingen bij kinderen onderzocht.

De aandoening begint voor de leeftijd van drie jaar en kenmerkt zich door een achterblijvende ontwikkeling op drie terreinen: sociale en empatische contacten, ontwikkeling van communicatie en taal, en gedragsontwikkeling. Deze drie groepen worden samen ook wel de (autistische) triade genoemd.

Hoewel de gestelde criteria van autistische stoornis geen mentale retardatie vereisen, is dit iets wat zich in ongeveer 75 procent van de gevallen voordoet. Als een kind niet aan de gestelde criteria voldoet, maar toch veel overeenkomstige symptomen vertoont, spreekt men van atypisch autisme.

Een bekend voorbeeld van het Syndroom van Kanner is natuurlijk de film Rain Man waarin acteur Dustin Hoffman een zwaar in zichzelf gekeerde autist speelt die bijzonder goed is in rekenen.

Autisten hebben, hoewel sterk in zichzelf gekeerd, soms bijzondere "talenten". Anderen hebben weer opvallende hobby's/preoccupatie|preoccupaties zoals bijvoorbeeld de star-gazers met een bijzondere fascinatie voor de planeten, sterren en andere hemellichamen, en dan natuurlijk de dino-boys, meestal mannen/jongens met een onnatuurlijke fascinatie voor alles wat maar in het Krijt-tijdvak rondliep.

[bewerk] Hoogfunctionerend autisme

Hoogfunctionerend autisme (HFA) is de term voor autisme zonder verstandelijke handicap (IQ > 75-85). HFA lijkt erg op het syndroom van Asperger (SvA), en veel onderzoekers beweren dan ook dat beide begrippen eigenlijk hetzelfde betekenen[1]. Andere wetenschappers beweren dat er neurologische verschillen zijn[2] en een andere oorzaak.

Men vermoedt dat HFA zich van SvA zou kunnen onderscheiden op o.a. de volgende punten:

  • Slechtere verbale vaardigheden (lager verbaal IQ) dan bij SvA
  • Betere visueel-ruimtelijke vaardigheden (hoger performantie-IQ) dan bij SvA
  • Minder slechte motoriek dan bij SvA
  • Lijders aan het SvA kunnen zich beter in de ander inleven of hanteren hiervoor andere/betere strategieën dan mensen met HFA
  • HFA'ers hebben vaker problemen met zelfstandigheid

HFA valt in de DSM-IV-TR onder de pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Het is dus nog niet duidelijk of het hier gerekend moet worden onder autistische stoornis of de stoornis van Asperger.

[bewerk] Syndroom van Asperger

[bewerk] Syndroom

Het syndroom van Asperger, of Aspergersyndroom, is een pervasieve ontwikkelingsstoornis binnen het autistische spectrum met normale of meer dan gemiddelde begaafdheid, met atypische of beperkte sociale vaardigheden en met vertraagde sociaal-emotionele ontwikkeling en/of integratie. In de meeste gevallen is er geen vertraagde taalontwikkeling en verstandelijke ontwikkeling. Het onderscheid tussen het syndroom van Asperger en zogenaamd hoogfunctionerend autisme (HFA) is omstreden.

[bewerk] Geschiedenis

De naam van de stoornis is afkomstig van de Oostenrijkse psychiater en kinderarts Hans Asperger die in 1944 een proefschrift schreef over het verschijnsel. Hij noemde het autistische psychopathie. De eerste die het syndroom van Asperger noemde was Lorna Wing in een medische publicatie van 1981. In 1994 werd AS voor het eerst erkend in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (sectie 299.80).

[bewerk] Asperger binnen het autismespectrum

[bewerk] Asperger en Autisme

Het syndroom van Asperger ligt op het autismespectrum, samen met lichte vormen van PDD-NOS, het dichtst bij harmonisch normale mensen.

Afhankelijk van de aanpak van het diagnosecentrum, zal iemand met Asperger de diagnose 'autismespectrumstoornis', hoogfunctionerend autisme of PDD-NOS krijgen.

De diagnose wordt bemoeilijkt door de uiteenlopende methodes & instrumenten om Asperger vast te stellen, en de verschillende diagnostische criteria. Naast de diagnosecriteria van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, zijn er ook die van de Wereldgezondheidsorganisatie (ICD-10), de Szatmari diagnostische criteria, de Gilberg Diagnostische criteria en de criteria die Tony Attwood hanteert.

Over het onderscheid tussen autistische stoornis en het syndroom van Asperger bestaat in de wetenschap geen pasklaar antwoord. Ze hebben praktisch dezelfde oorzaken en gevolgen. Hun cultuur en gemeenschap is ietwat afwijkend maar vrijwel gelijklopend.

In de praktijk lijken mensen met Aspergerdiagnose en hun ouders zich ook steeds meer te distantiëren van autisme. Mensen met Asperger zijn evenmin gehandicapte sukkelaars als excentrieke wereldgenieën.

[bewerk] Camouflage

Veel meer dan mensen met een autistische stoornis, die vooral aan het individu zelf ligt, worden mensen met het syndroom van Asperger geacht op den duur te kunnen omgaan met hun moeilijkheden in de omgang met de omgeving. Hun betere verbale vaardigheden en begaafdheid (gemiddelde tot hoge intelligentie) camoufleren vaak zeer goed hun andere (ernstige) beperkingen. Deze camouflage en de beperkte wetenschappelijke informatie die beschikbaar is over hun beperkingen, maken dat hun handicap voor hulpverlening en ondersteuning onderschat wordt. Hun beperkingen op vlak van sociale omgang & empathie zijn nochtans aanzienlijk, en leiden vaak tot geestelijk isolement en (sociaal-economische) marginaliteit.

[bewerk] Zelfstandigheid

Binnen het autismespectrum zijn mensen met het Syndroom van Asperger vaker in staat om een zelfstandig leven te leiden. Ze hoeven doorgaans niet hun hele leven in een begeleide woonvorm of instelling te verblijven. Ze volgen meestal gewoon regulier onderwijs (secundair en hoger, soms zelfs universitair), hoewel er ook mensen zijn die met het Syndroom van Asperger speciaal onderwijs of buitengewoon onderwijs volgen.

[bewerk] Piekvaardigheden

Het Syndroom van Asperger is een vloek noch een zegen, maar gaat gepaard met een aantal piekvaardigheden. Er bestaat zowel een trend om mensen met uitzonderlijke kwaliteiten, uit heden en verleden, ‘Asperger’ toe te dichten, als pogingen om het etiket ‘handicap’ en ‘stoornis’ van zich af te werpen.

Mensen met dit syndroom kunnen zich net als mensen met andere autistische stoornissen volledig van de buitenwereld afsluiten en zich gepreoccupeerd bezighouden met de eigen interesses. In combinatie met uitzonderlijk talent, wat niet altijd eigen is aan het syndroom van Asperger, maar ook met hun betere begaafdheid, kan deze preoccupatie leiden tot bijzondere prestaties. Er bestaan vermoedens dat Albert Einstein, Salvador Dali, Béla Bartók, Bill Gates en Leonardo da Vinci enkele voordelen van deze aandoening benut hebben. Ook minder bekende mensen als John Howard, een van de pioniers van het gevangeniswezen, en Hugh Blair of Borgue, een 18e eeuwse jonker die in een beruchte rechtszaak veroordeeld werd, zouden het syndroom gehad hebben (Utah Frith, 2006).

[bewerk] Gelijkenissen met het autismespectrum

Net als andere mensen zonder Asperger maar binnen het autismespectrum, is het moeilijk een wederzijdse relatie op te bouwen, ondermeer door de moeite die ze hebben om een gesprekspartner recht in de ogen te kijken, waardoor zij soms als ongeïnteresseerd worden bestempeld, ook als zelfs het tegendeel het geval is. Ook het beperkte inzicht in de context en omgeving, repetitieve & dwangmatige bezigheden en gewoontes, behoefte aan structuur, de prikkelverwerking, en motorische moeilijkheden kunnen in meer of mindere mate bij mensen met het syndroom van Asperger terug komen.

[bewerk] Prevalentie

[bewerk] Extreem mannelijk gedrag?

Nog meer dan andere stoornissen uit het autismespectrum, blijkt het Aspergersyndroom meer bij mannen dan bij vrouwen op te duiken.

Het Asperger Syndroom als extreem mannelijk gedrag is echter een verkeerde interpretatie van de “extreme male brain” theorie van Simon Baron-Cohen. Mensen met het Asperger Syndroom zouden van nature geneigd zijn zich op technische details en resultaten te richten en minder op contact en samenwerking. De meeste vrouwen zouden door hun afwijkende hersenstructuur meer invoelen en meevoelen (empathiseren). Mensen met Asperger zouden door hun extreem mannelijk verstand echter sterk systematiseren. Deze stelling is voorlopig nog niet aangetoond.

Een andere theorie dan die van Simon Baron-Cohen stelt dat het meest aanvaarde en mannelijk gedrag wordt gecultiveerd om het besef van ‘het anders zijn’ te compenseren. Mensen met Asperger zouden nooit zichzelf zijn, omdat ze voortdurend bezig zijn zich aan te passen aan de eerder aangenomen normen. Mensen met Asperger zouden zich tevens jonger voor doen dan ze zijn, en ervaren ouder worden als bijzonder onplezierig.

Asperger-kenner Tony Attwood verklaart het overwicht van mannen op vlak van Asperger-diagnoses in het verschil in socialisatie, waardoor vrouwen beter hun beperkingen kunnen compenseren. Daarnaast zijn nogal wat zogeheten "Asperger-kenmerken" uitgesproken mannelijke eigenschappen zoals het moeite om meerdere dingen tegelijk te doen, fascinatie voor cijfers, machines, enz.

[bewerk] Cijfers

Het merendeel van de informatie hoe vaak Asperger voorkomt, slaat op kinderen. Deskundigen die werken met mensen met het syndroom van Asperger, maar nog meer leken, lijken te vergeten dat deze net als iedereen van kindsbeen af groot worden en verder blijven leven als volwassene.

Bovendien werd er vroeger alleen rekening gehouden met mensen die een diagnose ‘Klassiek Autisme’ kregen. Toen heetten 1 op de 2200 mensen "autistisch". Sinds de term ‘autismespectrumstoornis’ steeds meer aanvaard raakt, wordt aangenomen (ondermeer door het Vlaamse Autisme Centraal) dat er 1 op de 1000 mensen klassiek autisme hebben en 1 op de 200 mensen autistisch zijn. Het Nederlandse Landelijke Netwerk Autisme neemt aan dat er ongeveer 1 op de 400 mensen autistisch zijn. Eén op vier daarvan zou vrouw zijn, de rest mannelijk.

[bewerk] Kenmerken

[bewerk] Sociale beperkingen

Mensen met het syndroom van Asperger kunnen vaak moeilijk tussen de lijnen lezen binnen de sociale context. Ze beseffen vaak niet intuïtief wat sociaal aanvaard is, en vinden niet altijd de juiste toon of mimiek om hun eigen emotionele toestand te uiten. Ze hebben het soms moeilijk letterlijke en figuurlijke taal uiteen te houden en iemands lichaamstaal te lezen. Ze weten vaak ook niet wanneer ze aan het woord moeten/kunnen komen en wanneer niet (en zeggen: 'Wanneer mag ik mijn verhaal afmaken?')

Metaforen zijn voor mensen met Asperger vaak moeilijker te begrijpen. Als indirect gevolg daarvan hebben ze in min of meerdere mate last van gedachteblindheid. Overigens vergelijken ze vaak wel mensen met computers. Door middel van intelligentie en oefening echter kunnen veel mensen met Asperger, op termijn deze "gebreken" in min of meerdere mate corrigeren. Gewoonlijk leert de lijder aan het syndroom gedurende zijn adolescentie beter met mensen omgaan. De vooruitgang die hij boekt verloopt echter als de processie van Echternach: op een periode van verbetering volgt dikwijls een tijd waarin het hem weer minder goed afgaat. Hij moet door schade en schande wijs worden.

Toch presteren ze, wat hun autisme niet zou doen vermoeden, vrijwel normaal op vlak van lees– en schrijfvaardigheden, soms zelfs bovengemiddeld. Bij een groep mensen met Asperger loopt de kennis van sociale vaardigheden, de sociale kennis, voorop op de sociale ontwikkeling, de sociale praktijk zelf.

Sommige autistische personen herkennen ook gemakkelijker de lichaamstaal van andere autisten terwijl neurotypische mensen het daar veel moeilijker mee hebben. Veel van de sociale moeilijkheden zouden volgens mensen met Asperger te maken hebben met een wederzijds onbegrip, in die zin dat noch de autistische persoon noch de ‘neurotypical’ (de standaardmens) elkaar verstaan.

Het kan ook zijn dat beperktere sociale vaardigheden tot gevolg hebben dat mensen met Asperger onbewust geen zin hebben om te communiceren met andere mensen. Dit is geen sociaal vermijdingsgedrag, dat bewust gebeurt.

[bewerk] Opgaan in afwijkende interesses

Mensen met Asperger kunnen intense preoccupaties koesteren. Niet de interesse zelf maar de intensiteit waarmee mensen met Asperger zich ermee bezighouden, verschilt van anderen.

Zo kan iemand wel interesse vertonen in Star Trek-films, maar iemand met Asperger zal zich grondig en enthousiast documenteren en inleven in alle mogelijke linken en associaties met het gegeven Star Trek en de cultuur daaromheen. Hun mogelijkheden om doelgericht en geconcentreerd te zoeken en hun groot geheugen voor schijnbaar triviale gegevens, maakt hen bijzonder efficiënt. Een aantal mensen met Asperger zijn dan ook geschikt om documentalist en/of bibliothecaris te worden. Wereldwijd hebben bijvoorbeeld ook enkele medewerkers van Wikipedia, de vrije encyclopedie, zich openlijk als lijder aan het syndroom van Asperger gepresenteerd. Dit past goed in het beeld dat verscheidene geniale wetenschappers en kunstenaars dit syndroom gehad zouden hebben.

Hans Asperger noemde de kinderen met Asperger die hij observeerde ‘professortjes’ omdat hij vaststelde dat de 13-jarige patiënten een even uitgebreid en genuanceerd beeld hadden over hun ‘onderzoeksgebied’ als professoren. Een belangrijk verschil is echter dat de lijders aan Asperger de informatie niet op een zodanige manier kunnen reproduceren en overbrengen als professoren, die met elkaar in discussie gaan en studenten moeten doceren, dat wel kunnen. "Professor" is overigens een bijnaam die veel mensen met dit syndroom op school van hun klasgenoten krijgen.

Het is gewoonlijk wel zo dat iemand met Asperger gedurende zijn kindertijd een paar keer van interesse wisselt. Een kind dat bijvoorbeeld op zesjarige leeftijd de betekenis van alle verkeersborden uit zijn hoofd weet kan zich drie jaar later de hele tijd met dinosaurussen bezighouden of hartstochtelijk postzegels verzamelen. In de puberteit komt de definitieve interesse gewoonlijk vast te liggen.

Kinderen en adolescenten met Asperger hebben doorgaans weinig geduld voor wat zich buiten hun interesses afspeelt. Op school worden ze bezien als hoogbegaafden, omdat ze duidelijk beter presteren dan hun leeftijdsgenoten in hun interessegebieden maar daarbuiten sterk ongemotiveerd zijn. Anderen daarentegen zijn niet meer dan gemiddeld begaafd maar zijn hypergemotiveerd om de beste te zijn van de klas.

De combinatie van beperkte sociale vaardigheden en preoccupaties leidt tot ongewoon gedrag zoals het verwelkomen van een vreemde met het afsteken van een lange monoloog over een stokpaardje in plaats van zichzelf kortweg en zoals gepast voor te stellen. Sommige volwassenen ontwikkelen meer tolerantie om te diversifiëren en de wereld en haar bevolking te verkennen.

[bewerk] Verbale en taalbeperkingen

Mensen met Asperger staan bekend voor hun pedante manier van spreken, met gebruik van taal die te formeel en gestructureerd is voor de gebruikte situatie. Er is vaak weinig of geen intonatie in hun stem, waardoor ze autoritair overkomen. Zo kan een vijfjarige met Asperger gemakkelijk bepaalde woorden & een toon gebruiken die goed zouden passen in een universiteitscursus, vooral als het gaat over zijn hobby.

Mensen met Asperger maken vaak nieuwe woorden en ongewone samentrekkingen. Zo ontstaat vaak een rare vorm van humor (woordspeling, woordspel, kreupelrijm, satire). Letterlijke interpretatie is een beperking die mensen met Asperger delen met anderen uit het autismespectrum. De resultaten hiervan kunnen lachwekkend overkomen bij anderen. Sommigen zijn daarentegen zo sterk in geschreven taal dat ze hyperlexie hebben.

Echolalie evenals palilalie kunnen eveneens voorkomen bij mensen met Asperger, zowel als bij anderen uit het autismespectrum. Toch geven kinderen met Asperger vaak blijk van gevorderde mogelijkheden op vlak van taal in vergelijking met hun leeftijdsgenoten. Toch zou het jammer zijn dat we ons focussen op deze mogelijkheden, gezien taal in combinatie met de sociale beperkingen het dagelijks leven vooral in de volwassenheid kan ontwrichten.

[bewerk] Emotionele bijzonderheden

Iemand met het syndroom van Asperger heeft het moeilijk emoties van anderen te plaatsen, in het bijzonder de subtiele boodschappen door gelaatsuitdrukkingen, oogcontact en (intiem) lichamelijk contact. Ze zijn egocentrisch, maar lang niet altijd egoïstisch. Mensen met Asperger zijn vaak emotioneler maar hun vermogen om deze emoties te kanaliseren en op een maatschappelijk aanvaardbare manier te uiten ontbreekt. Bedoelingen opnemen en de vorm om hun eigen bedoelingen te uiten is bij mensen met Asperger, net als bij andere mensen uit het autismespectrum, moeilijk te realiseren. Expliciet zijn en in een heldere taal uitleggen wat men als niet-autistische persoon wil en bedoelt, kan veel verwarring en onbegrip uit de weg gaan.

Het overgrote merendeel van de wetenschappelijke informatie die beschikbaar is over het syndroom van Asperger heeft betrekking op kinderen. Over de wijze waarop het syndroom bij volwassenen tot uitdrukking komt, beschikken we momenteel meer over vermoedens dan harde feiten. Men veronderstelt dat de meeste mensen met het syndroom van Asperger op den duur leren omgaan met de symptomen (d.w.z. punten waarop ze van anderen verschillen).

[bewerk] Diverse kenmerken

Mensen met Asperger hebben een diversiteit aan zintuiglijke, ontwikkelings en psychologische bijzonderheden. Fijne motorische vaardigheden kunnen bijvoorbeeld vertraagd zijn. Een merkwaardige manier van wandelen of een gepreoccupeerde manier van vinger-, hand-, arm- of beenbewegen.

Mensen met Asperger zouden zich tevens aangetrokken voelen tot orde en routine, terwijl verandering in routines en vaststaande ordes angstaanvallen kunnen veroorzaken. Ook overprikkeling en extreme gevoeligheid voor tast, geluiden, smaken, … zijn mogelijk. Deze overgevoeligheid lijdt ertoe dat ze zich slechter kunnen concentreren. Als er in een kamer een klok tikt zal die klok hen uit hun slaap houden.

Sommigen zijn zelfs extreem gevoelig voor luide geluiden of sterke geuren of houden er allerminst van aangeraakt te worden, bijvoorbeeld met de hand op de schouder of door te kussen. Het tikken van een klok, het druppelen van water uit een defecte kraan, hoe stil ook, of het fladderen een dwergvlieg kan zulke mensen tot razernij brengen. Te fel licht, zoals TL-verlichting, en te felle kleuren kunnen letterlijk een marteling zijn.

Ook onderprikkeling is mogelijk, wanneer mensen met Asperger niet reageren op bepaalde prikkels, soms zelfs hevige pijnen. Dit komt echter meer voor met andere mensen uit het autismespectrum.

Bovendien kunnen mensen met Asperger te maken hebben met perifere problemen zoals klinische depressie, oppositioneel-opstandige gedragsstoornis, syndroom van Gilles de la Tourette, angststoornissen (met name obsessief-compulsieve stoornis en fobieën). Er zijn ook mensen met Asperger die ook gediagnoseerd worden met dysgrafie, dyspraxie, dyslexie of dyscalculie. Mensen met Asperger vertonen ook wel kenmerken van depressie als gevolg van de matige communicatie met en het onbegrip met betrekking tot de buitenwereld.

[bewerk] Gevolgen van Asperger

[bewerk] Kindertijd

Mensen met Asperger ervaren vaak problemen in de sociale relaties met leeftijdsgenoten.

Zo worden ze in hun kindertijd en adolescentie vaak het lijdend voorwerp van menig plagerij en pesterij op school door hun afwijkend gedrag, taal, interesses en hun beperkte mogelijkheden om sociaal aangepast gedrag te vertonen, en niet of ongepast op non-verbale signalen te reageren. Vaak zijn mensen met Asperger zich niet bewust dat ze gepest worden of werden, en geloven dat hun pesters hun vrienden zijn, terwijl anderen meteen zien dat deze ‘vrienden’ achter hun rug hem uitlachen.

Daarenboven nemen deze kinderen dingen vaak extreem letterlijk en hebben het moeilijk om sarcasme en cynisme op te pikken. Het kan ook zijn dat iemand met Asperger gelooft dat iemand niet serieus bezig was, terwijl dat net wel zo bedoeld was. Vaak zijn kinderen of tieners met Asperger zich niet bewust wat er verkeerd is gegaan en hoe. Zij die zich wel bewust zijn van fouten, hebben dat pas een hele tijd later door. Toch is het ook mogelijk voor een Asperger om het sarcasme te zien, maar gewoon simpelweg te negeren, en zo conflict te vermijden

Kinderen met Asperger, zijn, in tegenstelling tot andere kinderen uit het autismespectrum, aanvankelijk heel actief sociaal zoekend. Naarmate hun beperkte sociale vaardigheden hun tegenslagen opleveren, zullen ze zich terugtrekken en uiteindelijk mogelijk antisociaal gedrag vertonen.

De combinatie van beperkingen en uitzonderlijke mogelijkheden die deze camoufleren kan leiden tot problemen met leraren of directie. Mensen met Asperger negeren of beseffen vaak niet hun autoriteit, omdat dit een sociale conventie is. Ze behandelen iedereen een beetje hetzelfde, los van hun sociale positie. Kinderen met Asperger gaan bij leraren vaak door voor ‘probleemleerling’. De beperkte tolerantie voor ordinaire opdrachten zonder uitdaging maken dat een kind met Asperger een lagere frustratiedrempel heeft en arrogant en ongedisciplineerd kan overkomen. Het kind zelf kan als gevolg daarvan agressie-aanvallen en vluchtgedrag vertonen.

[bewerk] Volwassenheid

Mensen met het Asperger syndroom zijn niet gedoemd te lijden. De interesses in hun kindertijd kan hen mogelijks een betaalde baan opleveren, al blijven de sociale beperkingen vaak een niet te onderschatten drempel tot slagen.

Veel mensen met het Aspergersyndroom erkennen hun beperkingen en proberen zich aan te passen. Het lukt volwassenen met Asperger, ook al hebben ze vaak geen diagnose, zelf hun aanpassingsproces te regelen, zonder behandeling. Ze ervaren nochtans dezelfde problemen als veel mensen met autisme.

Zo gaan ze zowel op in interesses maar doen ze ook eenvoudige dingen in het huishouden langzaam. Soms is er zelfs sprake van inertie. De vaat doen bijvoorbeeld vergt meer moeite, wat soms de (verkeerde) indruk geeft dat iemand met Asperger lui is. Veel autisten hebben daarom een dagschema dat hen het leven vergemakkelijkt.

Mensen met Asperger scoren onvoldoende op een jobinterview of persoonlijkheidstest, of ervaren, als ze desondanks toch de betrekking krijgen, veel misverstanden of pestgedrag op het werk. Ze ervaren veel moeilijkheden een levensgezel te vinden, of raken gescheiden om tal van redenen buiten hun wil. Veel mensen met Asperger blijven levenslang alleenstaand en hebben (nog) nooit een relatie gehad. Dit kan een bewuste keuze zijn, maar is vaak tegen hun wil in. Zelfs tot op latere leeftijd ervaren veel mensen met Asperger dat ze niet behoren tot de wereld rondom hen. Anderzijds zijn er ook volwassenen met Asperger die trouwen, kinderen krijgen, een gelukkig gezinsleven ervaren, een universitaire titel krijgen, een goed betaalde baan. Toch komt dat vaak door veel zelfkennis, een focus op hun mogelijkheden, en aanpassingen door de omgeving.

[bewerk] Andere aandoeningen

[bewerk] McDD

Er is momenteel voldoende grond om McDD (Meervoudig complexe ontwikkelingsstoornis - ook wel jeugdschizofrenie genoemd) in te delen als subtype in de groep PDD-NOS. Het verloop is in vergelijking met spectrumaandoeningen echter dermate anders, dat de classificatie van de aandoening mogelijk aangepast of herzien wordt. Hiervoor is nog veel onderzoek nodig.

[bewerk] NLD

NLD (Non-verbal Learning Disabilities) is een leerstoornis en ontwikkelingsstoornis die niet officieel is vastgelegd in de DSM-IV of ICD-10, maar al wel geregeld door diverse (kinder)psychiaters/-psychologen en andere diagnosten gebruikt wordt. Het heeft een betrekkelijk grote overlap met o.m. het Syndroom van Asperger en kenmerkt zich vooral door problemen met de verwerking van non-verbale informatie en motorische moeilijkheden. De verbale ontwikkeling daarentegen verloopt - net als bij Asperger vaak het geval is - bovengemiddeld. Onderzoekers denken dat de stoornis wordt veroorzaakt door een slechte wisselwerking tussen de linker- en rechterhersenhelft en dat daarbij vooral de rechterhersenhelft zich minder goed ontwikkelt.

[bewerk] Schizoïde persoonlijkheidsstoornis

Op basis van bepaalde overeenkomsten in gedrag wordt schizoïde persoonlijkheidsstoornis soms tot het autismespectrum gerekend. Lorna Wing beschouwde mensen met Asperger als schizoïde persoonlijkheden, maar zag er geen voordeel in om een dergelijke classificatie te hanteren. (De terminologie is in dit geval verwarrend: de term schizoïde werd destijds gekozen om het verband met schizofrenie aan te geven, terwijl tussen autistimespectrumstoornissen en schizofrenie geen direct verband is aangetoond.)

[bewerk] ADHD

Ook ADHD wordt soms tot het spectrum gerekend, hoewel het handboek DSM-IV stelt dat in principe geen ADHD wordt gediagnosticeerd als de symptomen aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis zijn toe te schrijven.

[bewerk] Hyperactieve stoornis met zwakzinnigheid

De ICD-10 vermeldt bij de pervasieve ontwikkelingsstoornissen hyperactieve stoornis samengaand met zwakzinnigheid en stereotypieën. Het handboek stelt echter dat de psychopathologische validiteit hiervan niet vaststaat.

[bewerk] Ontwijkende Persoonlijkheidsstoornis

Door sommige gedragswetenschappers wordt de Ontwijkende Persoonlijkheidsstoornis ook wel als licht autistisch gedrag gezien vanwege de geremdheid en teruggetrokkenheid. Dit is echter geen algemene visie, omdat de oorzaak van het gedrag meer in angst dan in onvermogen is gelegen.


[bewerk] Fragiele X Syndroom

Een verstandelijke beperking met een fout in een van de chromosomen, kan autistisch gedrag met zich meebrengen.


[bewerk] 21q11deletie ofwel VCF-syndroom

Door een genetische fout bepaald autistisch gedrag veroorzakend en vaak een verstandelijke beperking.

[bewerk] Diversiteit

Niet alle autistische kenmerken komen dus bij iedereen evenveel voor. De diversiteit binnen het autismespectrum is erg verwarrend en fascinerend tegelijk. Het is voor een hoogbegaafde autistische persoon met het Syndroom van Asperger of iemand met PDD-NOS soms shockerend te weten dat hij hetzelfde etiket krijgt als iemand met een klassiek Autistische Stoornis met een matige of ernstige mentale handicap. Beiden staan aan de uiteinden van het autismespectrum en zijn onvergelijkbaar anders.

Sommige autisten zijn extreem goed in rekenen of in feiten onthouden. Wanneer de overige autistische kenmerken een ernstig karakter hebben, wordt zo iemand soms met een wat ongelukkige Franse term aangeduid als idiot savant. Ook bij het Aspergersyndroom is dit verschijnsel bekend. Asperger noemde zijn onderzoeksgroep bestaande uit jongens "kleine professoren", waarmee hij bedoelde dat bepaalde vaardigheden sterk ontwikkeld waren, bijvoorbeeld het ruimtelijk inzicht. Overige delen bleken minder goed ontwikkeld dan gemiddeld.

Interessant is dat de rechterhersenhelft, waarmee muziek, wiskunde, creativiteit enz. worden verwerkt en gevormd, bij autisten meer ontwikkeld is dan gemiddeld. De linker hemisfeer is echter minder sterk ontwikkeld. Dit hangt mogelijk samen met een gebrekkiger taalbegrip, maar juist met meer gevoel voor bijvoorbeeld muziek. Dit is dan ook vaak goed te gebruiken als communicatiemiddel (muziektherapie).

[bewerk] Noten

  1. ^ Bijv. T. Attwood, Is There a Difference Between Asperger's Syndrome and High Functioning Autism?
  2. ^ Bijv. Nicole J. Rinehart, John L. Bradshaw, Avril V. Brereton en Bruce J. Tonge, Lateralization in Individuals with High-Functioning Autism and Asperger's Disorder: A Frontostriatal Model, Journal of Autism and Developmental Disorders, 2002

[bewerk] Externe link


De wijzigingen aan deze pagina van voor 15 april 2007 vallen alléén onder de GFDL, en niet onder de CC-BY-SA-licentie.
U kunt de inhoud van deze pagina dan ook alleen onder de voorwaarden van de GFDL (her)gebruiken.

Niet alle bijdragers van voor 15 april 2007 hebben hun werk vrijgegeven onder de dubbellicentie GFDL&CC-BY-SA. Kijk hier voor meer informatie.
Lijst van gebruikers die hun wijzigingen niet hebben vrijgegeven onder beide licenties

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen